Vocabulaireverzameling Acties Gerelateerd aan Uitzendingen en Journalistiek in Media: Volledige en gedetailleerde lijst
De vocabulaireverzameling 'Acties Gerelateerd aan Uitzendingen en Journalistiek' in 'Media' is zorgvuldig geselecteerd uit standaard internationale lesboekbronnen, helpt je de vocabulaire in korte tijd onder de knie te krijgen. Volledige compilatie van definities, illustratieve voorbeelden en standaarduitspraak...
Leer deze vocabulaireverzameling op Lingoland
Nu leren(verb) aankondigen, bekendmaken, melden
Voorbeeld:
(noun) balk, straal;
(verb) stralen, glimlachen, uitzenden
Voorbeeld:
(verb) uitzenden, uitstralen, verkondigen;
(noun) uitzending, programma
Voorbeeld:
(verb) commentaar geven, commentariëren
Voorbeeld:
(noun) film, laagje;
(verb) filmen, opnemen
Voorbeeld:
(noun) sollicitatiegesprek, interview, gesprek;
(verb) interviewen, ondervragen
Voorbeeld:
(verb) voorstellen, introduceren, invoeren
Voorbeeld:
(noun) jam, opstopping, file;
(verb) proppen, vastzetten, jammen
Voorbeeld:
(verb) moduleren, aanpassen
Voorbeeld:
(verb) vooraf opnemen, vooraf registreren
Voorbeeld:
(noun) cadeau, geschenk, heden;
(adjective) aanwezig, huidig;
(verb) presenteren, aanbieden, geven
Voorbeeld:
(verb) ontvangen, krijgen, oplopen
Voorbeeld:
(noun) estafette, ploeg, aflossing;
(verb) doorgeven, overbrengen, doorsturen
Voorbeeld:
(verb) breken, stukmaken, onderbreken;
(noun) pauze, onderbreking, uitbraak
Voorbeeld:
(noun) scherm, paravent, hor;
(verb) vertonen, uitzenden, screenen
Voorbeeld:
(verb) tonen, laten zien, presenteren;
(noun) show, voorstelling, vertoning
Voorbeeld:
(noun) simulcast, gelijktijdige uitzending;
(verb) simulcasten, gelijktijdig uitzenden
Voorbeeld:
(verb) televiseren, uitzenden
Voorbeeld:
(verb) overdragen, verzenden, uitzenden
Voorbeeld:
(verb) coderen, versleutelen, omzetten
Voorbeeld:
(noun) netwerk, web, groep;
(verb) netwerken, verbinden
Voorbeeld:
(phrasal verb) afstemmen op, inschakelen, begrijpen
Voorbeeld:
(noun) uitzicht, zicht, mening;
(verb) bekijken, zien, beschouwen
Voorbeeld:
(verb) decoderen, ontcijferen, begrijpen
Voorbeeld:
(verb) vernietigen, verwijderen, snel bewegen;
(noun) flits, steek;
(interjection) zap, flits
Voorbeeld:
(phrasal verb) meeluisteren, afluisteren
Voorbeeld:
(noun) brand, vlammenzee, gloed;
(verb) branden, vlammen, markeren
Voorbeeld:
(verb) dragen, vervoeren, bezitten;
(noun) bereik, vlucht
Voorbeeld:
(verb) bijdragen, schenken, bijdragen aan
Voorbeeld:
(verb) bedekken, afdekken, behandelen;
(noun) deksel, omslag, cover
Voorbeeld:
(verb) editorialiseren, een redactioneel commentaar schrijven
Voorbeeld:
(noun) rapport, verslag, knal;
(verb) melden, verslag doen, rapporteren aan
Voorbeeld:
(verb) publiceren, uitgeven, bekendmaken
Voorbeeld:
(verb) factchecken, feiten controleren;
(noun) factcheck, feitencontrole
Voorbeeld:
(verb) inbedden, vastzetten, invoegen
Voorbeeld: