Avatar of Vocabulary Set Oxford 5000 - B2 - Letter S

Vocabulaireverzameling Oxford 5000 - B2 - Letter S in Oxford 5000 - B2: Volledige en gedetailleerde lijst

De vocabulaireverzameling 'Oxford 5000 - B2 - Letter S' in 'Oxford 5000 - B2' is zorgvuldig geselecteerd uit standaard internationale lesboekbronnen, helpt je de vocabulaire in korte tijd onder de knie te krijgen. Volledige compilatie van definities, illustratieve voorbeelden en standaarduitspraak...

Leer deze vocabulaireverzameling op Lingoland

Nu leren

satisfaction

/ˌsæt̬.ɪsˈfæk.ʃən/

(noun) tevredenheid, voldoening, vervulling

Voorbeeld:

Customer satisfaction is our top priority.
Klanttevredenheid is onze topprioriteit.

scandal

/ˈskæn.dəl/

(noun) schandaal, rel, schande

Voorbeeld:

The politician resigned after a financial scandal.
De politicus nam ontslag na een financieel schandaal.

scare

/sker/

(verb) schrikken, bang maken;

(noun) schrik, angst

Voorbeeld:

The sudden noise scared the cat.
Het plotselinge geluid schrok de kat af.

scenario

/səˈner.i.oʊ/

(noun) scenario, plot, situatie

Voorbeeld:

The director approved the final scenario for the film.
De regisseur keurde het definitieve scenario voor de film goed.

scholar

/ˈskɑː.lɚ/

(noun) geleerde, wetenschapper, beursstudent

Voorbeeld:

She is a renowned scholar of ancient history.
Zij is een gerenommeerde geleerde in de oude geschiedenis.

scholarship

/ˈskɑː.lɚ.ʃɪp/

(noun) wetenschap, geleerdheid, beurs

Voorbeeld:

Her dedication to scholarship was evident in her extensive research.
Haar toewijding aan wetenschap was duidelijk in haar uitgebreide onderzoek.

scratch

/skrætʃ/

(noun) kras, schram, start;

(verb) krassen, schrammen, krabben

Voorbeeld:

The cat left a scratch on my arm.
De kat liet een kras achter op mijn arm.

screening

/ˈskriː.nɪŋ/

(noun) vertoning, screening, onderzoek

Voorbeeld:

There will be a special screening of the documentary tonight.
Er zal vanavond een speciale vertoning van de documentaire zijn.

seeker

/ˈsiː.kɚ/

(noun) zoeker

Voorbeeld:

She is a truth seeker, always questioning and exploring.
Zij is een waarheidszoeker, altijd vragend en onderzoekend.

seminar

/ˈsem.ə.nɑːr/

(noun) seminar, studiebijeenkomst, werkgroep

Voorbeeld:

I attended a seminar on digital marketing.
Ik heb een seminar over digitale marketing bijgewoond.

settler

/ˈset.lɚ/

(noun) kolonist, pionier

Voorbeeld:

The early settlers faced many hardships.
De vroege kolonisten kregen te maken met veel ontberingen.

severely

/səˈvɪr.li/

(adverb) ernstig, hevig, streng

Voorbeeld:

He was severely injured in the accident.
Hij raakte ernstig gewond bij het ongeluk.

sexy

/ˈsek.si/

(adjective) sexy, verleidelijk, aantrekkelijk

Voorbeeld:

She looked incredibly sexy in her new dress.
Ze zag er ongelooflijk sexy uit in haar nieuwe jurk.

shaped

/ʃeɪpt/

(adjective) gevormd, vormig;

(past participle) gevormd, vormgegeven

Voorbeeld:

The artist created a heart-shaped sculpture.
De kunstenaar creëerde een hartvormige sculptuur.

shocking

/ˈʃɑː.kɪŋ/

(adjective) schokkend, verbijsterend

Voorbeeld:

The news of the accident was truly shocking.
Het nieuws van het ongeluk was echt schokkend.

shore

/ʃɔːr/

(noun) oever, kust;

(verb) stutten, ondersteunen

Voorbeeld:

