Avatar of Vocabulary Set Naaiwerk

Vocabulaireverzameling Naaiwerk in Kunst en handwerk: Volledige en gedetailleerde lijst

De vocabulaireverzameling 'Naaiwerk' in 'Kunst en handwerk' is zorgvuldig geselecteerd uit standaard internationale lesboekbronnen, helpt je de vocabulaire in korte tijd onder de knie te krijgen. Volledige compilatie van definities, illustratieve voorbeelden en standaarduitspraak...

Leer deze vocabulaireverzameling op Lingoland

Nu leren

appliqué

/ˈæp.lə.keɪ/

(noun) applicatie, opnaaiwerk;

(verb) appliceren, opnaaien

Voorbeeld:

The quilt featured a beautiful floral appliqué.
De quilt had een prachtig bloemenapplicatie.

Bargello

/bɑːrˈdʒel.oʊ/

(noun) Bargello, Bargello borduurwerk

Voorbeeld:

She spent hours working on her intricate Bargello cushion cover.
Ze besteedde uren aan haar ingewikkelde Bargello kussenhoes.

bobbin

/ˈbɑː.bɪn/

(noun) spoel, klos

Voorbeeld:

She loaded a fresh bobbin into the sewing machine.
Ze laadde een nieuwe spoel in de naaimachine.

chain stitch

/ˈtʃeɪn ˌstɪtʃ/

(noun) kettingsteek

Voorbeeld:

She used a chain stitch to embroider the border of the tablecloth.
Ze gebruikte een kettingsteek om de rand van het tafelkleed te borduren.

reel

/riːl/

(noun) spoel, rol, reel;

(verb) wankelen, slingeren, binnenhalen

Voorbeeld:

The fishing line was wound tightly on the reel.
De vislijn was strak op de molen gewonden.

crochet

/kroʊˈʃeɪ/

(noun) haakwerk, haken;

(verb) haken

Voorbeeld:

She spent hours on her crochet project, making a beautiful blanket.
Ze besteedde uren aan haar haakproject, waarbij ze een prachtige deken maakte.

cross-stitch

/ˈkrɔːs.stɪtʃ/

(noun) kruissteek;

(verb) kruissteek borduren

Voorbeeld:

She spent hours working on her intricate cross-stitch project.
Ze besteedde uren aan haar ingewikkelde kruissteek project.

darning

/ˈdɑːr.nɪŋ/

(noun) stoppen, verstellen;

(verb) stoppend, verstellend

Voorbeeld:

She spent the evening doing some darning on her socks.
Ze bracht de avond door met wat stoppen aan haar sokken.

embroider

/ɪmˈbrɔɪ.dɚ/

(verb) borduren, verfraaien met borduurwerk, verfraaien

Voorbeeld:

She decided to embroider a floral design on the cushion cover.
Ze besloot een bloemmotief op de kussenhoes te borduren.

embroidery

/ɪmˈbrɔɪ.dɚ.i/

(noun) borduurwerk, borduren, geborduurd stuk

Voorbeeld:

She spent hours on the delicate embroidery of the tablecloth.
Ze besteedde uren aan het delicate borduurwerk van het tafelkleed.

eye

/aɪ/

(noun) oog, opening;

(verb) bekijken, observeren

Voorbeeld:

She has beautiful blue eyes.
Ze heeft prachtige blauwe ogen.

knitting

/ˈnit̬.ɪŋ/

(noun) breien, breiwerk, gebreide stof

Voorbeeld:

She enjoys knitting in her free time.
Ze geniet van breien in haar vrije tijd.

needle

/ˈniː.dəl/

(noun) naald, wijzer, dennennaald;

(verb) prikkelen, plagen

Voorbeeld:

She threaded the needle with blue yarn.
Ze reeg de blauwe draad door de naald.

needlepoint

/ˈniː.dəl.pɔɪnt/

(noun) naaldwerk, borduurwerk

Voorbeeld:

She spent hours working on her intricate needlepoint project.
Ze bracht uren door met haar ingewikkelde naaldwerk project.

patchwork

/ˈpætʃ.wɝːk/

(noun) patchwork, lapjeswerk, lappendeken;

(adjective) lappendeken, gevarieerd

Voorbeeld:

She made a beautiful quilt using a patchwork technique.
Ze maakte een prachtige quilt met een patchworktechniek.

pin

/pɪn/

(noun) speld, pin, pen;

(verb) vastspelden, vastmaken, vastzetten

Voorbeeld:

She used a pin to hold the fabric in place.
Ze gebruikte een speld om de stof op zijn plaats te houden.

pincushion

/ˈpɪnˌkʊʃ.ən/

(noun) speldenkussen, speldenkussen (figuurlijk)

Voorbeeld:

She kept her sewing needles organized in a pretty pincushion.
Ze bewaarde haar naainaalden georganiseerd in een mooi speldenkussen.

pinhead

/ˈpɪn.hed/

(noun) speldenknop, kleinigheid, onbeduidend iets

Voorbeeld:

The tiny diamond was no bigger than a pinhead.
De kleine diamant was niet groter dan een speldenknop.

sampler

/ˈsæm.plɚ/

(noun) proeverij, selectie, borduurwerk

Voorbeeld:

The restaurant offered a sampler of their most popular appetizers.
Het restaurant bood een proeverij van hun populairste voorgerechten aan.

sewing

/ˈsoʊ.ɪŋ/

(noun) naaien, naaiwerk;

(verb) naaiend, naaien

Voorbeeld:

She enjoys sewing in her free time.
Ze geniet van naaien in haar vrije tijd.

smocking

/ˈsmɑː.kɪŋ/

(noun) smocking, sierplooien

Voorbeeld:

The baby's dress had delicate smocking on the bodice.
De babyjurk had delicate smocking op het lijfje.

stitch

/stɪtʃ/

(noun) steek, hechting, zijsteek;

(verb) naaien, hechten

Voorbeeld:

She carefully made each stitch on the quilt.
Ze maakte elke steek zorgvuldig op de quilt.

tapestry

/ˈtæp.ə.stri/

(noun) wandtapijt, tapisserie, tapijt

Voorbeeld:

The ancient castle was adorned with beautiful tapestries.
Het oude kasteel was versierd met prachtige wandtapijten.

thimble

/ˈθɪm.bəl/

(noun) vingerhoed

Voorbeeld:

She used a thimble to protect her finger while mending the torn fabric.
Ze gebruikte een vingerhoed om haar vinger te beschermen tijdens het repareren van de gescheurde stof.

thread

/θred/

(noun) draad, discussie;

(verb) rijgen, inrijgen

Voorbeeld:

She used a needle and thread to mend the torn shirt.
Ze gebruikte een naald en draad om het gescheurde shirt te repareren.

cast off

/kæst ˈɔːf/

(phrasal verb) afwerpen, zich ontdoen van, losgooien

Voorbeeld:

The snake cast off its old skin.
De slang wierp zijn oude huid af.

cast on

/kæst ɑːn/

(phrasal verb) opzetten

Voorbeeld:

I need to cast on 60 stitches for this scarf.
Ik moet 60 steken opzetten voor deze sjaal.

knitting needle

/ˈnɪt.ɪŋ ˌniː.dəl/

(noun) breinaald

Voorbeeld:

She picked up her yarn and knitting needles to start a new scarf.
Ze pakte haar garen en breinaalden om een nieuwe sjaal te beginnen.

ribbing

/ˈrɪb.ɪŋ/

(noun) ribbeling, ribben, plagerij

Voorbeeld:

The sweater had a distinct vertical ribbing.
De trui had een duidelijke verticale ribbeling.
Leer deze vocabulaireverzameling op Lingoland