Vocabulaireverzameling B2 - Wees de Verandering! in Niveau B2: Volledige en gedetailleerde lijst
De vocabulaireverzameling 'B2 - Wees de Verandering!' in 'Niveau B2' is zorgvuldig geselecteerd uit standaard internationale lesboekbronnen, helpt je de vocabulaire in korte tijd onder de knie te krijgen. Volledige compilatie van definities, illustratieve voorbeelden en standaarduitspraak...
Leer deze vocabulaireverzameling op Lingoland
Nu leren(phrasal verb) verklaren, verantwoorden, uitmaken
Voorbeeld:
(verb) veranderen, aanpassen
Voorbeeld:
(verb) ontstaan, opkomen, opstaan
Voorbeeld:
(verb) stimuleren, vergroten, omhoog helpen;
(noun) impuls, stimulans
Voorbeeld:
(phrasal verb) opbouwen, versterken, ophemelen
Voorbeeld:
(verb) klimmen, stijgen, moeizaam klimmen;
(noun) klim, beklimming
Voorbeeld:
(verb) bijdragen, schenken, bijdragen aan
Voorbeeld:
(noun) bijdrage, schenking, aandeel
Voorbeeld:
(verb) weigeren, afwijzen, dalen;
(noun) daling, afname, neergang
Voorbeeld:
(verb) verbeteren, vergroten, versterken
Voorbeeld:
(verb) verlengen, uitbreiden, aanbieden
Voorbeeld:
(verb) verkrijgen, winnen, opdoen;
(noun) winst, voordeel, toename
Voorbeeld:
(verb) springen, hossen, schieten;
(noun) sprong, hup, stijging
Voorbeeld:
(verb) verlagen, neerlaten, verminderen;
(adjective) lager, minder hoog
Voorbeeld:
(verb) aanpassen, wijzigen, beschrijven
Voorbeeld:
(noun) berg, heuvel;
(verb) beklimmen, bestijgen, bevestigen
Voorbeeld:
(verb) vermenigvuldigen, toenemen
Voorbeeld:
(verb) herstellen, bijkomen, terugvinden
Voorbeeld:
(noun) trekker, ontspanner, trigger;
(verb) activeren, veroorzaken, uitlokken
Voorbeeld:
(noun) expansie, uitbreiding, vergroting
Voorbeeld:
(noun) implicatie, gevolgtrekking, strekking
Voorbeeld:
(noun) middel, wijze, middelen;
(verb) betekenen, bedoelen, van plan zijn
Voorbeeld:
(noun) uitkomst, resultaat, gevolg
Voorbeeld:
(noun) product, artikel, uitkomst
Voorbeeld:
(noun) vermindering, reductie, afname
Voorbeeld:
(noun) wortel, oorzaak, grondslag;
(verb) wortelen, zich vestigen, doen wortelen
Voorbeeld:
(adjective) verantwoordelijk, verantwoordelijk voor, oorzaak van
Voorbeeld:
(adverb) bijgevolg, daardoor, zodoende
Voorbeeld:
(adverb) steeds, meer en meer
Voorbeeld:
(adjective) levensveranderend
Voorbeeld:
(adjective) significant, belangrijk, aanzienlijk
Voorbeeld:
(adverb) aanzienlijk, significant, opmerkelijk
Voorbeeld:
(adjective) volgend, daaropvolgend;
(noun) aanhang, volgers, publiek;
(preposition) na, volgend op
Voorbeeld:
(adverb) vandaar, daarom, dus
Voorbeeld:
(adverb) dus, daarom, zodoende
Voorbeeld: