Avatar of Vocabulary Set B2 - Letter O

Vocabulaireverzameling B2 - Letter O in Oxford 3000 - B2: Volledige en gedetailleerde lijst

De vocabulaireverzameling 'B2 - Letter O' in 'Oxford 3000 - B2' is zorgvuldig geselecteerd uit standaard internationale lesboekbronnen, helpt je de vocabulaire in korte tijd onder de knie te krijgen. Volledige compilatie van definities, illustratieve voorbeelden en standaarduitspraak...

Leer deze vocabulaireverzameling op Lingoland

Nu leren

obey

/oʊˈbeɪ/

(verb) gehoorzamen, opvolgen, reageren op

Voorbeeld:

All citizens must obey the law.
Alle burgers moeten de wet gehoorzamen.

object

/ˈɑːb.dʒɪkt/

(noun) voorwerp, object, doel;

(verb) bezwaar maken, tegenwerpen

Voorbeeld:

She picked up a strange object from the ground.
Ze raapte een vreemd voorwerp van de grond op.

objective

/əbˈdʒek.tɪv/

(noun) doel, objectief;

(adjective) objectief, onpartijdig

Voorbeeld:

Our main objective is to increase sales by 20%.
Ons belangrijkste doel is om de verkoop met 20% te verhogen.

obligation

/ˌɑː.bləˈɡeɪ.ʃən/

(noun) verplichting, plicht, gebondenheid

Voorbeeld:

He has a moral obligation to help his family.
Hij heeft een morele verplichting om zijn familie te helpen.

observation

/ˌɑːb.zɚˈveɪ.ʃən/

(noun) observatie, waarneming, opmerking

Voorbeeld:

Careful observation of the patient's symptoms is crucial for diagnosis.
Zorgvuldige observatie van de symptomen van de patiënt is cruciaal voor de diagnose.

observe

/əbˈzɝːv/

(verb) observeren, waarnemen, opmerken

Voorbeeld:

The police observed the suspect's movements.
De politie observeerde de bewegingen van de verdachte.

obtain

/əbˈteɪn/

(verb) verkrijgen, krijgen, gelden

Voorbeeld:

He managed to obtain a copy of the report.
Het is hem gelukt om een kopie van het rapport te verkrijgen.

occasionally

/əˈkeɪ.ʒən.əl.i/

(adverb) af en toe, incidenteel

Voorbeeld:

We occasionally go out for dinner on weekends.
We gaan af en toe uit eten in het weekend.

offence

/əˈfens/

(noun) misdrijf, overtreding, aanstoot

Voorbeeld:

He was charged with a serious offence.
Hij werd beschuldigd van een ernstig misdrijf.

offend

/əˈfend/

(verb) beledigen, kwetsen, overtreden

Voorbeeld:

His rude comments offended everyone in the room.
Zijn onbeschofte opmerkingen beledigden iedereen in de kamer.

offensive

/əˈfen.sɪv/

(adjective) beledigend, kwetsend, offensief;

(noun) offensief, aanval

Voorbeeld:

His remarks were highly offensive to the audience.
Zijn opmerkingen waren zeer beledigend voor het publiek.

official

/əˈfɪʃ.əl/

(adjective) officieel, ambtelijk, erkend;

(noun) functionaris, ambtenaar

Voorbeeld:

The mayor made an official announcement.
De burgemeester deed een officiële aankondiging.

opening

/ˈoʊp.nɪŋ/

(noun) opening, inauguratie, gat;

(adjective) openings-, eerste

Voorbeeld:

The opening of the new store attracted a large crowd.
De opening van de nieuwe winkel trok een grote menigte aan.

operate

/ˈɑː.pə.reɪt/

(verb) bedienen, exploiteren, werken

Voorbeeld:

Can you show me how to operate this new coffee machine?
Kunt u mij laten zien hoe ik deze nieuwe koffiemachine moet bedienen?

opponent

/əˈpoʊ.nənt/

(noun) tegenstander, opponent, bezwaarmaker

Voorbeeld:

He defeated his opponent in the final round.
Hij versloeg zijn tegenstander in de laatste ronde.

oppose

/əˈpoʊz/

(verb) zich verzetten tegen, tegenwerken, tegenover plaatsen

Voorbeeld:

Many people oppose the new policy.
Veel mensen verzetten zich tegen het nieuwe beleid.

opposed

/əˈpoʊzd/

(adjective) tegen, gekant

Voorbeeld:

Most people are opposed to the new tax.
De meeste mensen zijn tegen de nieuwe belasting.

opposition

/ˌɑː.pəˈzɪʃ.ən/

(noun) oppositie, weerstand, oppositiepartij

Voorbeeld:

There was strong opposition to the new policy.
Er was sterke oppositie tegen het nieuwe beleid.

organ

/ˈɔːr.ɡən/

(noun) orgaan, orgel, spreekbuis

Voorbeeld:

The heart is a vital organ.
Het hart is een vitaal orgaan.

origin

/ˈɔːr.ə.dʒɪn/

(noun) oorsprong, begin, bron

Voorbeeld:

The river's origin is in the mountains.
De oorsprong van de rivier ligt in de bergen.

otherwise

/ˈʌð.ɚ.waɪz/

(adverb) anders, overigens, verder;

(adjective) anders, afwijkend

Voorbeeld:

You need to study hard; otherwise, you will fail the exam.
Je moet hard studeren; anders zak je voor het examen.

outcome

/ˈaʊt.kʌm/

(noun) uitkomst, resultaat, gevolg

Voorbeeld:

The outcome of the election was a surprise to everyone.
De uitkomst van de verkiezingen was een verrassing voor iedereen.

outer

/ˈaʊ.t̬ɚ/

(adjective) buitenste, verder van het midden

Voorbeeld:

The outer layer of the coat is waterproof.
De buitenste laag van de jas is waterdicht.

outline

/ˈaʊt.laɪn/

(noun) schets, overzicht, hoofdlijnen;

(verb) schetsen, omlijnen, aftekenen

Voorbeeld:

He drew an outline of the proposed building.
Hij tekende een schets van het voorgestelde gebouw.

overall

/ˌoʊ.vɚˈɑːl/

(adjective) algemeen, totaal;

(adverb) over het algemeen, in het algemeen;

(noun) overall, tuinbroek

Voorbeeld:

The overall cost of the project was higher than expected.
De totale kosten van het project waren hoger dan verwacht.

owe

/oʊ/

(verb) verschuldigd zijn, schuld hebben aan, dank verschuldigd zijn

Voorbeeld:

I owe you twenty dollars for the concert ticket.
Ik ben je twintig dollar schuldig voor het concertkaartje.
Leer deze vocabulaireverzameling op Lingoland