Betekenis van het woord married in het Nederlands

Wat betekent married in het Engels? Ontdek de betekenis, uitspraak en specifiek gebruik van dit woord met Lingoland

married

US /ˈmer.id/
UK /ˈmær.id/
"married" picture

Bijvoeglijk Naamwoord

getrouwd

having a husband or wife; united in marriage

Voorbeeld:
They have been happily married for twenty years.
Ze zijn al twintig jaar gelukkig getrouwd.
Is she married or single?
Is ze getrouwd of vrijgezel?

Voltooid Deelwoord

getrouwd

past participle of marry

Voorbeeld:
They got married in a small ceremony.
Ze zijn getrouwd in een kleine ceremonie.
She was married to her childhood sweetheart.
Ze was getrouwd met haar jeugdliefde.