Vocabulaireverzameling C1 - Wetenschap kent geen grenzen! in Niveau C1: Volledige en gedetailleerde lijst
De vocabulaireverzameling 'C1 - Wetenschap kent geen grenzen!' in 'Niveau C1' is zorgvuldig geselecteerd uit standaard internationale lesboekbronnen, helpt je de vocabulaire in korte tijd onder de knie te krijgen. Volledige compilatie van definities, illustratieve voorbeelden en standaarduitspraak...
Leer deze vocabulaireverzameling op Lingoland
Nu leren(adjective) atomair, atoom-, minuscuul
Voorbeeld:
(noun) kern, centrum, hart
Voorbeeld:
(noun) band, verbinding, obligatie;
(verb) binden, hechten, een band opbouwen
Voorbeeld:
(verb) aanrekenen, in rekening brengen, aanklagen;
(noun) kosten, vergoeding, aanklacht
Voorbeeld:
(noun) dichtheid, massadichtheid
Voorbeeld:
(noun) zwaartekracht, gravitatie, ernst
Voorbeeld:
(noun) deeltje, spoor, subatomair deeltje;
(particle) partikel, voegwoord
Voorbeeld:
(noun) eigendom, bezit, pand
Voorbeeld:
(noun) instinct, oerdrift, intuïtie
Voorbeeld:
(noun) metabolisme, stofwisseling
Voorbeeld:
(adjective) evolutionair
Voorbeeld:
(adjective) biologisch, organisch, natuurlijk
Voorbeeld:
(noun) evolutie, ontwikkeling
Voorbeeld:
(noun) genoom
Voorbeeld:
(noun) mutatie, verandering, genetische verandering
Voorbeeld:
(noun) embryo, kiem, beginstadium
Voorbeeld:
(noun) hybride, mengsel, kruising;
(adjective) hybride, gemengd
Voorbeeld:
(noun) kloon, dubbelganger;
(verb) klonen, kopiëren, dupliceren
Voorbeeld:
(verb) reproduceren, namaken, zich voortplanten
Voorbeeld:
(noun) stimulus, prikkel, stimulans
Voorbeeld:
(noun) synthese, combinatie, samenvoeging
Voorbeeld:
(verb) versnellen, bespoedigen
Voorbeeld:
(verb) oplossen, ontbinden, opheffen
Voorbeeld:
(noun) zuur;
(adjective) zuur
Voorbeeld:
(noun) aluminium
Voorbeeld:
(noun) koper, koperkleur, agent;
(verb) verkoperen, met koper bedekken;
(adjective) koperen
Voorbeeld:
(noun) leiding, voorbeeld, voorsprong;
(verb) leiden, gidsen, aanvoeren
Voorbeeld:
(noun) dirigent, geleider, conducteur
Voorbeeld:
(noun) kristal, kristalglas;
(adjective) kristalhelder, doorzichtig
Voorbeeld:
(noun) buskruit
Voorbeeld:
(noun) dynamiet, krachtpatser, iets indrukwekkends;
(verb) dynamiteren, opblazen
Voorbeeld:
(noun) samenstelling, opbouw, compositie
Voorbeeld:
(verb) uitstoten, uitzenden, afgeven
Voorbeeld:
(noun) straal, lichtstraal, straaltje;
(verb) stralen, uitstralen
Voorbeeld:
(noun) laser;
(verb) laseren, met laser richten
Voorbeeld:
(noun) magneet, aantrekkingskracht
Voorbeeld:
(adjective) thermisch, warmte-, thermo;
(noun) thermieke, opstijgende luchtstroom
Voorbeeld:
(verb) comprimeren, samenpersen, drukken;
(noun) kompres, verband
Voorbeeld:
(noun) generator, stroomgenerator, schepper
Voorbeeld:
(verb) verdampen, vervliegen, verdwijnen
Voorbeeld:
(noun) vacuüm, stofzuiger;
(verb) stofzuigen
Voorbeeld:
(adjective) oneindig, grenzeloos;
(noun) het oneindige, oneindigheid
Voorbeeld: