Betekenis van het woord fall in het Nederlands

Wat betekent fall in het Engels? Ontdek de betekenis, uitspraak en specifiek gebruik van dit woord met Lingoland

fall

US /fɑːl/
UK /fɔːl/
"fall" picture

Werkwoord

1.

vallen

move downward, typically rapidly and freely without control, from a higher to a lower level

Voorbeeld:
The apple fell from the tree.
De appel viel van de boom.
He tripped and fell down the stairs.
Hij struikelde en viel van de trap.
2.

dalen, afnemen

decrease in amount, extent, or intensity

Voorbeeld:
Temperatures are expected to fall sharply tonight.
De temperaturen zullen naar verwachting vannacht sterk dalen.
Sales have fallen by 10% this quarter.
De verkoop is dit kwartaal met 10% gedaald.
3.

vallen, instorten

be overthrown or captured

Voorbeeld:
The city finally fell after a long siege.
De stad viel uiteindelijk na een lang beleg.
The government is expected to fall soon.
De regering zal naar verwachting spoedig vallen.
Antoniem:

Zelfstandig Naamwoord

1.

val, daling

an act of falling or collapsing

Voorbeeld:
He had a bad fall and broke his arm.
Hij maakte een lelijke val en brak zijn arm.
The fall of the Berlin Wall was a historic event.
De val van de Berlijnse Muur was een historische gebeurtenis.
2.

herfst, najaar

the season of autumn

Voorbeeld:
The leaves turn beautiful colors in the fall.
De bladeren krijgen prachtige kleuren in de herfst.
We're planning a trip for next fall.
We plannen een reis voor volgend najaar.
Synoniem: