Vocabulaireverzameling A1 - Letter M in Oxford 3000 - A1: Volledige en gedetailleerde lijst
De vocabulaireverzameling 'A1 - Letter M' in 'Oxford 3000 - A1' is zorgvuldig geselecteerd uit standaard internationale lesboekbronnen, helpt je de vocabulaire in korte tijd onder de knie te krijgen. Volledige compilatie van definities, illustratieve voorbeelden en standaarduitspraak...
Leer deze vocabulaireverzameling op Lingoland
Nu leren(noun) machine, apparaat, robot;
(verb) machinaal bewerken, bewerken
Voorbeeld:
(noun) tijdschrift, magazine, magazijn
Voorbeeld:
(adjective) belangrijkste, hoofd;
(noun) hoofdleiding, hoofdkabel
Voorbeeld:
(verb) maken, bereiden, doen;
(noun) makelij, merk
Voorbeeld:
(noun) man, mens;
(verb) bemannen, bezettent;
(exclamation) man
Voorbeeld:
(determiner) veel, menig;
(pronoun) velen, veel
Voorbeeld:
(noun) kaart;
(verb) karteren, in kaart brengen
Voorbeeld:
(verb) marcheren, lopen, gaan;
(noun) mars, optocht, maart
Voorbeeld:
(noun) markt;
(verb) op de markt brengen, vermarkten
Voorbeeld:
(adjective) getrouwd;
(past participle) getrouwd
Voorbeeld:
(noun) wedstrijd, match, lucifer;
(verb) overeenkomen, passen bij, matchen
Voorbeeld:
(modal verb) kunnen, mogen, wens;
(noun) mei
Voorbeeld:
(adverb) misschien, wellicht
Voorbeeld:
(pronoun) mij, me
Voorbeeld:
(noun) maaltijd, eten
Voorbeeld:
(verb) betekenen, bedoelen, van plan zijn;
(adjective) gemeen, vals, gierig;
(noun) gemiddelde
Voorbeeld:
(noun) betekenis, zin, waarde
Voorbeeld:
(noun) vlees, pit
Voorbeeld:
(verb) ontmoeten, voldoen aan, halen;
(noun) bijeenkomst, wedstrijd
Voorbeeld:
(noun) vergadering, bijeenkomst, ontmoeting;
(verb) ontmoetend, vergaderend
Voorbeeld:
(noun) lid, lichaamsdeel
Voorbeeld:
(noun) menukaart, menu
Voorbeeld:
(noun) bericht, boodschap, strekking;
(verb) berichten, een bericht sturen
Voorbeeld:
(noun) meter, teller, metrum;
(verb) meten, tellen
Voorbeeld:
(noun) middernacht;
(adjective) middernachtelijk
Voorbeeld:
(noun) mijl, lange weg, extra inspanning
Voorbeeld:
(noun) melk;
(verb) melken, uitmelken, uitbuiten
Voorbeeld:
(number) miljoen;
(noun) miljoenen, een zeer groot aantal
Voorbeeld:
(noun) minuut, ogenblik, moment;
(adjective) miniem, minuscuul
Voorbeeld:
(verb) missen, vermissen, verlangen naar;
(noun) mevrouw, juffrouw
Voorbeeld:
(noun) fout, vergissing;
(verb) verwarren, misverstaan
Voorbeeld:
(noun) model, maquette, mannequin;
(verb) modelleren, poseren, vormen
Voorbeeld:
(adjective) modern, hedendaags, geavanceerd
Voorbeeld:
(noun) moment, ogenblik, tijdstip
Voorbeeld:
(noun) maandag
Voorbeeld:
(noun) geld, vermogen, kapitaal
Voorbeeld:
(noun) maand
Voorbeeld:
(determiner) meer;
(adverb) meer;
(pronoun) meer
Voorbeeld:
(noun) ochtend, morgen;
(exclamation) goedemorgen
Voorbeeld:
(determiner) meeste, grootste deel;
(adverb) meest, het meest;
(pronoun) meeste, het meest
Voorbeeld:
(noun) moeder, oorsprong, bron;
(verb) bemoeien, verzorgen
Voorbeeld:
(noun) berg, hoop
Voorbeeld:
(noun) muis;
(verb) muizen, met de muis bewegen
Voorbeeld:
(noun) mond, monding, ingang;
(verb) uitspreken, zeggen
Voorbeeld:
(verb) bewegen, verplaatsen, verhuizen;
(noun) beweging, zet, verhuizing
Voorbeeld:
(noun) film, bioscoopfilm
Voorbeeld:
(determiner) veel;
(pronoun) veel;
(adverb) veel, erg
Voorbeeld:
(noun) mam, moeder, chrysant;
(adjective) zwijgzaam, stil
Voorbeeld:
(noun) museum
Voorbeeld:
(noun) muziek, bladmuziek, noten
Voorbeeld:
(modal verb) moeten, vast en zeker;
(noun) vereiste, must
Voorbeeld:
(determiner) mijn;
(exclamation) mijn hemel, jeetje
Voorbeeld: