Vocabulaireverzameling Eenheid 3: Waar ging je heen op vakantie? in Groep 5: Volledige en gedetailleerde lijst
De vocabulaireverzameling 'Eenheid 3: Waar ging je heen op vakantie?' in 'Groep 5' is zorgvuldig geselecteerd uit standaard internationale lesboekbronnen, helpt je de vocabulaire in korte tijd onder de knie te krijgen. Volledige compilatie van definities, illustratieve voorbeelden en standaarduitspraak...
Leer deze vocabulaireverzameling op Lingoland
Nu leren(adjective) oud, oudtijds, bejaard
Voorbeeld:
(noun) luchthaven, vliegveld
Voorbeeld:
(noun) baai, nis, ruimte;
(verb) blaffen, huilen
Voorbeeld:
(noun) boot, vaartuig;
(verb) varen, bootje varen
Voorbeeld:
(noun) strand;
(verb) aan land brengen, stranden
Voorbeeld:
(noun) coach, trainer, bus;
(verb) coachen, trainen
Voorbeeld:
(noun) auto, wagon, rijtuig
Voorbeeld:
(noun) familie, gezin, geslacht;
(adjective) familie-, gezins-
Voorbeeld:
(adjective) groot, geweldig, uitstekend;
(adverb) geweldig, uitstekend
Voorbeeld:
(noun) vakantie, feestdag;
(verb) vakantie vieren, op vakantie gaan
Voorbeeld:
(noun) geboorteplaats, thuisstad
Voorbeeld:
(noun) eiland, verkeerseiland
Voorbeeld:
(noun) motorfiets, motor
Voorbeeld:
(noun) noorden;
(adjective) noordelijk;
(adverb) noordwaarts, ten noorden
Voorbeeld:
(noun) reis, uitstapje, struikelpartij;
(verb) struikelen, vallen, reizen
Voorbeeld:
(noun) stad, plaats, inwoners van de stad
Voorbeeld:
(noun) kust, badplaats, zeekant;
(adjective) kust-, aan zee
Voorbeeld:
(adverb) echt, werkelijk, heel;
(interjection) echt?, werkelijk?
Voorbeeld:
(noun) station, halte, post;
(verb) stationeren, plaatsen
Voorbeeld:
(noun) zwembad
Voorbeeld:
(noun) spoorweg, spoorlijn, spoorwegen
Voorbeeld:
(noun) trein, sleep;
(verb) trainen, opleiden, oefenen
Voorbeeld:
(noun) taxi;
(verb) taxien, rijden met een taxi
Voorbeeld:
(noun) vlak, plat vlak, vliegtuig;
(verb) schaven, vlak maken
Voorbeeld:
(noun) provincie, buiten de hoofdstad, gebied
Voorbeeld:
(noun) picknick;
(verb) picknicken
Voorbeeld:
(adjective) geweldig, prachtig, fantastisch
Voorbeeld:
(noun) weekend
Voorbeeld: