Vocabulaireverzameling Uniekheid in Algemene IELTS-woordenschat (band 5): Volledige en gedetailleerde lijst
De vocabulaireverzameling 'Uniekheid' in 'Algemene IELTS-woordenschat (band 5)' is zorgvuldig geselecteerd uit standaard internationale lesboekbronnen, helpt je de vocabulaire in korte tijd onder de knie te krijgen. Volledige compilatie van definities, illustratieve voorbeelden en standaarduitspraak...
Leer deze vocabulaireverzameling op Lingoland
Nu leren(adjective) vreemd, raar, oneven
Voorbeeld:
(adjective) vreemd, raar, onbekend
Voorbeeld:
(adjective) vreemd, raar
Voorbeeld:
(adjective) ongewoon, ongebruikelijk
Voorbeeld:
(adjective) anders, verschillend, afzonderlijk
Voorbeeld:
(adjective) onnatuurlijk, artificieel, gemaakt
Voorbeeld:
(adjective) onbekend, vreemd, onbekend met
Voorbeeld:
(adjective) enkelvoudig, uniek, uitzonderlijk;
(noun) enkelvoud
Voorbeeld:
(adverb) alleen, slechts, nog maar;
(adjective) enige, alleen;
(conjunction) alleen, maar
Voorbeeld:
(adjective) origineel, oorspronkelijk, creatief;
(noun) origineel, oorspronkelijk werk
Voorbeeld:
(adjective) speciaal, bijzonder, bestemd;
(noun) special, speciale uitzending, dagschotel
Voorbeeld:
(adjective) abnormaal, ongewoon
Voorbeeld:
(adjective) uniek, enig in zijn soort, bijzonder
Voorbeeld:
(adjective) uitzonderlijk, ongewoon, buitengewoon
Voorbeeld:
(adjective) ongewoon, zeldzaam
Voorbeeld:
(adjective) onregelmatig, oneffen, afwijkend
Voorbeeld:
(adjective) gewoon, alledaags;
(noun) het gewone, het alledaagse
Voorbeeld:
(adjective) regelmatig, gewoon, gelijkmatig;
(noun) vaste klant, habitué
Voorbeeld:
(noun) standaard, niveau, vaandel;
(adjective) standaard, normaal
Voorbeeld:
(adjective) alledaags, dagelijks
Voorbeeld:
(adjective) gebruikelijk, gewoon, normaal
Voorbeeld:
(adjective) normaal, gebruikelijk;
(noun) normaal, standaard
Voorbeeld:
(noun) gemiddelde, doorsnee;
(adjective) gemiddeld, doorsnee;
(verb) gemiddeld zijn, een gemiddelde bereiken
Voorbeeld:
(adjective) bekend, vertrouwd, bekend met
Voorbeeld:
(adjective) algemeen, wijdverspreid, niet-gespecialiseerd;
(noun) generaal
Voorbeeld:
(adjective) veelvoorkomend, algemeen, gewoon;
(noun) het gewone volk, de massa, meent
Voorbeeld:
(adjective) geaccepteerd, erkend, goedgekeurd;
(verb) accepteerde, nam aan
Voorbeeld: