Avatar of Vocabulary Set C1 - Hoe zie ik eruit?

Vocabulaireverzameling C1 - Hoe zie ik eruit? in Niveau C1: Volledige en gedetailleerde lijst

De vocabulaireverzameling 'C1 - Hoe zie ik eruit?' in 'Niveau C1' is zorgvuldig geselecteerd uit standaard internationale lesboekbronnen, helpt je de vocabulaire in korte tijd onder de knie te krijgen. Volledige compilatie van definities, illustratieve voorbeelden en standaarduitspraak...

Leer deze vocabulaireverzameling op Lingoland

Nu leren

beauty salon

/ˈbjuː.ti ˌsæl.ɑːn/

(noun) schoonheidssalon

Voorbeeld:

She spent the afternoon at the beauty salon getting a new hairstyle.
Ze bracht de middag door in de schoonheidssalon om een nieuw kapsel te krijgen.

alike

/əˈlaɪk/

(adjective) gelijk, hetzelfde;

(adverb) hetzelfde, gelijkelijk

Voorbeeld:

The two sisters look very alike.
De twee zussen lijken erg op elkaar.

awkward

/ˈɑː.kwɚd/

(adjective) ongemakkelijk, lastig, moeilijk

Voorbeeld:

It was an awkward moment when they realized they had both worn the same dress.
Het was een ongemakkelijk moment toen ze zich realiseerden dat ze allebei dezelfde jurk droegen.

delicate

/ˈdel.ə.kət/

(adjective) delicaat, fragiel, breekbaar

Voorbeeld:

The antique vase is very delicate.
De antieke vaas is erg delicaat.

graceful

/ˈɡreɪs.fəl/

(adjective) gracieus, elegant, beleefd

Voorbeeld:

The ballerina performed a graceful pirouette.
De ballerina voerde een gracieuze pirouette uit.

elegant

/ˈel.ə.ɡənt/

(adjective) elegant, gracieus, stijlvol

Voorbeeld:

She wore an elegant black dress to the party.
Ze droeg een elegante zwarte jurk naar het feest.

mature

/məˈtʃʊr/

(adjective) volwassen, rijp;

(verb) rijpen, volwassen worden, vervallen

Voorbeeld:

She is very mature for her age.
Ze is erg volwassen voor haar leeftijd.

hideous

/ˈhɪd.i.əs/

(adjective) afschuwelijk, afgrijselijk, verschrikkelijk

Voorbeeld:

She wore a hideous green dress to the party.
Ze droeg een afschuwelijke groene jurk naar het feest.

scruffy

/ˈskrʌf.i/

(adjective) slordig, onverzorgd, ruig

Voorbeeld:

He looked a bit scruffy in his old clothes.
Hij zag er een beetje slordig uit in zijn oude kleren.

shabby

/ˈʃæb.i/

(adjective) sjofel, vervallen, armoedig

Voorbeeld:

The old coat looked quite shabby.
De oude jas zag er behoorlijk sjofel uit.

suntanned

/ˈsʌn.tænd/

(adjective) zongebruind, gebruind

Voorbeeld:

After her vacation, she came back beautifully suntanned.
Na haar vakantie kwam ze prachtig zongebruind terug.

upright

/ˈʌp.raɪt/

(adjective) rechtop, verticaal, rechtschapen;

(adverb) rechtop, verticaal;

(noun) staande piano

Voorbeeld:

The pole stood upright in the ground.
De paal stond rechtop in de grond.

slender

/ˈslen.dɚ/

(adjective) slank, rank, gering

Voorbeeld:

She has a slender figure.
Ze heeft een slank figuur.

buff

/bʌf/

(noun) geelbruin, buff, liefhebber;

(verb) poetsen, polijsten, versterken;

(adjective) gespierd, afgetraind

Voorbeeld:

The walls were painted a soft buff.
De muren waren geschilderd in een zachte geelbruine kleur.

muscular

/ˈmʌs.kjə.lɚ/

(adjective) gespierd, krachtig, spier-

Voorbeeld:

The athlete had a very muscular physique.
De atleet had een zeer gespierd lichaam.

big-boned

/ˌbɪɡˈboʊnd/

(adjective) grofgebouwd, breedgeschouderd

Voorbeeld:

She's not fat, just naturally big-boned.
Ze is niet dik, maar van nature grofgebouwd.

stout

/staʊt/

(adjective) stevig, gezet, fors;

(noun) stout, donker bier

Voorbeeld:

He was a stout man with a booming laugh.
Hij was een stevige man met een bulderende lach.

grotesque

/ɡroʊˈtesk/

(adjective) grotesk, afzichtelijk, bizar;

(noun) groteske, misvormd figuur

Voorbeeld:

The gargoyles on the old cathedral were truly grotesque.
De waterspuwers op de oude kathedraal waren werkelijk grotesk.

homely

/ˈhoʊm.li/

(adjective) onaantrekkelijk, lelijk, huiselijk

Voorbeeld:

She felt homely next to her glamorous sister.
Ze voelde zich onaantrekkelijk naast haar glamoureuze zus.

presentable

/prɪˈzen.t̬ə.bəl/

(adjective) toonbaar, presentabel

Voorbeeld:

Make sure you look presentable for the interview.
Zorg ervoor dat je er toonbaar uitziet voor het interview.

appealing

/əˈpiː.lɪŋ/

(adjective) aantrekkelijk, boeiend, smekend

Voorbeeld:

The idea of a long vacation is very appealing to me.
Het idee van een lange vakantie is erg aantrekkelijk voor mij.

alluring

/əˈlʊr.ɪŋ/

(adjective) verleidelijk, aantrekkelijk, bekorend

Voorbeeld:

The siren's song was incredibly alluring.
Het lied van de sirene was ongelooflijk verleidelijk.

magnificent

/mæɡˈnɪf.ə.sənt/

(adjective) magnifiek, prachtig, schitterend

Voorbeeld:

The palace had a magnificent ballroom.
Het paleis had een magnifieke balzaal.

charming

/ˈtʃɑːr.mɪŋ/

(adjective) charmant, aantrekkelijk

Voorbeeld:

He has a very charming smile.
Hij heeft een zeer charmante glimlach.

striking

/ˈstraɪ.kɪŋ/

(adjective) opvallend, treffend, indrukwekkend

Voorbeeld:

She has a striking resemblance to her mother.
Ze heeft een opvallende gelijkenis met haar moeder.

superb

/suːˈpɝːb/

(adjective) uitstekend, geweldig, subliem

Voorbeeld:

The food at the restaurant was superb.
Het eten in het restaurant was uitstekend.

terrific

/təˈrɪf.ɪk/

(adjective) geweldig, fantastisch, verschrikkelijk

Voorbeeld:

We had a terrific time at the party.
We hadden een geweldige tijd op het feest.

youthful

/ˈjuːθ.fəl/

(adjective) jeugdig, jong, typisch voor jongeren

Voorbeeld:

She has maintained her youthful appearance even in her fifties.
Ze heeft haar jeugdige uiterlijk behouden, zelfs in haar vijftiger jaren.

wrinkly

/ˈrɪŋ.kli/

(adjective) gerimpeld, kreukelig

Voorbeeld:

The old man's face was wrinkly from age.
Het gezicht van de oude man was gerimpeld van ouderdom.

petite

/pəˈtiːt/

(adjective) klein, tenger

Voorbeeld:

The dress is perfect for a petite figure.
De jurk is perfect voor een petite figuur.

shapely

/ˈʃeɪ.pli/

(adjective) welgevormd, sierlijk

Voorbeeld:

She has long, shapely legs.
Ze heeft lange, welgevormde benen.

curvy

/ˈkɝː.vi/

(adjective) bochtig, gebogen, rond

Voorbeeld:

The road ahead was steep and curvy.
De weg voor ons was steil en bochtig.

plump

/plʌmp/

(adjective) vol, mollig, rond;

(verb) opkloppen, opvullen, bol maken;

(adverb) plomp, zwaar, plotseling

Voorbeeld:

The baby had cute, plump cheeks.
De baby had schattige, volle wangen.

gross

/ɡroʊs/

(adjective) bruto, totaal, grof;

(noun) gros, 144 stuks;

(verb) opbrengen, bruto verdienen

Voorbeeld:

His gross income was higher than his net income.
Zijn bruto inkomen was hoger dan zijn netto inkomen.
Leer deze vocabulaireverzameling op Lingoland