Betekenis van het woord shop in het Nederlands
Wat betekent shop in het Engels? Ontdek de betekenis, uitspraak en specifiek gebruik van dit woord met Lingoland
shop
US /ʃɑːp/
UK /ʃɒp/
Zelfstandig Naamwoord
1.
winkel, zaak
a building or part of a building where goods or services are sold
Voorbeeld:
•
I need to go to the grocery shop.
Ik moet naar de kruidenierswinkel.
•
The new book shop has a great selection.
De nieuwe boekenwinkel heeft een geweldige selectie.
Synoniem:
2.
werkplaats, fabriek
a workshop or factory
Voorbeeld:
•
The mechanic works in a car repair shop.
De monteur werkt in een autoherstelwerkplaats.
•
The factory floor is often referred to as the shop floor.
De fabrieksvloer wordt vaak de werkplaatsvloer genoemd.
Werkwoord
1.
2.
verlinken, aangeven
to inform on someone, especially to the police
Voorbeeld:
•
He threatened to shop his accomplice to the police.
Hij dreigde zijn handlanger aan de politie te verlinken.
•
Don't shop me to the teacher!
Verlink me niet bij de leraar!
Gerelateerd Woord: