Vocabulaireverzameling Basis 1 in Dag 15 - Contractonderhandeling: Volledige en gedetailleerde lijst
De vocabulaireverzameling 'Basis 1' in 'Dag 15 - Contractonderhandeling' is zorgvuldig geselecteerd uit standaard internationale lesboekbronnen, helpt je de vocabulaire in korte tijd onder de knie te krijgen. Volledige compilatie van definities, illustratieve voorbeelden en standaarduitspraak...
Leer deze vocabulaireverzameling op Lingoland
Nu leren(noun) voorstel, plan, huwelijksaanzoek
Voorbeeld:
(noun) alliantie, verbond
Voorbeeld:
(noun) voorwaarde, bepaling
Voorbeeld:
(noun) term, uitdrukking, termijn;
(verb) noemen, betitelen
Voorbeeld:
(noun) compromis, schikking, aantasting;
(verb) compromitteren, concessies doen, aantasten
Voorbeeld:
(noun) onderhandeling
Voorbeeld:
(noun) overeenkomst, akkoord, instemming
Voorbeeld:
(noun) impasse, patstelling;
(verb) vastzetten, blokkeren
Voorbeeld:
(noun) beoordeling, herziening, recensie;
(verb) herzien, beoordelen, recenseren
Voorbeeld:
(noun) contract, overeenkomst;
(verb) samentrekken, krimpen, oplopen
Voorbeeld:
(noun) handtekening, kenmerk, handelsmerk
Voorbeeld:
(adverb) oorspronkelijk, aanvankelijk, origineel
Voorbeeld:
(noun) richting, leiding, aanwijzing
Voorbeeld:
(adverb) aanvankelijk, oorspronkelijk
Voorbeeld:
(verb) verlopen, aflopen, overlijden
Voorbeeld:
(verb) samenwerken, collaboreren
Voorbeeld:
(verb) wijden, toewijden, inwijden
Voorbeeld:
(adjective) herzien, aangepast
Voorbeeld:
(adjective) noodzakelijk, cruciaal, dringend;
(noun) noodzaak, gebod, gebiedende wijs
Voorbeeld:
(adverb) coöperatief, samenwerkend
Voorbeeld:
(noun) opdracht, taak, commissie;
(verb) opdragen, bestellen, in gebruik nemen
Voorbeeld:
(verb) weglaten, uitlaten, vergeten
Voorbeeld:
(noun) conflict, ruzie, geschil;
(verb) botsen, conflicteren, strijden
Voorbeeld:
(verb) hervatten, vernieuwen, verlengen
Voorbeeld:
(adjective) bedreven, bekwaam, vaardig
Voorbeeld:
(noun) vertrouwelijkheid, geheimhouding
Voorbeeld:
(noun) geschil, ruzie, discussie;
(verb) betwisten, disputeren, ruzie maken
Voorbeeld:
(noun) bezwaar, tegenwerping
Voorbeeld:
(verb) definiëren, omschrijven, afbakenen
Voorbeeld:
(noun) indruk, imitatie, nadoening
Voorbeeld:
(noun) veiligheid, beveiliging, bewaking
Voorbeeld:
(noun) optie, keuze, koopoptie
Voorbeeld:
(verb) doorgaan, verdergaan, doorrijden
Voorbeeld:
(verb) aanpassen, wijzigen, beschrijven
Voorbeeld:
(adjective) smal, beperkt, eng;
(verb) versmallen, beperken
Voorbeeld:
(noun) bod, offerte, poging;
(verb) bieden, een bod doen, groeten
Voorbeeld:
(verb) regelen, oplossen, vestigen;
(noun) nederzetting, kolonie, schikking
Voorbeeld:
(verb) beëindigen, afsluiten, ontslaan
Voorbeeld:
(adjective) uitdagend, moeilijk
Voorbeeld:
(noun) fundering, basis, grondslag
Voorbeeld: