Vocabulaireverzameling Top 476 - 500 Verbs in 500 Meest Voorkomende Engelse Werkwoorden: Volledige en gedetailleerde lijst
De vocabulaireverzameling 'Top 476 - 500 Verbs' in '500 Meest Voorkomende Engelse Werkwoorden' is zorgvuldig geselecteerd uit standaard internationale lesboekbronnen, helpt je de vocabulaire in korte tijd onder de knie te krijgen. Volledige compilatie van definities, illustratieve voorbeelden en standaarduitspraak...
Leer deze vocabulaireverzameling op Lingoland
Nu leren(verb) overwinnen, overkomen, overmand worden door;
(adjective) overmand, uitgeput
Voorbeeld:
(verb) de moeite nemen, zich inspannen, storen;
(noun) moeite, hinder
Voorbeeld:
(verb) jagen, jacht maken op, zoeken;
(noun) jacht, speurtocht
Voorbeeld:
(verb) klagen, zeuren, mopperen
Voorbeeld:
(verb) exploderen, ontploffen, uitbarsten
Voorbeeld:
(verb) zwemmen, duizelen, draaien;
(noun) zwempartij, zwem
Voorbeeld:
(verb) instorten, ineenstorten, bezinken;
(noun) instorting, ineenstorting, val
Voorbeeld:
(noun) eer, respect, integriteit;
(verb) eren, respecteren
Voorbeeld:
(verb) bakken, frituren, smelten;
(noun) friet, gebakken gerecht, vislarven
Voorbeeld:
(noun) beweging, oefening, opdracht;
(verb) sporten, oefenen, uitoefenen
Voorbeeld:
(verb) infecteren, besmetten, aansteken
Voorbeeld:
(verb) verwijderen, wissen, schrappen
Voorbeeld:
(verb) onderhandelen, nemen, doorstaan
Voorbeeld:
(verb) bijwonen, volgen, zorgen voor
Voorbeeld:
(verb) omzetten, verbouwen, converteren;
(noun) bekeerling, overtuigde
Voorbeeld:
(noun) inslag, botsing, impact;
(verb) beïnvloeden, raken, treffen
Voorbeeld:
(verb) sluiten, dichtdoen, opheffen;
(adjective) gesloten, dicht
Voorbeeld:
(noun) schade, beschadiging, schadevergoeding;
(verb) beschadigen, schaden
Voorbeeld:
(verb) elimineren, verwijderen, uitsluiten
Voorbeeld:
(verb) begeleiden, meegaan met, vergezellen
Voorbeeld:
(noun) gids, handleiding;
(verb) leiden, begeleiden, sturen
Voorbeeld:
(noun) ruïne, ondergang, verwoesting;
(verb) ruïneren, verwoesten, verpesten
Voorbeeld:
(noun) eis, vraag, behoefte;
(verb) eisen, verlangen, vereisen
Voorbeeld:
(noun) excuus, verontschuldiging;
(verb) excuseren, vrijstellen, verontschuldigen
Voorbeeld:
(verb) rijden, nemen;
(noun) rit, tocht, lift
Voorbeeld: