Vocabulaireverzameling B2 - Letter R in Oxford 3000 - B2: Volledige en gedetailleerde lijst
De vocabulaireverzameling 'B2 - Letter R' in 'Oxford 3000 - B2' is zorgvuldig geselecteerd uit standaard internationale lesboekbronnen, helpt je de vocabulaire in korte tijd onder de knie te krijgen. Volledige compilatie van definities, illustratieve voorbeelden en standaarduitspraak...
Leer deze vocabulaireverzameling op Lingoland
Nu leren(noun) bereik, scala, gamma;
(verb) variëren, reiken, rangschikken
Voorbeeld:
(noun) rang, positie, niveau;
(verb) rangschikken, classificeren;
(adjective) stinkend, vies, weelderig
Voorbeeld:
(adjective) snel, rap
Voorbeeld:
(adverb) snel, rap
Voorbeeld:
(noun) tarief, snelheid, percentage;
(verb) beoordelen, schatten, inschatten
Voorbeeld:
(adjective) rauw, ongekookt, ruw;
(noun) schaafwond, rauwe plek
Voorbeeld:
(verb) reiken, bereiken, aankomen;
(noun) bereik, reikwijdte, toegang
Voorbeeld:
(adjective) realistisch, praktisch, levensecht
Voorbeeld:
(adjective) redelijk, billijk, verstandig
Voorbeeld:
(verb) herinneren, terugroepen, intrekken;
(noun) herinnering, terugroeping, terugroepactie
Voorbeeld:
(verb) herstellen, bijkomen, terugvinden
Voorbeeld:
(noun) vermindering, reductie, afname
Voorbeeld:
(verb) beschouwen, aanzien, aankijken;
(noun) achting, aandacht, respect
Voorbeeld:
(adjective) regionaal
Voorbeeld:
(verb) registreren, inschrijven, aangeven;
(noun) register, lijst, kassa
Voorbeeld:
(verb) spijt hebben van, betreuren, spijt hebben;
(noun) spijt, betreuren
Voorbeeld:
(noun) regelgeving, voorschrift, reglement
Voorbeeld:
(adverb) relatief, vergeleken met
Voorbeeld:
(adjective) relevant, ter zake doende, passend
Voorbeeld:
(noun) opluchting, verlichting, hulp
Voorbeeld:
(verb) vertrouwen op, rekenen op
Voorbeeld:
(noun) opmerking, uitspraak;
(verb) opmerken, zeggen
Voorbeeld:
(noun) vertegenwoordiger, afgevaardigde;
(adjective) representatief, kenmerkend
Voorbeeld:
(noun) reputatie, naam
Voorbeeld:
(noun) vereiste, eis, studievereiste
Voorbeeld:
(noun) redding;
(verb) redden
Voorbeeld:
(noun) reserve, voorraad, reservaat;
(verb) reserveren, voorbehouden, behouden;
(adjective) reserve, extra
Voorbeeld:
(noun) inwoner, bewoner, resident;
(adjective) ingezeten, wonend
Voorbeeld:
(verb) weerstaan, bestand zijn tegen, zich verzetten tegen
Voorbeeld:
(verb) oplossen, verhelpen, besluiten;
(noun) vastberadenheid, besluit
Voorbeeld:
(noun) resort, oord, toevlucht;
(verb) toevlucht nemen tot, zijn heil zoeken in
Voorbeeld:
(verb) behouden, vasthouden, absorberen
Voorbeeld:
(verb) onthullen, bekendmaken, tonen
Voorbeeld:
(noun) revolutie, ingrijpende verandering, omwenteling
Voorbeeld:
(noun) beloning, vergoeding;
(verb) belonen, vergoeden
Voorbeeld:
(noun) ritme, regelmaat
Voorbeeld:
(verb) ontdoen van, verlossen van;
(adjective) verlost van, kwijt
Voorbeeld:
(noun) wortel, oorzaak, grondslag;
(verb) wortelen, zich vestigen, doen wortelen
Voorbeeld:
(adjective) rond, volledig;
(noun) ronde, schot, kogel;
(verb) rondgaan, afronden;
(adverb) rond, omheen;
(preposition) rond, om
Voorbeeld:
(noun) routine, gewoonte, subroutine;
(adjective) routine, gebruikelijk
Voorbeeld:
(verb) wrijven, schrobben, schuren;
(noun) wrijfbeurt, schrobbeurt, probleem
Voorbeeld:
(noun) rubber, gum, condoom
Voorbeeld:
(adjective) landelijk, ruraal
Voorbeeld:
(verb) haasten, spoeden, versnellen;
(noun) stroom, haast, spits;
(adjective) gehaast, overhaast
Voorbeeld: