Vocabulaireverzameling C1 - Voel de Muziek! in Niveau C1: Volledige en gedetailleerde lijst
De vocabulaireverzameling 'C1 - Voel de Muziek!' in 'Niveau C1' is zorgvuldig geselecteerd uit standaard internationale lesboekbronnen, helpt je de vocabulaire in korte tijd onder de knie te krijgen. Volledige compilatie van definities, illustratieve voorbeelden en standaarduitspraak...
Leer deze vocabulaireverzameling op Lingoland
Nu leren(noun) afspeellijst, mediaspeellijst
Voorbeeld:
(adjective) akoestisch;
(noun) akoestische gitaar, akoestisch instrument
Voorbeeld:
(adjective) instrumenteel, behulpzaam, belangrijk;
(noun) instrumentaal stuk, instrumentale muziek
Voorbeeld:
(adjective) toonloos, vals, onmelodieus
Voorbeeld:
(noun) versterker
Voorbeeld:
(noun) jukebox, muziekautomaat
Voorbeeld:
(noun) synthesizer
Voorbeeld:
(noun) volkslied, hymne
Voorbeeld:
(noun) ballade, verhalend lied, sentimenteel lied
Voorbeeld:
(noun) doedelzak
Voorbeeld:
(noun) strik, lus, boog;
(verb) buigen, neigen, krommen
Voorbeeld:
(noun) touw, draad, snaar;
(verb) rijgen, ophangen, spannen
Voorbeeld:
(noun) harp;
(verb) hameren op, zeuren over
Voorbeeld:
(noun) percussie, slagwerk, slag
Voorbeeld:
(noun) messing, koperblazers, brutaliteit
Voorbeeld:
(noun) houtblazer, houtblazers
Voorbeeld:
(idiom) in overeenstemming, afgestemd, gestemd
Voorbeeld:
(noun) concert, concerto
Voorbeeld:
(noun) duo, tweetal
Voorbeeld:
(noun) staaf, balk, spijl;
(verb) versperren, verbieden, uitsluiten
Voorbeeld:
(noun) sleutel, cruciaal;
(adjective) cruciaal, essentieel
Voorbeeld:
(noun) toonhoogte, worp, gooi;
(verb) gooien, werpen, opzetten
Voorbeeld:
(noun) schaal, omvang, schub;
(verb) beklimmen, bestijgen, schubben
Voorbeeld:
(noun) harmonie, overeenstemming
Voorbeeld:
(noun) symfonie, harmonie, samenspel
Voorbeeld:
(noun) melodie, wijsje
Voorbeeld:
(noun) beweging, deel
Voorbeeld:
(verb) improviseren, uit de mouw schudden, uitvinden
Voorbeeld:
(noun) beek, stroom, vloed;
(verb) stromen, vloeien, streamen
Voorbeeld:
(verb) brommen, zoemen, neuriën;
(noun) gezoem, geruis
Voorbeeld:
(noun) fluit, fluitsignaal;
(verb) fluiten
Voorbeeld:
(noun) evangelie, leer, geloofsleer
Voorbeeld:
(noun) dip, depressie, funk;
(verb) terugdeinzen, ontwijken
Voorbeeld:
(noun) ziel, gevoel, passie
Voorbeeld:
(noun) samba, sambamuziek;
(verb) samba dansen
Voorbeeld:
(noun) tango, tango (letter T in fonetisch alfabet);
(verb) tango dansen
Voorbeeld: