Vocabulaireverzameling Overeenkomst 4 in Overeenkomst: Volledige en gedetailleerde lijst
De vocabulaireverzameling 'Overeenkomst 4' in 'Overeenkomst' is zorgvuldig geselecteerd uit standaard internationale lesboekbronnen, helpt je de vocabulaire in korte tijd onder de knie te krijgen. Volledige compilatie van definities, illustratieve voorbeelden en standaarduitspraak...
Leer deze vocabulaireverzameling op Lingoland
Nu leren(noun) pact, verbond
Voorbeeld:
(noun) feest, partij, groep;
(verb) feesten, partij vieren
Voorbeeld:
(phrasal verb) opknappen, lappen, bijleggen
Voorbeeld:
(adjective) zeker, positief, duidelijk;
(noun) positief, dia
Voorbeeld:
(adverb) positief, zeker, absoluut
Voorbeeld:
(idiom) olie op de golven gieten, de gemoederen bedaren
Voorbeeld:
(adverb) precies, nauwkeurig, juist
Voorbeeld:
(noun) huwelijkse voorwaarden, prenuptiaal akkoord
Voorbeeld:
(noun) protocol, procedure, regels;
(verb) protocolleren, opstellen
Voorbeeld:
(noun) voorwaarde, bepaling, clausule
Voorbeeld:
(phrasal verb) opzij zetten, sparen, reserveren
Voorbeeld:
(adverb) helemaal, volkomen, redelijk
Voorbeeld:
(noun) bekrachtiging, ratificatie
Voorbeeld:
(verb) ratificeren, bekrachtigen
Voorbeeld:
(verb) heroriënteren, opnieuw afstemmen, herstellen
Voorbeeld:
(noun) heroriëntatie, herschikking, hergroepering
Voorbeeld:
(verb) verzoenen, verzoening bewerkstelligen, verenigen
Voorbeeld:
(noun) verzoening, afstemming, vergelijking
Voorbeeld:
(noun) resolutie, voornemen, oplossing
Voorbeeld:
(verb) oplossen, verhelpen, besluiten;
(noun) vastberadenheid, besluit
Voorbeeld:
(adjective) juist, correct, rechts;
(adverb) rechts, meteen, direct;
(noun) recht, rechten, rechts;
(verb) rechtop zetten, corrigeren;
(interjection) oké, toch
Voorbeeld:
(noun) afdichting, zegel, stempel;
(verb) verzegelen, afdichten, bezegelen
Voorbeeld:
(verb) regelen, oplossen, vestigen;
(noun) nederzetting, kolonie, schikking
Voorbeeld:
(noun) schikking, regeling, nederzetting
Voorbeeld:
(idiom) schouder aan schouder, zij aan zij
Voorbeeld:
(phrasal verb) partij kiezen voor, steunen
Voorbeeld:
(noun) bord, teken, aanwijzing;
(verb) ondertekenen, tekenen, gebaren
Voorbeeld:
(noun) ondertekenaar, partij;
(adjective) ondertekenend, partij bij
Voorbeeld:
(phrasal verb) aantreden, tekenen, beginnen met werken
Voorbeeld:
(phrasal verb) aanmelden, inschrijven
Voorbeeld:
(adjective) vast, massief, solide;
(noun) vaste stof, vaste delen;
(adverb) effen, stevig
Voorbeeld:
(noun) solidariteit, eenheid
Voorbeeld:
(idiom) opstaan en mee tellen, je mening uiten
Voorbeeld:
(noun) inzending, indiening, onderwerping
Voorbeeld:
(adverb) vast, zeker, ongetwijfeld
Voorbeeld:
(adjective) meelevend, begripvol, sympathiek
Voorbeeld:
(adverb) meelevend, begripvol
Voorbeeld:
(verb) sympathiseren, meeleven, sympathiseren met
Voorbeeld: