Vocabulaireverzameling C1 - Hoe zie ik eruit? in Niveau C1: Volledige en gedetailleerde lijst
De vocabulaireverzameling 'C1 - Hoe zie ik eruit?' in 'Niveau C1' is zorgvuldig geselecteerd uit standaard internationale lesboekbronnen, helpt je de vocabulaire in korte tijd onder de knie te krijgen. Volledige compilatie van definities, illustratieve voorbeelden en standaarduitspraak...
Leer deze vocabulaireverzameling op Lingoland
Nu leren(noun) schoonheidssalon
Voorbeeld:
(adjective) gelijk, hetzelfde;
(adverb) hetzelfde, gelijkelijk
Voorbeeld:
(adjective) ongemakkelijk, lastig, moeilijk
Voorbeeld:
(adjective) delicaat, fragiel, breekbaar
Voorbeeld:
(adjective) gracieus, elegant, beleefd
Voorbeeld:
(adjective) elegant, gracieus, stijlvol
Voorbeeld:
(adjective) volwassen, rijp;
(verb) rijpen, volwassen worden, vervallen
Voorbeeld:
(adjective) afschuwelijk, afgrijselijk, verschrikkelijk
Voorbeeld:
(adjective) slordig, onverzorgd, ruig
Voorbeeld:
(adjective) sjofel, vervallen, armoedig
Voorbeeld:
(adjective) zongebruind, gebruind
Voorbeeld:
(adjective) rechtop, verticaal, rechtschapen;
(adverb) rechtop, verticaal;
(noun) staande piano
Voorbeeld:
(adjective) slank, rank, gering
Voorbeeld:
(noun) geelbruin, buff, liefhebber;
(verb) poetsen, polijsten, versterken;
(adjective) gespierd, afgetraind
Voorbeeld:
(adjective) gespierd, krachtig, spier-
Voorbeeld:
(adjective) grofgebouwd, breedgeschouderd
Voorbeeld:
(adjective) stevig, gezet, fors;
(noun) stout, donker bier
Voorbeeld:
(adjective) grotesk, afzichtelijk, bizar;
(noun) groteske, misvormd figuur
Voorbeeld:
(adjective) onaantrekkelijk, lelijk, huiselijk
Voorbeeld:
(adjective) toonbaar, presentabel
Voorbeeld:
(adjective) aantrekkelijk, boeiend, smekend
Voorbeeld:
(adjective) verleidelijk, aantrekkelijk, bekorend
Voorbeeld:
(adjective) magnifiek, prachtig, schitterend
Voorbeeld:
(adjective) charmant, aantrekkelijk
Voorbeeld:
(adjective) opvallend, treffend, indrukwekkend
Voorbeeld:
(adjective) uitstekend, geweldig, subliem
Voorbeeld:
(adjective) geweldig, fantastisch, verschrikkelijk
Voorbeeld:
(adjective) jeugdig, jong, typisch voor jongeren
Voorbeeld:
(adjective) gerimpeld, kreukelig
Voorbeeld:
(adjective) klein, tenger
Voorbeeld:
(adjective) welgevormd, sierlijk
Voorbeeld:
(adjective) bochtig, gebogen, rond
Voorbeeld:
(adjective) vol, mollig, rond;
(verb) opkloppen, opvullen, bol maken;
(adverb) plomp, zwaar, plotseling
Voorbeeld:
(adjective) bruto, totaal, grof;
(noun) gros, 144 stuks;
(verb) opbrengen, bruto verdienen
Voorbeeld: