Vocabulaireverzameling B2 - Wet is Wet! in Niveau B2: Volledige en gedetailleerde lijst
De vocabulaireverzameling 'B2 - Wet is Wet!' in 'Niveau B2' is zorgvuldig geselecteerd uit standaard internationale lesboekbronnen, helpt je de vocabulaire in korte tijd onder de knie te krijgen. Volledige compilatie van definities, illustratieve voorbeelden en standaarduitspraak...
Leer deze vocabulaireverzameling op Lingoland
Nu leren(noun) verslag, beschrijving, rekening;
(verb) beschouwen, verklaren
Voorbeeld:
(verb) beschuldigen, aanklagen, verwijten
Voorbeeld:
(noun) uitdaging, uitnodiging tot strijd, moeilijkheid;
(verb) uitdagen, betwisten, in twijfel trekken
Voorbeeld:
(noun) verdachte;
(verb) vermoeden, argwaan hebben, aannemen;
(adjective) verdacht
Voorbeeld:
(noun) geval, koffer, doos;
(verb) verpakken, inpakken, observeren
Voorbeeld:
(noun) rechtbank, gerechtshof, baan;
(verb) versieren, winnen
Voorbeeld:
(noun) familierechtbank
Voorbeeld:
(noun) jury
Voorbeeld:
(noun) rechtszaak, proces, proef;
(verb) testen, uitproberen
Voorbeeld:
(noun) gerechtigheid, rechtvaardigheid, justitie
Voorbeeld:
(noun) onrecht, onrechtvaardigheid, onrechtvaardige daad
Voorbeeld:
(adjective) streng, strik, strikt
Voorbeeld:
(adjective) juridisch, wettelijk, legaal
Voorbeeld:
(adverb) wettelijk, legaal, juridisch
Voorbeeld:
(adjective) geldig, gegrond, redelijk
Voorbeeld:
(noun) regelgeving, voorschrift, reglement
Voorbeeld:
(noun) concept, ontwerp, tocht;
(verb) opstellen, ontwerpen, selecteren
Voorbeeld:
(noun) rechter, beoordelaar, kenner;
(verb) beoordelen, oordelen, schatten
Voorbeeld:
(noun) oordeel, oordeelsvermogen, uitspraak
Voorbeeld:
(noun) autoriteit, bevoegdheid, overheid
Voorbeeld:
(noun) inspecteur, controleur, inspecteur van politie
Voorbeeld:
(noun) zin, deelzin, clausule
Voorbeeld:
(verb) beweren, aanspraak maken op, opeisen;
(noun) bewering, claim, aanspraak
Voorbeeld:
(noun) rekening, factuur, wetsvoorstel;
(verb) factureren, rekening sturen, aankondigen
Voorbeeld:
(noun) actie, handeling
Voorbeeld:
(verb) een beroep doen op, oproep, aanspreken;
(noun) oproep, verzoek, aantrekkingskracht
Voorbeeld:
(noun) borgtocht, schepemmer, hoosvat;
(verb) op borgtocht vrijlaten, hozen, leegscheppen
Voorbeeld:
(adjective) kort, bondig, beknopt;
(noun) briefing, instructie, slip;
(verb) briefen, informeren
Voorbeeld:
(verb) aanrekenen, in rekening brengen, aanklagen;
(noun) kosten, vergoeding, aanklacht
Voorbeeld:
(verb) verdedigen, beschermen, pleiten voor
Voorbeeld:
(noun) map, dossier, bestand;
(verb) archiveren, ordenen, indienen
Voorbeeld:
(noun) kwestie, probleem, punt;
(verb) uitgeven, uitreiken, verstrekken
Voorbeeld:
(verb) verbieden, verhinderen
Voorbeeld:
(noun) verbod, prohibitie, Drooglegging
Voorbeeld:
(verb) proberen, uitproberen, testen;
(noun) poging, proef
Voorbeeld:
(noun) stoel, voorzitter, leider;
(verb) voorzitten, leiden
Voorbeeld:
(verb) breken, stukmaken, onderbreken;
(noun) pauze, onderbreking, uitbraak
Voorbeeld:
(phrasal verb) ontsnappen, wegkomen, op vakantie gaan
Voorbeeld:
(verb) vereisen, nodig hebben, verplichten
Voorbeeld: