Betekenis van het woord car in het Nederlands

Wat betekent car in het Engels? Ontdek de betekenis, uitspraak en specifiek gebruik van dit woord met Lingoland

car

US /kɑːr/
UK /kɑːr/
"car" picture

Zelfstandig Naamwoord

1.

auto

a road vehicle, typically with four wheels, powered by an internal combustion engine or electric motor and able to carry a small number of people.

Voorbeeld:
He bought a new car last week.
Hij kocht vorige week een nieuwe auto.
The car broke down on the highway.
De auto viel stil op de snelweg.
2.

wagon, rijtuig

a railway carriage or wagon.

Voorbeeld:
The train had many passenger cars.
De trein had veel passagierswagons.
We rode in the last car of the subway.
We reden in de laatste wagon van de metro.