We walked along the shore, collecting seashells.
We liepen langs de oever, schelpen verzamelend.

shortage

/ˈʃɔːr.t̬ɪdʒ/

(noun) tekort, gebrek

Voorbeeld:

There is a severe shortage of clean water in the region.
Er is een ernstig tekort aan schoon water in de regio.

shortly

/ˈʃɔːrt.li/

(adverb) binnenkort, spoedig, kortaf

Voorbeeld:

The train will arrive shortly.
De trein zal binnenkort aankomen.

short-term

/ˌʃɔːrtˈtɜːrm/

(adjective) kortetermijn, kortstondig

Voorbeeld:

We need a short-term solution to this problem.
We hebben een korte termijn oplossing nodig voor dit probleem.

sibling

/ˈsɪb.lɪŋ/

(noun) broer of zus, broers en zussen

Voorbeeld:

She has two younger siblings.
Ze heeft twee jongere broers of zussen.

signature

/ˈsɪɡ.nə.tʃɚ/

(noun) handtekening, kenmerk, handelsmerk

Voorbeeld:

Please put your signature at the bottom of the form.
Zet alstublieft uw handtekening onderaan het formulier.

significance

/sɪɡˈnɪf.ə.kəns/

(noun) betekenis, belang, strekking

Voorbeeld:

The discovery of the new planet is of great significance to astronomers.
De ontdekking van de nieuwe planeet is van grote betekenis voor astronomen.

skilled

/skɪld/

(adjective) bekwaam, geschoold

Voorbeeld:

She is a highly skilled surgeon.
Zij is een zeer bekwame chirurg.

skull

/skʌl/

(noun) schedel;

(verb) slaan, op het hoofd slaan

Voorbeeld:

The human skull protects the brain.
De menselijke schedel beschermt de hersenen.

slogan

/ˈsloʊ.ɡən/

(noun) slogan, leus

Voorbeeld:

The company's new slogan is 'Innovate, Create, Elevate'.
De nieuwe slogan van het bedrijf is 'Innoveren, Creëren, Verheffen'.

so-called

/ˈsoʊ.kɔːld/

(adjective) zogenaamd

Voorbeeld:

His so-called friends abandoned him when he needed them most.
Zijn zogenaamde vrienden lieten hem in de steek toen hij ze het meest nodig had.

somehow

/ˈsʌm.haʊ/

(adverb) op de een of andere manier, hoe dan ook, om de een of andere reden

Voorbeeld:

We need to finish this project somehow.
We moeten dit project op de een of andere manier afmaken.

sometime

/ˈsʌm.taɪm/

(adverb) ergens, ooit;

(adjective) voormalig, gewezen

Voorbeeld:

Let's meet for coffee sometime next week.
Laten we ergens volgende week afspreken voor koffie.

sophisticated

/səˈfɪs.tə.keɪ.t̬ɪd/

(adjective) verfijnd, gesofisticeerd, geavanceerd

Voorbeeld:

She is a very sophisticated woman with a global perspective.
Zij is een zeer verfijnde vrouw met een wereldwijd perspectief.

spare

/sper/

(adjective) reserve, extra, mager;

(verb) missen, ontberen, sparen;

(noun) reserveonderdeel, reservewiel

Voorbeeld:

Do you have a spare key?
Heb je een reserve sleutel?

specialize

/ˈspeʃ.ə.laɪz/

(verb) specialiseren, zich toeleggen op

Voorbeeld:

Our company specializes in custom software development.
Ons bedrijf specialiseert zich in maatwerk softwareontwikkeling.

specify

/ˈspes.ə.faɪ/

(verb) specificeren, preciseren

Voorbeeld:

Please specify the exact requirements for the project.
Gelieve de exacte vereisten voor het project te specificeren.

spectacular

/spekˈtæk.jə.lɚ/

(adjective) spectaculair, indrukwekkend, groots

Voorbeeld:

The view from the mountain was spectacular.
Het uitzicht vanaf de berg was spectaculair.

spectator

/spekˈteɪ.t̬ɚ/

(noun) toeschouwer, kijker

Voorbeeld:

The spectators cheered loudly for their team.
De toeschouwers juichten luid voor hun team.

speculate

/ˈspek.jə.leɪt/

(verb) speculeren, veronderstellen, beleggen met risico

Voorbeeld:

The police refused to speculate about the cause of the fire.
De politie weigerde te speculeren over de oorzaak van de brand.

speculation

/ˌspek.jəˈleɪ.ʃən/

(noun) speculatie, vermoeden, risicovolle belegging

Voorbeeld:

His disappearance has led to much speculation.
Zijn verdwijning heeft geleid tot veel speculatie.

spice

/spaɪs/

(noun) kruid, specerij, pit;

(verb) kruiden, op smaak brengen, opvrolijken

Voorbeeld:

Add a pinch of your favorite spice to the soup.
Voeg een snufje van je favoriete kruid toe aan de soep.

spill

/spɪl/

(verb) morsen, verspillen, uitwerpen;

(noun) morsen, vlek, val

Voorbeeld:

Be careful not to spill your drink.
Pas op dat je je drankje niet morset.

spite

/spaɪt/

(noun) wraakzucht, wrok, kwaadwilligheid;

(verb) pesten, kwellen, ergeren

Voorbeeld:

He did it out of pure spite.
Hij deed het uit pure wraakzucht.

spoil

/spɔɪl/

(verb) bederven, verpesten, verwennen;

(noun) buit, roof

Voorbeeld:

The rain spoiled our picnic plans.
De regen verpestte onze picknickplannen.

spokesman

/ˈspoʊks.mən/

(noun) woordvoerder

Voorbeeld:

The company's spokesman announced the new policy.
De woordvoerder van het bedrijf kondigde het nieuwe beleid aan.

spokesperson

/ˈspoʊksˌpɝː.sən/

(noun) woordvoerder

Voorbeeld:

The company's spokesperson announced the new policy.
De woordvoerder van het bedrijf kondigde het nieuwe beleid aan.

spokeswoman

/ˈspoʊksˌwʊm.ən/

(noun) woordvoerster

Voorbeeld:

The company's spokeswoman announced the new policy.
De woordvoerster van het bedrijf kondigde het nieuwe beleid aan.

sponsorship

/ˈspɑːn.sɚ.ʃɪp/

(noun) sponsoring, steun

Voorbeeld:

The company provided generous sponsorship for the charity event.
Het bedrijf bood genereuze sponsoring voor het liefdadigheidsevenement.

sporting

/ˈspɔːrt.ɪŋ/

(adjective) sportief, fair;

(noun) sporten, sportbeoefening

Voorbeeld:

He has a great sporting talent.
Hij heeft een groot sportief talent.

stall

/stɑːl/

(noun) kraam, stand, stal;

(verb) stoppen, vertragen, haperen

Voorbeeld:

She set up a fruit stall at the farmer's market.
Ze zette een fruitkraam op de boerenmarkt.

stance

/stæns/

(noun) houding, stand, standpunt

Voorbeeld:

He adopted a wide stance before hitting the ball.
Hij nam een brede houding aan voordat hij de bal sloeg.

starve

/stɑːrv/

(verb) verhongeren, honger lijden, erg hongerig zijn

Voorbeeld:

Many people starve in war-torn regions.
Veel mensen verhongeren in door oorlog verscheurde gebieden.

steadily

/ˈsted.əl.i/

(adverb) gestaag, constant, stabiel

Voorbeeld:

The rain fell steadily for hours.
De regen viel urenlang gestaag.

steam

/stiːm/

(noun) stoom, stoomkracht, stoomenergie;

(verb) stomen, voortbewegen met stoom, woedend zijn

Voorbeeld:

The kettle produced a lot of steam.
De waterkoker produceerde veel stoom.

stimulate

/ˈstɪm.jə.leɪt/

(verb) stimuleren, aansporen, bevorderen

Voorbeeld:

The government plans to introduce measures to stimulate the economy.
De regering is van plan maatregelen te introduceren om de economie te stimuleren.

strengthen

/ˈstreŋ.θən/

(verb) versterken, aansterken

Voorbeeld:

The new policy will strengthen the economy.
Het nieuwe beleid zal de economie versterken.

strictly

/ˈstrɪkt.li/

(adverb) strikt, streng, uitsluitend

Voorbeeld:

The rules are strictly enforced.
De regels worden strikt gehandhaafd.

stroke

/stroʊk/

(noun) slag, streek, beroerte;

(verb) aaien, strelen, slaan

Voorbeeld:

He delivered a powerful stroke with his tennis racket.
Hij gaf een krachtige slag met zijn tennisracket.

stunning

/ˈstʌn.ɪŋ/

(adjective) verbluffend, adembenemend, prachtig

Voorbeeld:

She looked absolutely stunning in her wedding dress.
Ze zag er absoluut verbluffend uit in haar trouwjurk.

subsequent

/ˈsʌb.sɪ.kwənt/

(adjective) daaropvolgend, volgend

Voorbeeld:

The subsequent events confirmed our suspicions.
De daaropvolgende gebeurtenissen bevestigden onze vermoedens.

subsequently

/ˈsʌb.sɪ.kwənt.li/

(adverb) vervolgens, daarna

Voorbeeld:

He was injured and subsequently unable to play.
Hij raakte geblesseerd en kon vervolgens niet meer spelen.

suburb

/ˈsʌb.ɝːb/

(noun) buitenwijk, voorstad

Voorbeeld:

They moved from the city center to a quiet suburb.
Ze verhuisden van het stadscentrum naar een rustige buitenwijk.

suffering

/ˈsʌf.ɚ.ɪŋ/

(noun) lijden, pijn, ellende;

(verb) lijdend, ondergaand

Voorbeeld:

The war caused immense suffering to the population.
De oorlog veroorzaakte immens lijden bij de bevolking.

sufficient

/səˈfɪʃ.ənt/

(adjective) voldoende, genoeg

Voorbeeld:

We have sufficient resources to complete the project.
We hebben voldoende middelen om het project te voltooien.

sufficiently

/səˈfɪʃ.ənt.li/

(adverb) voldoende, genoeg

Voorbeeld:

The food provided was sufficiently for everyone.
Het verstrekte voedsel was voldoende voor iedereen.

super

/ˈsuː.pɚ/

(adjective) super, geweldig;

(adverb) super, extreem;

(prefix) boven, over, voorbij

Voorbeeld:

We had a super time at the party.
We hadden een super tijd op het feest.

surgeon

/ˈsɝː.dʒən/

(noun) chirurg

Voorbeeld:

The surgeon performed a complex operation.
De chirurg voerde een complexe operatie uit.

survival

/sɚˈvaɪ.vəl/

(noun) overleving, voortbestaan

Voorbeeld:

The polar bear's thick fur is essential for its survival in the Arctic.
De dikke vacht van de ijsbeer is essentieel voor zijn overleving in het Noordpoolgebied.

survivor

/sɚˈvaɪ.vɚ/

(noun) overlevende, overlever, overblijfsel

Voorbeeld:

She was the sole survivor of the plane crash.
Zij was de enige overlevende van de vliegtuigcrash.

suspend

/səˈspend/

(verb) opschorten, schorsen, ophangen

Voorbeeld:

The club has suspended him for two matches.
De club heeft hem voor twee wedstrijden geschorst.

sustainable

/səˈsteɪ.nə.bəl/

(adjective) duurzaam, houdbaar, milieuvriendelijk

Voorbeeld:

The company aims for sustainable growth.
Het bedrijf streeft naar duurzame groei.

swallow

/ˈswɑː.loʊ/

(verb) slikken, doorslikken, accepteren;

(noun) zwaluw, slik, doorslikken

Voorbeeld:

He took a large gulp and swallowed the bitter medicine.
Hij nam een grote slok en slikte de bittere medicijn door.

sympathetic

/ˌsɪm.pəˈθet̬.ɪk/

(adjective) meelevend, begripvol, sympathiek

Voorbeeld:

She was very sympathetic when I told her about my loss.
Ze was erg meelevend toen ik haar over mijn verlies vertelde.
Leer deze vocabulaireverzameling op Lingoland