Vocabulaireverzameling B2 - Je zou naar de sportschool moeten gaan! in Niveau B2: Volledige en gedetailleerde lijst
De vocabulaireverzameling 'B2 - Je zou naar de sportschool moeten gaan!' in 'Niveau B2' is zorgvuldig geselecteerd uit standaard internationale lesboekbronnen, helpt je de vocabulaire in korte tijd onder de knie te krijgen. Volledige compilatie van definities, illustratieve voorbeelden en standaarduitspraak...
Leer deze vocabulaireverzameling op Lingoland
Nu leren(noun) aerobics
Voorbeeld:
(adjective) atletisch, sportief
Voorbeeld:
(noun) kleedkamer, kleedkamersfeer, informele sfeer
Voorbeeld:
(noun) halter, barbell
Voorbeeld:
(noun) halter, dumbell, domoor
Voorbeeld:
(noun) crosstrainer, sportschoen
Voorbeeld:
(noun) rekstok, horizontale balk
Voorbeeld:
(noun) springtouw;
(verb) touwtjespringen
Voorbeeld:
(noun) mat, vloerkleed, klit;
(verb) verfilten, klitten;
(adjective) verfilmd, geklit
Voorbeeld:
(noun) multigym, krachtstation
Voorbeeld:
(noun) voltigetoestel, paard met bogen
Voorbeeld:
(noun) roeimachine, roeitrainer
Voorbeeld:
(noun) boksbal, punching bag, zondebok
Voorbeeld:
(noun) trampoline
Voorbeeld:
(noun) loopband, tredmolen, sleurgang
Voorbeeld:
(verb) stuiteren, terugkaatsen, springen;
(noun) stuiter, terugkaatsing, opleving
Voorbeeld:
(verb) huppelen, springen, wippen;
(noun) sprong, hupje, vlucht
Voorbeeld:
(verb) strekken, uitrekken, rekken;
(noun) rek, strekking, stuk
Voorbeeld:
(verb) versterken, aansterken
Voorbeeld:
(verb) hurken, neerhurken, kraken;
(noun) hurkzit, squat, kraakpand;
(adjective) gedrongen, laag en breed
Voorbeeld:
(noun) zweet;
(verb) zweten, zwoegen, hard werken
Voorbeeld:
(noun) optrekoefening, kin-up
Voorbeeld:
(noun) opdruk, push-up
Voorbeeld:
(noun) sit-up, buikspieroefening
Voorbeeld:
(noun) jumping jack, spreid-sluit sprong
Voorbeeld:
(noun) massage;
(verb) masseren, manipuleren
Voorbeeld:
(noun) spiergeheugen
Voorbeeld:
(noun) sixpack, zespak, buikspieren
Voorbeeld:
(noun) vechtsport, krijgskunst
Voorbeeld:
(noun) gewichtheffen, krachttraining
Voorbeeld:
(phrasal verb) trainen, sporten, oplossen
Voorbeeld:
(noun) pas, stap, tempo;
(verb) ijlen, wandelen, afmeten
Voorbeeld:
(phrasal verb) wegbranden, afbranden, verbranden
Voorbeeld:
(noun) kleedkamer, paskamer
Voorbeeld: