Vocabulaireverzameling A2 - Letter L in Oxford 3000 - A2: Volledige en gedetailleerde lijst
De vocabulaireverzameling 'A2 - Letter L' in 'Oxford 3000 - A2' is zorgvuldig geselecteerd uit standaard internationale lesboekbronnen, helpt je de vocabulaire in korte tijd onder de knie te krijgen. Volledige compilatie van definities, illustratieve voorbeelden en standaarduitspraak...
Leer deze vocabulaireverzameling op Lingoland
Nu leren(noun) lab, laboratorium, labrador
Voorbeeld:
(noun) dame, vrouw, mevrouw
Voorbeeld:
(noun) lamp;
(verb) slaan, rammen
Voorbeeld:
(noun) land, grond, perceel;
(verb) landen, neerlaten, bemachtigen
Voorbeeld:
(noun) laptop, draagbare computer
Voorbeeld:
(adjective) laatste, meest recente;
(adverb) laatst, voor het laatst;
(verb) duren, meegaan, blijven bestaan
Voorbeeld:
(adverb) later, daarna;
(adjective) later, volgend
Voorbeeld:
(noun) gelach, lach
Voorbeeld:
(noun) wet, recht, principe
Voorbeeld:
(noun) advocaat, jurist
Voorbeeld:
(adjective) lui, traag, rustig
Voorbeeld:
(noun) leiding, voorbeeld, voorsprong;
(verb) leiden, gidsen, aanvoeren
Voorbeeld:
(noun) leider, aanvoerder, koploper
Voorbeeld:
(noun) leren, studie, kennis;
(verb) leren, aanleren
Voorbeeld:
(determiner) minst;
(pronoun) minst;
(adverb) minst
Voorbeeld:
(noun) lezing, college, preek;
(verb) lesgeven, doceren, de les lezen
Voorbeeld:
(noun) citroen, mislukking, waardeloos product;
(adjective) citroengeel
Voorbeeld:
(verb) lenen, uitlenen, geven
Voorbeeld:
(determiner) minder;
(adverb) minder
Voorbeeld:
(noun) niveau, peil, vlak;
(adjective) vlak, waterpas;
(verb) egaliseren, vlak maken
Voorbeeld:
(noun) levensstijl
Voorbeeld:
(verb) optillen, opheffen, intrekken;
(noun) lift, heftoestel, rit
Voorbeeld:
(noun) licht, lamp, lichtbron;
(verb) aansteken, verlichten;
(adjective) licht
Voorbeeld:
(adjective) waarschijnlijk, aannemelijk, geschikt;
(adverb) waarschijnlijk, vermoedelijk
Voorbeeld:
(noun) link, verband, relatie;
(verb) verbinden, koppelen, samenvoegen
Voorbeeld:
(noun) luisteraar
Voorbeeld:
(adjective) klein, weinig, jong;
(determiner) weinig, beetje;
(adverb) een beetje, weinig
Voorbeeld:
(noun) slot, sluis, lok;
(verb) sluiten, vergrendelen, blokkeren
Voorbeeld:
(verb) kijken, zoeken, lijken;
(noun) blik, uitstraling, uiterlijk
Voorbeeld:
(noun) vrachtwagen
Voorbeeld:
(adjective) verdwaald, verloren, kwijt;
(past participle) verloren, kwijtgeraakt
Voorbeeld:
(adjective) luid, hard, opzichtig;
(adverb) luid, hard
Voorbeeld:
(adverb) luid, hard, opzichtig
Voorbeeld:
(adjective) prachtig, mooi, heerlijk
Voorbeeld:
(adjective) laag, weinig, neerslachtig;
(adverb) laag;
(noun) laagtepunt, minimum;
(verb) loeien
Voorbeeld:
(noun) geluk, pech;
(verb) geluk hebben, toevallig vinden
Voorbeeld:
(adjective) gelukkig, mazzel
Voorbeeld: