Vocabulaireverzameling Een mening vormen of uiten 3 in Mening en Argument: Volledige en gedetailleerde lijst
De vocabulaireverzameling 'Een mening vormen of uiten 3' in 'Mening en Argument' is zorgvuldig geselecteerd uit standaard internationale lesboekbronnen, helpt je de vocabulaire in korte tijd onder de knie te krijgen. Volledige compilatie van definities, illustratieve voorbeelden en standaarduitspraak...
Leer deze vocabulaireverzameling op Lingoland
Nu leren(conjunction) als, indien, of;
(noun) mits, voorwaarde
Voorbeeld:
(phrase) integendeel, als er al iets is
Voorbeeld:
(phrase) als je het mij vraagt, naar mijn mening
Voorbeeld:
(phrase) het maakt mij niet uit, ik ben makkelijk
Voorbeeld:
(abbreviation) naar mijn bescheiden mening
Voorbeeld:
(noun) indruk, imitatie, nadoening
Voorbeeld:
(phrase) eerlijk gezegd, in alle eerlijkheid
Voorbeeld:
(adjective) geneigd, bereid, hellend
Voorbeeld:
(verb) afleiden, concluderen
Voorbeeld:
(noun) inferentie, conclusie, gevolgtrekking
Voorbeeld:
(noun) onbuigzaamheid, inflexibiliteit, starheid
Voorbeeld:
(adverb) onbuigzaam, star
Voorbeeld:
(idiom) wat mij betreft, naar mijn mening
Voorbeeld:
(verb) interjecteren, inwerpen
Voorbeeld:
(noun) onverzettelijkheid, intransigentie
Voorbeeld:
(noun) rechter, beoordelaar, kenner;
(verb) beoordelen, oordelen, schatten
Voorbeeld:
(noun) oordeel, oordeelsvermogen, uitspraak
Voorbeeld:
(idiom) je eigen raad houden, je mond houden
Voorbeeld:
(verb) leunend, hellend;
(noun) neiging, voorkeur, aanleg
Voorbeeld:
(verb) leunen, hellen, leunen op;
(adjective) slank, mager, schaars
Voorbeeld:
(phrasal verb) neigen naar, voorkeur hebben voor
Voorbeeld:
(preposition) zoals, gelijk aan, bijvoorbeeld;
(verb) leuk vinden, houden van, willen;
(conjunction) als, zoals;
(adverb) zei, was van mening;
(interjection) zoiets als, was van mening;
(noun) gelijke, soortgelijke
Voorbeeld:
(verb) onderhouden, in stand houden, handhaven
Voorbeeld:
(verb) verkeerd inschatten, onderschatten
Voorbeeld:
(noun) misinschatting, verkeerd oordeel
Voorbeeld:
(noun) fout, vergissing;
(verb) verwarren, misverstaan
Voorbeeld:
(adjective) vergist, fout;
(verb) verwarren, vergissen
Voorbeeld:
(adverb) per ongeluk, abusievelijk
Voorbeeld:
(noun) schimmel, mal, vorm;
(verb) vormen, modelleren
Voorbeeld:
(verb) moraliseren, de moraal preken
Voorbeeld:
(noun) snuit, muilkorf, loopmonding;
(verb) muilkorven, monddood maken
Voorbeeld:
(noun) naam, reputatie;
(verb) noemen, benoemen
Voorbeeld:
(noun) aandacht, opmerking, kennisgeving;
(verb) opmerken, waarnemen
Voorbeeld:
(noun) platitude, cliché
Voorbeeld: