Vocabulaireverzameling C1 - Ken je werkwoorden! (Deel 3) in Niveau C1: Volledige en gedetailleerde lijst
De vocabulaireverzameling 'C1 - Ken je werkwoorden! (Deel 3)' in 'Niveau C1' is zorgvuldig geselecteerd uit standaard internationale lesboekbronnen, helpt je de vocabulaire in korte tijd onder de knie te krijgen. Volledige compilatie van definities, illustratieve voorbeelden en standaarduitspraak...
Leer deze vocabulaireverzameling op Lingoland
Nu leren(verb) afschaffen, opheffen
Voorbeeld:
(verb) uitlijnen, op één lijn brengen, afstemmen
Voorbeeld:
(verb) toewijzen, toedelen
Voorbeeld:
(verb) wijzigen, verbeteren, corrigeren
Voorbeeld:
(verb) autoriseren, toestemming geven
Voorbeeld:
(verb) verraden, onthullen
Voorbeeld:
(noun) schending, breuk, doorbraak;
(verb) schenden, doorbreken
Voorbeeld:
(verb) dwingen, noodzaken, teweegbrengen
Voorbeeld:
(verb) compenseren, vergoeden, uitbalanceren
Voorbeeld:
(verb) verbergen, verhullen, verzwijgen
Voorbeeld:
(verb) behouden, conserveren, beschermen;
(noun) jam, vruchtenjam
Voorbeeld:
(verb) overwegen, beschouwen, nadenken over
Voorbeeld:
(verb) verzorgen, catering verzorgen, voorzien in
Voorbeeld:
(verb) verbouwen, bewerken, ontwikkelen
Voorbeeld:
(verb) bedenken, uitdenken, ontwerpen
Voorbeeld:
(noun) vervanger, plaatsvervanger;
(verb) vervangen, in de plaats stellen;
(adjective) vervangend, plaatsvervangend
Voorbeeld:
(verb) dicteren, voorschrijven
Voorbeeld:
(verb) onthullen, bekendmaken, openbaren
Voorbeeld:
(verb) vervormen, verdraaien, verkeerd voorstellen
Voorbeeld:
(verb) belichamen, uitdrukken, vertegenwoordigen
Voorbeeld:
(verb) machtigen, bevoegdheid geven, versterken
Voorbeeld:
(verb) recht geven op, gerechtigd zijn tot, betitelen
Voorbeeld:
(verb) extraheren, uittrekken, verwijderen;
(noun) extract, aftreksel, fragment
Voorbeeld:
(noun) hint, aanwijzing, suggestie;
(verb) hinten, suggereren, aanduiden
Voorbeeld:
(verb) instrueren, onderwijzen, opdragen
Voorbeeld:
(verb) blijven hangen, aarzelen, treuzelen
Voorbeeld:
(verb) vervagen, verbleken, verdwijnen;
(noun) vervaging, afname
Voorbeeld:
(verb) opdoemen, dreigen;
(noun) weefgetouw
Voorbeeld:
(noun) verontwaardiging, woede, schandaal;
(verb) verontwaardigen, woedend maken, schokken
Voorbeeld:
(verb) geruststellen, verzekeren
Voorbeeld:
(verb) tolereren, dulden, verdragen
Voorbeeld:
(verb) over het hoofd zien, negeren, uitkijken op;
(noun) uitzichtpunt, uitkijkpunt
Voorbeeld:
(verb) ondermijnen, verzwakken, ondergraven
Voorbeeld:
(noun) gelofte, eed;
(verb) zweren, beloven
Voorbeeld:
(verb) herbestraten, opnieuw aanleggen, boven komen
Voorbeeld:
(verb) verbazen, verbluffen
Voorbeeld: