Vocabulaireverzameling Keukengerei in Bereiding van voedsel en drank: Volledige en gedetailleerde lijst
De vocabulaireverzameling 'Keukengerei' in 'Bereiding van voedsel en drank' is zorgvuldig geselecteerd uit standaard internationale lesboekbronnen, helpt je de vocabulaire in korte tijd onder de knie te krijgen. Volledige compilatie van definities, illustratieve voorbeelden en standaarduitspraak...
Leer deze vocabulaireverzameling op Lingoland
Nu leren(noun) dunschiller, schiller, politieagent
Voorbeeld:
(noun) brandbrander, soldeerbrander
Voorbeeld:
(noun) flesopener, bieropener
Voorbeeld:
(noun) broodmes
Voorbeeld:
(noun) kaasdoek
Voorbeeld:
(noun) hakbijl, vleesbijl
Voorbeeld:
(noun) vergiet
Voorbeeld:
(noun) kurkentrekker, spiraal, kurkentrekkerbeweging;
(verb) spiraalsgewijs bewegen, zich een weg banen;
(adjective) spiraalvormig, kurkentrekkerachtig
Voorbeeld:
(noun) snijplank
Voorbeeld:
(noun) eierwekker
Voorbeeld:
(noun) visspatel, vislepel
Voorbeeld:
(noun) spatel
Voorbeeld:
(noun) zeef, bloemzeef
Voorbeeld:
(noun) molen, fabriek, bedrijf;
(verb) malen, vermalen, frezen
Voorbeeld:
(noun) trechter, schoorsteen;
(verb) trechteren, leiden
Voorbeeld:
(noun) knoflookpers
Voorbeeld:
(noun) rasp
Voorbeeld:
(noun) vergiet, zeef
Voorbeeld:
(noun) pollepel;
(verb) scheppen, opscheppen
Voorbeeld:
(noun) ruimer, citruspers
Voorbeeld:
(noun) pers, sapcentrifuge, knijper
Voorbeeld:
(noun) maatbeker
Voorbeeld:
(verb) schillen, pellen, bladderen;
(noun) schil, schillen
Voorbeeld:
(noun) pepermolen
Voorbeeld:
(noun) pannenlap
Voorbeeld:
(noun) deegroller
Voorbeeld:
(noun) schaal, omvang, schub;
(verb) beklimmen, bestijgen, schubben
Voorbeeld:
(noun) zeef, iemand die niets kan onthouden;
(verb) zeven, filteren
Voorbeeld:
(noun) spin, spinnenmoersleutel
Voorbeeld:
(noun) blikopener
Voorbeeld:
(noun) touw, bindtouw;
(verb) ineendraaien, wikkelen
Voorbeeld:
(noun) garde;
(verb) kloppen, garde, snel verplaatsen
Voorbeeld:
(noun) zester, citrusrasp
Voorbeeld:
(noun) blikopener
Voorbeeld:
(noun) theezeefje, theefilter
Voorbeeld:
(noun) ovenwant
Voorbeeld:
(noun) kaasplank
Voorbeeld:
(noun) snijplank
Voorbeeld:
(noun) afdruiprek, afwasrek
Voorbeeld:
(noun) broodplank, breadboard, experimenteerprintplaat
Voorbeeld:
(noun) gereedschap, werktuig, gerei
Voorbeeld:
(noun) mandoline
Voorbeeld:
(noun) koffiepot
Voorbeeld:
(noun) stamper, pureestamper, versierder
Voorbeeld:
(noun) timer, tijdklok, tijdwaarnemer
Voorbeeld:
(noun) pureeknijper, aardappelpers, ricer (slang, denigrerend)
Voorbeeld:
(noun) spiraalsnijder, spiralizer
Voorbeeld:
(noun) koekjesvorm, uitsteekvormpje;
(adjective) standaard, uniform, eentonig
Voorbeeld: