Vocabulaireverzameling 800 punten in Dag 22 - Een spoedvergadering: Volledige en gedetailleerde lijst
De vocabulaireverzameling '800 punten' in 'Dag 22 - Een spoedvergadering' is zorgvuldig geselecteerd uit standaard internationale lesboekbronnen, helpt je de vocabulaire in korte tijd onder de knie te krijgen. Volledige compilatie van definities, illustratieve voorbeelden en standaarduitspraak...
Leer deze vocabulaireverzameling op Lingoland
Nu leren(phrase) een grote opkomst, een talrijke aanwezigheid
Voorbeeld:
(phrase) een conferentie bijwonen, naar een conferentie gaan
Voorbeeld:
(noun) zakelijke kleding, bedrijfskleding
Voorbeeld:
(noun) telefonische vergadering, conference call
Voorbeeld:
(noun) conventie, congres, gebruik
Voorbeeld:
(adjective) face-to-face, persoonlijk;
(adverb) face-to-face, persoonlijk
Voorbeeld:
(noun) filmbeelden, filmmateriaal
Voorbeeld:
(phrase) een afspraak maken, een afspraak krijgen
Voorbeeld:
(idiom) weer contact opnemen, opnieuw in contact komen
Voorbeeld:
(idiom) contact opnemen met, in contact komen met
Voorbeeld:
(phrase) een presentatie geven
Voorbeeld:
(phrase) discussiëren, een gesprek voeren
Voorbeeld:
(noun) keynote speech, hoofdlezing
Voorbeeld:
(noun) keynote spreker, hoofdspreker
Voorbeeld:
(phrase) een toespraak houden, een redevoering houden
Voorbeeld:
(collocation) aanpassingen maken, bijstellen
Voorbeeld:
(phrasal verb) rondgeven, doorsturen, rondgaan
Voorbeeld:
(phrasal verb) flauwvallen, bewustzijn verliezen, uitdelen
Voorbeeld:
(idiom) een bod uitbrengen, een bod doen
Voorbeeld:
(idiom) een vergadering leiden, een vergadering voorzitten
Voorbeeld:
(phrase) een afspraak maken, een afspraak plannen
Voorbeeld:
(phrasal verb) luider spreken, je stem verheffen, je uitspreken
Voorbeeld:
(phrasal verb) staren in, turen in
Voorbeeld:
(phrasal verb) opschrijven, noteren, afbreken
Voorbeeld:
(phrase) aantekeningen maken, notities maken
Voorbeeld:
(phrasal verb) deelnemen aan, meedoen aan
Voorbeeld:
(noun) visueel hulpmiddel, beeldmateriaal
Voorbeeld:
(adjective) conventioneel, gebruikelijk, doorsnee
Voorbeeld:
(noun) gewoonte, gebruik;
(adjective) op maat gemaakt, maatwerk
Voorbeeld:
(phrasal verb) tegenhouden, belemmeren, inhouden
Voorbeeld:
(adjective) intens, hevig, sterk
Voorbeeld:
(noun) drukfout, zetfout;
(verb) verkeerd afdrukken, foutief drukken
Voorbeeld:
(adjective) bezet, in gebruik, bewoond;
(verb) bezetten, innemen, in beslag nemen
Voorbeeld:
(phrasal verb) deelnemen aan, meedoen aan
Voorbeeld:
(adjective) punctueel, stipt
Voorbeeld:
(phrase) om te beginnen, aanvankelijk
Voorbeeld:
(collocation) een conferentie regelen, een conferentie organiseren
Voorbeeld:
(phrase) geacht worden te, moeten
Voorbeeld:
(adjective) tweewekelijks, twee keer per week;
(adverb) tweewekelijks, twee keer per week
Voorbeeld:
(phrasal verb) opvoeden, ter sprake brengen, aankaarten
Voorbeeld:
(noun) klap, botsing, gerinkel;
(verb) botsen, klappen, kletteren
Voorbeeld:
(idiom) tot een besluit komen, een beslissing nemen
Voorbeeld:
(idiom) tot een overeenkomst komen, het eens worden
Voorbeeld:
(adjective) controversieel, omstreden
Voorbeeld:
(phrasal verb) uitgroeien tot, zich ontwikkelen tot
Voorbeeld:
(idiom) de bedoeling begrijpen, de pointe snappen
Voorbeeld:
(phrase) tot slot, concluderend
Voorbeeld:
(phrase) ter ondersteuning van, ten gunste van
Voorbeeld:
(phrase) in het midden van, midden in, tijdens
Voorbeeld:
(verb) insisteren, aandringen, benadrukken
Voorbeeld:
(noun) belediging, smaad;
(verb) beledigen, vernederen
Voorbeeld:
(adjective) uitnodigend, verleidelijk
Voorbeeld:
(noun) lunch, middagmaaltijd
Voorbeeld:
(collocation) een conclusie trekken, concluderen
Voorbeeld:
(phrase) een beslissing nemen, beslissen
Voorbeeld:
(phrase) excuses aanbieden aan, zich verontschuldigen bij
Voorbeeld:
(collocation) officiële regeling, officiële afspraak
Voorbeeld:
(abbreviation) on-the-job training, praktijkopleiding
Voorbeeld:
(noun) tegenstander, opponent, bezwaarmaker
Voorbeeld:
(phrasal verb) uitstellen tot
Voorbeeld:
(noun) spreken in het openbaar, openbare redevoering
Voorbeeld:
(idiom) tot een conclusie komen, een conclusie bereiken
Voorbeeld:
(collocation) unanieme overeenstemming bereiken
Voorbeeld:
(verb) geruststellen, verzekeren
Voorbeeld:
(noun) reces, pauze, schorsing;
(verb) verdiepen, terugtrekken, inbouwen
Voorbeeld:
(idiom) ter zake, to the point
Voorbeeld:
(phrasal verb) uitpakken, blijken, opdagen
Voorbeeld:
(phrase) zonder de toestemming van
Voorbeeld: