Vocabulaireverzameling Eenheid 2: De Generatiekloof in Graad 11: Volledige en gedetailleerde lijst
De vocabulaireverzameling 'Eenheid 2: De Generatiekloof' in 'Graad 11' is zorgvuldig geselecteerd uit standaard internationale lesboekbronnen, helpt je de vocabulaire in korte tijd onder de knie te krijgen. Volledige compilatie van definities, illustratieve voorbeelden en standaarduitspraak...
Leer deze vocabulaireverzameling op Lingoland
Nu leren(verb) aanpassen, aanpassen aan, zich aanpassen
Voorbeeld:
(noun) ruzie, discussie, geschil
Voorbeeld:
(noun) houding, instelling, pose
Voorbeeld:
(noun) last, vracht, verantwoordelijkheid;
(verb) belasten, bezwaren
Voorbeeld:
(noun) kenmerk, eigenschap;
(adjective) kenmerkend, typisch
Voorbeeld:
(noun) conflict, ruzie, geschil;
(verb) botsen, conflicteren, strijden
Voorbeeld:
(noun) avondklok
Voorbeeld:
(adjective) nieuwsgierig, benieuwd, merkwaardig
Voorbeeld:
(noun) digital native, digitale generatie
Voorbeeld:
(noun) plicht, verantwoordelijkheid, accijns
Voorbeeld:
(adjective) elegant, gracieus, stijlvol
Voorbeeld:
(noun) ervaring, belevenis;
(verb) ervaren, ondervinden
Voorbeeld:
(noun) uitgebreide familie, grootfamilie
Voorbeeld:
(noun) gezichtsvermogen, zicht
Voorbeeld:
(noun) financiële last, financiële druk
Voorbeeld:
(adverb) stevig, vast, vastberaden
Voorbeeld:
(adjective) opzichtig, flitsend, protserig
Voorbeeld:
(noun) vrijheid, vrijlating, bevrijding
Voorbeeld:
(noun) generatiekloof
Voorbeeld:
(verb) aannemen, inhuren, huren;
(noun) aanwerving, huur
Voorbeeld:
(noun) eerlijkheid, oprechtheid
Voorbeeld:
(noun) immigrant
Voorbeeld:
(verb) opleggen, afdwingen, misbruik maken van
Voorbeeld:
(noun) individualisme, zelfstandigheid
Voorbeeld:
(noun) invloed, invloedrijke persoon, influencer;
(verb) beïnvloeden
Voorbeeld:
(noun) limiet, grens, maximum;
(verb) beperken, begrenzen
Voorbeeld:
(adjective) volwassen, rijp;
(verb) rijpen, volwassen worden, vervallen
Voorbeeld:
(adjective) meergeneratie, multigenerationeel
Voorbeeld:
(noun) norm, standaard, gebruik
Voorbeeld:
(noun) kernfamilie
Voorbeeld:
(verb) gehoorzamen, opvolgen, reageren op
Voorbeeld:
(noun) bezwaar, tegenwerping
Voorbeeld:
(adjective) open-minded, onbevooroordeeld
Voorbeeld:
(noun) standpunt, gezichtspunt
Voorbeeld:
(noun) schermtijd
Voorbeeld:
(noun) sociale media
Voorbeeld:
(noun) waarde, belang, prijs;
(verb) waarderen, schatten, op prijs stellen
Voorbeeld:
(idiom) ter plaatse, aanwezig
Voorbeeld:
(idiom) de kloof overbruggen, het verschil verkleinen
Voorbeeld:
(idiom) in iemands voetsporen treden, iemand navolgen
Voorbeeld: