Vocabulaireverzameling Fonetiek 2 in Taal: Volledige en gedetailleerde lijst
De vocabulaireverzameling 'Fonetiek 2' in 'Taal' is zorgvuldig geselecteerd uit standaard internationale lesboekbronnen, helpt je de vocabulaire in korte tijd onder de knie te krijgen. Volledige compilatie van definities, illustratieve voorbeelden en standaarduitspraak...
Leer deze vocabulaireverzameling op Lingoland
Nu leren(adjective) palataal, verhemelte-;
(noun) palataal, palatale klank
Voorbeeld:
(noun) telefoon;
(verb) bellen, telefoneren
Voorbeeld:
(noun) foneem
Voorbeeld:
(noun) fonetiek
Voorbeeld:
(noun) toonhoogte, worp, gooi;
(verb) gooien, werpen, opzetten
Voorbeeld:
(noun) plosief, stopklank;
(adjective) plosief
Voorbeeld:
(noun) hoofdklemtoon, primaire klemtoon
Voorbeeld:
(noun) prosodie, versleer, spraakmelodie
Voorbeeld:
(adjective) rotisch
Voorbeeld:
(verb) rollen, draaien, walsen;
(noun) rol, broodje
Voorbeeld:
(adjective) afgerond, rond, uitgebreid
Voorbeeld:
(noun) schwa
Voorbeeld:
(noun) secundaire klemtoon
Voorbeeld:
(adjective) sissend, fluisterend;
(noun) sibilant, sisklank
Voorbeeld:
(adjective) zacht, stil, mild;
(adverb) zachtjes, voorzichtig
Voorbeeld:
(noun) stress, spanning, klemtoon;
(verb) benadrukken, beklemtonen, stressen
Voorbeeld:
(adjective) gestrest, gespannen;
(past participle) benadrukt, geaccentueerd
Voorbeeld:
(noun) klemtoonteken
Voorbeeld:
(adjective) stress-timed, klemtoon-getimed
Voorbeeld:
(adjective) syllabisch
Voorbeeld:
(noun) lettergreep
Voorbeeld:
(adjective) syllabe-getimed, lettergreep-getimed
Voorbeeld:
(noun) doorn, doorn in het oog, bron van ergernis
Voorbeeld:
(noun) timbre, klankkleur
Voorbeeld:
(noun) toon, klank, sfeer;
(verb) een toon geven, temperen, aanpassen
Voorbeeld:
(noun) triller, getril;
(verb) trillen, rollen
Voorbeeld:
(noun) umlaut
Voorbeeld:
(adjective) ongerond
Voorbeeld:
(adjective) onuitgesproken, niet geuit, stemloos
Voorbeeld:
(noun) uvulaire klank;
(adjective) uvulair
Voorbeeld:
(adjective) velair, zacht gehemelte;
(noun) velaar
Voorbeeld:
(noun) stem, inspraak;
(verb) uiten, uitspreken
Voorbeeld:
(adjective) geuit, uitgesproken, stemhebbend;
(verb) uiten, uitspreken
Voorbeeld:
(adjective) stemloos, zwijgend, machteloos
Voorbeeld:
(noun) klinker
Voorbeeld: