Vocabulaireverzameling Oorlog en vrede in Essentiële woordenschat voor TOEFL: Volledige en gedetailleerde lijst
De vocabulaireverzameling 'Oorlog en vrede' in 'Essentiële woordenschat voor TOEFL' is zorgvuldig geselecteerd uit standaard internationale lesboekbronnen, helpt je de vocabulaire in korte tijd onder de knie te krijgen. Volledige compilatie van definities, illustratieve voorbeelden en standaarduitspraak...
Leer deze vocabulaireverzameling op Lingoland
Nu leren(noun) burgeroorlog
Voorbeeld:
(noun) conflict, ruzie, geschil;
(verb) botsen, conflicteren, strijden
Voorbeeld:
(noun) actie, handeling
Voorbeeld:
(noun) klap, botsing, gerinkel;
(verb) botsen, klappen, kletteren
Voorbeeld:
(noun) gevecht, strijd;
(verb) bestrijden, vechten tegen
Voorbeeld:
(verb) verdedigen, beschermen, pleiten voor
Voorbeeld:
(noun) woestijn;
(verb) verlaten, deserteren
Voorbeeld:
(noun) burger, civiel persoon;
(adjective) civiel, burger-
Voorbeeld:
(noun) leger, krijgsmacht;
(adjective) militair, krijgs-
Voorbeeld:
(noun) marine, vloot, marineblauw;
(adjective) marineblauw, donkerblauw
Voorbeeld:
(noun) luchtmacht
Voorbeeld:
(adjective) bewapend, met armen, voorzien van armen;
(verb) bewapenen
Voorbeeld:
(noun) rekruut, dienstplichtige, nieuwe medewerker;
(verb) rekruteren, werven, vormen
Voorbeeld:
(verb) aanmelden, in dienst treden, inroepen
Voorbeeld:
(noun) oorlogvoering, strijd
Voorbeeld:
(verb) inzetten, ontplooien, gebruiken
Voorbeeld:
(noun) rebel, opstandeling, dwarsligger;
(verb) rebelleren, in opstand komen, zich verzetten
Voorbeeld:
(verb) betrekken, bewonen, innemen
Voorbeeld:
(verb) binnenvallen, invaseren, binnendringen
Voorbeeld:
(verb) slaan, treffen, staken;
(noun) staking, slag, aanval
Voorbeeld:
(noun) avondklok
Voorbeeld:
(noun) vredeshandhaving, vredesbewaring;
(adjective) vredeshandhavend, vredesbewarend
Voorbeeld:
(noun) redding;
(verb) redden
Voorbeeld:
(verb) terugtrekken, wijken;
(noun) terugtrekking, toevluchtsoord
Voorbeeld:
(verb) overgeven, opgeven, zich overgeven;
(noun) overgave, capitulatie
Voorbeeld:
(noun) slachtoffer, gewonde, dode
Voorbeeld:
(adjective) algemeen, wijdverspreid, niet-gespecialiseerd;
(noun) generaal
Voorbeeld:
(adjective) belangrijk, groot, ernstig;
(noun) majoor, hoofdvak, studierichting;
(verb) specialiseren in, hoofdvak hebben in
Voorbeeld:
(noun) veteraan, ervaren persoon, oud-militair;
(adjective) ervaren, oudgediende
Voorbeeld:
(noun) spion, geheim agent;
(verb) spioneren, bespioneren, ontwaren
Voorbeeld:
(plural noun) armen, wapens, bewapening;
(verb) bewapenen
Voorbeeld:
(noun) explosief, springstof;
(adjective) explosief, ontplofbaar
Voorbeeld:
(noun) schokgolf, luchtstroom, toeter;
(verb) opblazen, dynamiteren, blazen
Voorbeeld:
(noun) oorlogsschip
Voorbeeld:
(noun) raket, projectiel
Voorbeeld:
(noun) mijn, groeve, bom;
(verb) delven, mijnen, mijnen leggen;
(pronoun) mijn, de mijne
Voorbeeld:
(noun) dodelijke afloop, dood, sterfgeval
Voorbeeld:
(noun) bondgenoot, steunpilaar;
(verb) verenigen, zich verbinden
Voorbeeld:
(noun) alliantie, verbond
Voorbeeld:
(verb) veroveren, onderwerpen, overwinnen
Voorbeeld: