Vocabulaireverzameling C1 - Ken je werkwoorden! (Deel 4) in Niveau C1: Volledige en gedetailleerde lijst
De vocabulaireverzameling 'C1 - Ken je werkwoorden! (Deel 4)' in 'Niveau C1' is zorgvuldig geselecteerd uit standaard internationale lesboekbronnen, helpt je de vocabulaire in korte tijd onder de knie te krijgen. Volledige compilatie van definities, illustratieve voorbeelden en standaarduitspraak...
Leer deze vocabulaireverzameling op Lingoland
Nu leren(verb) hechten, kleven, zich houden aan
Voorbeeld:
(verb) beweren, stellen
Voorbeeld:
(noun) eigenschap, kenmerk;
(verb) toeschrijven aan, wijten aan
Voorbeeld:
(verb) afwachten, wachten op
Voorbeeld:
(verb) barsten, knappen, uitbarsten;
(noun) uitbarsting, vlaag
Voorbeeld:
(verb) ophouden, stoppen
Voorbeeld:
(verb) kenmerken, karakteriseren, typeren
Voorbeeld:
(verb) berekenen, uitrekenen
Voorbeeld:
(verb) bedenken, voorstellen, begrijpen
Voorbeeld:
(noun) toonbank, balie, teller;
(verb) tegenwerken, weerleggen;
(adjective) tegen, strijdig met;
(adverb) tegen, in strijd met
Voorbeeld:
(verb) aanwijzen, benoemen, bestemmen
Voorbeeld:
(verb) onderscheiden, differentiëren, ontwikkelen
Voorbeeld:
(verb) weggooien, afdoen;
(noun) afvalproduct, afgedankte
Voorbeeld:
(verb) overzien, toezicht houden op
Voorbeeld:
(verb) veroordelen, aan de kaak stellen, aangeven
Voorbeeld:
(verb) oplossen, ontbinden, opheffen
Voorbeeld:
(verb) verheffen, optillen, bevorderen
Voorbeeld:
(verb) informeren, vragen, onderzoeken
Voorbeeld:
(verb) verminderen, afnemen, verkleinen
Voorbeeld:
(verb) intensiveren, versterken
Voorbeeld:
(verb) escaleren, stijgen, verhogen
Voorbeeld:
(verb) overdrijven
Voorbeeld:
(noun) supplement, aanvulling;
(verb) aanvullen, toevoegen
Voorbeeld:
(verb) formuleren, opstellen, bereiden
Voorbeeld:
(verb) verhogen, versterken, intensiveren
Voorbeeld:
(verb) verstoren, onderbreken, ontwrichten
Voorbeeld:
(verb) belemmeren, remmen, verhinderen
Voorbeeld:
(noun) licentie, vergunning, vrijheid;
(verb) licentiëren, vergunnen
Voorbeeld:
(verb) verwoesten, vernietigen, kapotmaken
Voorbeeld:
(verb) verplichten, dwingen, helpen
Voorbeeld:
(verb) obsederen, bezighouden
Voorbeeld:
(verb) volhouden, doorzetten, aanhouden
Voorbeeld:
(verb) vertellen, verhalen;
(noun) hertelling, nieuwe telling
Voorbeeld:
(verb) verlenen, geven, uitspreken
Voorbeeld:
(adjective) reserve, extra, mager;
(verb) missen, ontberen, sparen;
(noun) reserveonderdeel, reservewiel
Voorbeeld:
(verb) stabiliseren
Voorbeeld:
(verb) superviseren, toezicht houden op, begeleiden
Voorbeeld:
(verb) ondersteunen, steunen, handhaven
Voorbeeld:
(verb) beëindigen, afsluiten, ontslaan
Voorbeeld:
(noun) bevel, machtiging, garantie;
(verb) rechtvaardigen, noodzakelijk maken
Voorbeeld: