Vocabulaireverzameling 551-600 in 600 WOORDEN DIE NAUWKEURIG ZIJN AAN LEERBOEKEN: Volledige en gedetailleerde lijst
De vocabulaireverzameling '551-600' in '600 WOORDEN DIE NAUWKEURIG ZIJN AAN LEERBOEKEN' is zorgvuldig geselecteerd uit standaard internationale lesboekbronnen, helpt je de vocabulaire in korte tijd onder de knie te krijgen. Volledige compilatie van definities, illustratieve voorbeelden en standaarduitspraak...
Leer deze vocabulaireverzameling op Lingoland
Nu leren(noun) erfenis, legaat, nalatenschap
Voorbeeld:
(noun) stagiair, trainee
Voorbeeld:
(noun) mate, graad, diploma
Voorbeeld:
(noun) feestmaal, banket, feestdag;
(verb) feesten, banketteren, traktatie geven
Voorbeeld:
(noun) kampioenschap, wedstrijd, titel
Voorbeeld:
(adjective) heel, geheel
Voorbeeld:
(noun) doel, objectief;
(adjective) objectief, onpartijdig
Voorbeeld:
(noun) strategie, plan, militaire strategie
Voorbeeld:
(adjective) kleurrijk, bont, bewogen
Voorbeeld:
(noun) decoratie, versiering, onderscheiding
Voorbeeld:
(noun) bloem;
(verb) bloeien
Voorbeeld:
(adjective) jaarlijks, eenjarig;
(noun) eenjarige plant, jaarboek, jaarlijkse publicatie
Voorbeeld:
(adjective) religieus, nauwgezet, gewetensvol
Voorbeeld:
(adjective) prestigieus, gerenommeerd, aanzienlijk
Voorbeeld:
(verb) vertrouwen op, rekenen op
Voorbeeld:
(noun) land, grond, perceel;
(verb) landen, neerlaten, bemachtigen
Voorbeeld:
(noun) station, halte, post;
(verb) stationeren, plaatsen
Voorbeeld:
(noun) rechter, beoordelaar, kenner;
(verb) beoordelen, oordelen, schatten
Voorbeeld:
(verb) benutten, gebruiken, aanwenden
Voorbeeld:
(verb) overdragen, verzenden, uitzenden
Voorbeeld:
(verb) evolueren, zich ontwikkelen, ontwikkelen
Voorbeeld:
(noun) kop, hoofding;
(verb) headlinen, de hoofdact zijn
Voorbeeld:
(adverb) nauwkeurig, precies
Voorbeeld:
(adjective) misleidend, bedrieglijk
Voorbeeld:
(adjective) slordig, onverzorgd, onachtzaam
Voorbeeld:
(adjective) woedend, razend, furieus
Voorbeeld:
(verb) verontschuldigen, excuses aanbieden
Voorbeeld:
(adverb) oprecht, eerlijk, met vriendelijke groet
Voorbeeld:
(adjective) beschaamd, schaamtevol
Voorbeeld:
(verb) bevorderen, promoten, promoveren
Voorbeeld:
(noun) label, etiket, stukje;
(verb) labelen, merken, tikken
Voorbeeld:
(adjective) besluitvaardig, doortastend, beslissend
Voorbeeld:
(adjective) vloeiend, welbespraakt, vloeibaar
Voorbeeld:
(verb) aanmoedigen, stimuleren, bevorderen
Voorbeeld:
(verb) recreëren, opnieuw creëren
Voorbeeld:
(phrasal verb) deelnemen aan, zich bezighouden met
Voorbeeld:
(verb) omhelzen, omarmen, accepteren;
(noun) omhelzing, omarming
Voorbeeld:
(noun) wetenschap, geleerdheid, beurs
Voorbeeld:
(noun) obstakel, hindernis, barrière
Voorbeeld:
(noun) diabetes, suikerziekte
Voorbeeld:
(verb) revolutioneren, ingrijpend veranderen
Voorbeeld:
(noun) beroemdheid, ster, faam
Voorbeeld:
(noun) diversiteit, verscheidenheid
Voorbeeld:
(noun) historische figuur
Voorbeeld:
(noun) culturele identiteit
Voorbeeld:
(noun) baby shower
Voorbeeld:
(noun) viering van een lang leven, jubileumviering
Voorbeeld:
(adjective) geschokt, verbijsterd;
(verb) schokken, verbijsteren
Voorbeeld:
(adjective) rijk, welgesteld
Voorbeeld:
(adjective) dakloos;
(plural noun) daklozen
Voorbeeld:
(adjective) enorm, geweldig, reusachtig
Voorbeeld: