Vocabulaireverzameling Communiceren in SAT-woordenschat gerelateerd aan de geesteswetenschappen: Volledige en gedetailleerde lijst
De vocabulaireverzameling 'Communiceren' in 'SAT-woordenschat gerelateerd aan de geesteswetenschappen' is zorgvuldig geselecteerd uit standaard internationale lesboekbronnen, helpt je de vocabulaire in korte tijd onder de knie te krijgen. Volledige compilatie van definities, illustratieve voorbeelden en standaarduitspraak...
Leer deze vocabulaireverzameling op Lingoland
Nu leren(verb) erkennen, toegeven, bevestigen
Voorbeeld:
(verb) uitspreken, verklaren
Voorbeeld:
(verb) weerleggen, ontkrachten
Voorbeeld:
(verb) opscheppen, pochen, beschikken over;
(noun) opschepperij, pochen
Voorbeeld:
(noun) geruis, gemompel, murmeling;
(verb) ruisen, mompelen, murmelen
Voorbeeld:
(verb) beweren, stellen, handhaven
Voorbeeld:
(verb) afkondigen, uitroepen, uitroepen tot
Voorbeeld:
(verb) goedkeuren, instemmen met
Voorbeeld:
(verb) articuleren, duidelijk uitspreken, formuleren
Voorbeeld:
(verb) samenvatten, resumeren, inkapselen
Voorbeeld:
(verb) lyrisch zijn, enthousiast praten, ijlen;
(noun) lofzang, enthousiaste recensie, rave
Voorbeeld:
(verb) aantonen, bewijzen, demonstreren
Voorbeeld:
(verb) uiteenzetten, toelichten
Voorbeeld:
(verb) toegeven, erkennen, toestaan
Voorbeeld:
(verb) citeren, aanhalen, noemen
Voorbeeld:
(noun) signaal, teken, golf;
(verb) seinen, een teken geven
Voorbeeld:
(verb) intrekken, herroepen
Voorbeeld:
(verb) veroordelen, aan de kaak stellen, aangeven
Voorbeeld:
(noun) schets, overzicht, hoofdlijnen;
(verb) schetsen, omlijnen, aftekenen
Voorbeeld:
(verb) interjecteren, inwerpen
Voorbeeld:
(verb) aangeven, wijzen op, duiden op
Voorbeeld:
(verb) postuleren, veronderstellen;
(noun) postulaat, grondstelling
Voorbeeld:
(verb) oversimplificeren
Voorbeeld:
(verb) herroepen, intrekken
Voorbeeld:
(verb) illustreren, verduidelijken, van afbeeldingen voorzien
Voorbeeld:
(verb) afzweren, opgeven, afstand doen van
Voorbeeld:
(verb) veroordelen, afkeuren, straffen
Voorbeeld:
(verb) stellen, aannemen
Voorbeeld:
(verb) opnieuw vertellen, navertellen
Voorbeeld:
(verb) verduidelijken, toelichten, ophelderen
Voorbeeld:
(verb) specificeren, preciseren
Voorbeeld:
(adjective) welbespraakt, duidelijk;
(verb) verwoorden, uitspreken, scharnieren
Voorbeeld:
(adjective) uitgebreid, gedetailleerd, ingewikkeld;
(verb) uitwerken, uitbreiden, verfijnen
Voorbeeld:
(noun) gezang, chant, leuze;
(verb) scanderen, zingen, opzeggen
Voorbeeld:
(verb) reciteren, opzeggen, opsommen
Voorbeeld:
(verb) coderen, versleutelen, omzetten
Voorbeeld:
(noun) verklaring, aankondiging, aangifte
Voorbeeld:
(noun) betuiging, verklaring
Voorbeeld:
(verb) razen, tieren, schelden;
(noun) tirade, scheldpartij, uitbarsting
Voorbeeld:
(noun) vocalisatie, stemgeving
Voorbeeld:
(noun) aandringen, insistentie
Voorbeeld:
(verb) kreunen, zuchten, kraken;
(noun) kreun, zucht, kraak
Voorbeeld:
(noun) verklaring, uitspraak, afschrift
Voorbeeld:
(noun) klaagzang, weeklacht;
(verb) beklagen, treuren om
Voorbeeld:
(adjective) vloeiend, welbespraakt, vloeibaar
Voorbeeld:
(noun) volkstaal, streektaal, dialect;
(adjective) volks, alledaags, lokaal
Voorbeeld:
(adjective) onarticuleerbaar, onduidelijk
Voorbeeld:
(adjective) verklarend, uitleggend
Voorbeeld:
(adjective) beschrijvend
Voorbeeld:
(adjective) welsprekend, eloquent, sprekend
Voorbeeld:
(adjective) onverklaarbaar
Voorbeeld:
(adverb) expliciet, uitdrukkelijk, duidelijk
Voorbeeld:
(adverb) uitdrukkelijk, speciaal, expliciet
Voorbeeld: