Avatar of Vocabulary Set Zelfstandige naamwoorden gerelateerd aan film en theater

Vocabulaireverzameling Zelfstandige naamwoorden gerelateerd aan film en theater in Bioscoop en Theater: Volledige en gedetailleerde lijst

De vocabulaireverzameling 'Zelfstandige naamwoorden gerelateerd aan film en theater' in 'Bioscoop en Theater' is zorgvuldig geselecteerd uit standaard internationale lesboekbronnen, helpt je de vocabulaire in korte tijd onder de knie te krijgen. Volledige compilatie van definities, illustratieve voorbeelden en standaarduitspraak...

Leer deze vocabulaireverzameling op Lingoland

Nu leren

adaptation

/ˌæd.əpˈteɪ.ʃən/

(noun) aanpassing, adaptatie, bewerking

Voorbeeld:

The adaptation of the species to the new environment was slow.
De aanpassing van de soort aan de nieuwe omgeving was traag.

B-movie

/ˈbiː.muː.viː/

(noun) B-film

Voorbeeld:

Many classic horror films started out as B-movies.
Veel klassieke horrorfilms begonnen als B-films.

chick flick

/ˈtʃɪk flɪk/

(noun) chick flick, vrouwenfilm

Voorbeeld:

Let's watch a chick flick tonight, I'm in the mood for something romantic.
Laten we vanavond een chick flick kijken, ik ben in de stemming voor iets romantisch.

costume drama

/ˈkɑː.stuːm ˌdrɑː.mə/

(noun) kostuumdrama

Voorbeeld:

She loves watching costume dramas set in the Victorian era.
Ze kijkt graag naar kostuumdrama's die zich afspelen in het Victoriaanse tijdperk.

director's cut

/dəˈrektərz kʌt/

(noun) director's cut, regisseursversie

Voorbeeld:

The director's cut of the movie included an extra hour of footage.
De director's cut van de film bevatte een extra uur aan beelden.

franchise

/ˈfræn.tʃaɪz/

(noun) franchise, licentie, stemrecht;

(verb) franchisen, licentiëren, stemrecht verlenen

Voorbeeld:

The company operates several fast-food franchises.
Het bedrijf exploiteert verschillende fastfoodfranchises.

genre

/ˈʒɑːn.rə/

(noun) genre, soort

Voorbeeld:

My favorite music genre is classical.
Mijn favoriete muziekgenre is klassiek.

film

/fɪlm/

(noun) film, laagje;

(verb) filmen, opnemen

Voorbeeld:

We watched a horror film last night.
We hebben gisteravond een horrorfilm gekeken.

new wave

/nuː weɪv/

(noun) new wave, New Wave (film)

Voorbeeld:

Many bands from the 1980s are considered new wave.
Veel bands uit de jaren 80 worden beschouwd als new wave.

prequel

/ˈpriː.kwəl/

(noun) prequel, voorloper

Voorbeeld:

The new film is a prequel to the popular fantasy series.
De nieuwe film is een prequel van de populaire fantasyserie.

remake

/ˌriːˈmeɪk/

(verb) opnieuw maken, veranderen;

(noun) remake, nieuwe versie

Voorbeeld:

They decided to remake the entire film with a new cast.
Ze besloten de hele film opnieuw te maken met een nieuwe cast.

sequel

/ˈsiː.kwəl/

(noun) vervolg, gevolg, uitvloeisel

Voorbeeld:

The movie is a sequel to last year's blockbuster hit.
De film is een vervolg op de kaskraker van vorig jaar.

sleeper

/ˈsliː.pɚ/

(noun) slaper, dwarsligger, spoorbiels

Voorbeeld:

He's a light sleeper and wakes up at the slightest noise.
Hij is een lichte slaper en wordt wakker bij het minste geluid.

spin-off

/ˈspɪn.ɔf/

(noun) spin-off, afsplitsing

Voorbeeld:

The new TV series is a spin-off from a popular movie.
De nieuwe tv-serie is een spin-off van een populaire film.

talkie

/ˈtɑː.ki/

(noun) geluidsfilm

Voorbeeld:

The Jazz Singer was the first feature-length talkie.
The Jazz Singer was de eerste lange geluidsfilm.

tearjerker

/ˈtɪrˌdʒɝː.kɚ/

(noun) tranentrekker

Voorbeeld:

The movie was a real tearjerker, I couldn't stop crying.
De film was een echte tranentrekker, ik kon niet stoppen met huilen.

telefilm

/ˈtel.ə.fɪlm/

(noun) telefilm, televisiefilm

Voorbeeld:

The new telefilm received high ratings.
De nieuwe telefilm kreeg hoge kijkcijfers.

weepy

/ˈwiː.pi/

(adjective) huilerig, tranerig, sentimenteel

Voorbeeld:

She felt a bit weepy after watching the sad movie.
Ze voelde zich een beetje huilerig na het kijken van de droevige film.

credit

/ˈkred.ɪt/

(noun) krediet, credit, tegoed;

(verb) crediteren, bijschrijven, toeschrijven

Voorbeeld:

Can I buy this on credit?
Kan ik dit op krediet kopen?

audience

/ˈɑː.di.əns/

(noun) publiek, toehoorders, lezerspubliek

Voorbeeld:

The band played to a large audience.
De band speelde voor een groot publiek.

playgoer

/ˈpleɪˌɡoʊər/

(noun) toneelbezoeker, theaterganger

Voorbeeld:

The new theater aims to attract a diverse audience, from casual viewers to avid playgoers.
Het nieuwe theater wil een divers publiek aantrekken, van toevallige kijkers tot fervente toneelbezoekers.

comedy of manners

/ˈkɑː.mə.di əv ˈmæn.ərz/

(noun) comedy of manners, zedenkomedie

Voorbeeld:

Oscar Wilde's 'The Importance of Being Earnest' is a classic example of a comedy of manners.
Oscar Wilde's 'The Importance of Being Earnest' is een klassiek voorbeeld van een comedy of manners.

farce

/fɑːrs/

(noun) klucht, farce, absurditeit

Voorbeeld:

The play was a hilarious farce, full of mistaken identities and slapstick humor.
Het stuk was een hilarische klucht, vol persoonsverwisselingen en slapstickhumor.

period piece

/ˈpɪr.i.əd ˌpiːs/

(noun) tijdstuk, periodefilm

Voorbeeld:

The film is a beautiful period piece set in the 1920s.
De film is een prachtig tijdstuk dat zich afspeelt in de jaren 1920.

potboiler

/ˈpɑːtˌbɔɪ.lɚ/

(noun) broodschrijverij, prulwerk

Voorbeeld:

His latest novel is a real potboiler, full of clichés and predictable plot twists.
Zijn nieuwste roman is een echte broodschrijverij, vol clichés en voorspelbare plotwendingen.

smash

/smæʃ/

(verb) verbrijzelen, inslaan, botsen;

(noun) klap, botsing, hit

Voorbeeld:

He accidentally smashed the vase.
Hij sloeg per ongeluk de vaas kapot.

whodunit

/ˌhuːˈdʌn.ɪt/

(noun) detectiveroman, whodunit

Voorbeeld:

She loves reading classic whodunits by Agatha Christie.
Ze leest graag klassieke detectiveromans van Agatha Christie.

filmgoer

/ˈfɪlmˌɡoʊ.ɚ/

(noun) bioscoopbezoeker, filmliefhebber

Voorbeeld:

The new movie is expected to attract a large number of filmgoers.
De nieuwe film zal naar verwachting een groot aantal bioscoopbezoekers trekken.

flop

/flɑːp/

(noun) flop, mislukking;

(verb) neerploffen, flappen, hangen

Voorbeeld:

The movie was a complete flop at the box office.
De film was een complete flop aan de kassa.

masterpiece

/ˈmæs.tɚ.piːs/

(noun) meesterwerk

Voorbeeld:

The painting is considered a true masterpiece of the Renaissance.
Het schilderij wordt beschouwd als een waar meesterwerk van de Renaissance.

merchandising

/ˈmɝː.tʃən.daɪ.zɪŋ/

(noun) merchandising, winkelpresentatie, koopwaar

Voorbeeld:

Effective merchandising can significantly boost sales.
Effectieve merchandising kan de verkoop aanzienlijk stimuleren.

rave review

/ˈreɪv rɪˌvjuː/

(noun) lovende recensie, enthousiaste beoordeling

Voorbeeld:

The new restaurant received rave reviews from food critics.
Het nieuwe restaurant ontving lovende recensies van voedselcritici.

review

/rɪˈvjuː/

(noun) beoordeling, herziening, recensie;

(verb) herzien, beoordelen, recenseren

Voorbeeld:

The company conducted a performance review for all employees.
Het bedrijf voerde een prestatiebeoordeling uit voor alle werknemers.

spoiler

/ˈspɔɪ.lɚ/

(noun) spoiler, vleugel, bederver

Voorbeeld:

Please don't give away any spoilers for the new movie.
Geef alsjeblieft geen spoilers weg voor de nieuwe film.

running time

/ˈrʌnɪŋ taɪm/

(noun) speelduur, looptijd, racetime

Voorbeeld:

The movie has a running time of two hours and fifteen minutes.
De film heeft een speelduur van twee uur en vijftien minuten.

acting

/ˈæk.tɪŋ/

(noun) acteren, toneelspelen;

(adjective) waarnemend, tijdelijk

Voorbeeld:

She decided to pursue a career in acting.
Ze besloot een carrière in de acteren na te streven.

first night

/ˈfɜːrst naɪt/

(noun) première, eerste voorstelling, huwelijksnacht

Voorbeeld:

The cast celebrated after the successful first night of the musical.
De cast vierde feest na de succesvolle première van de musical.

beat

/biːt/

(verb) slaan, afranselen, verslaan;

(noun) beat, ritme, slag;

(adjective) uitgeput, moe

Voorbeeld:

He was severely beaten by the attackers.
Hij werd zwaar geslagen door de aanvallers.

score

/skɔːr/

(noun) score, puntentotaal, twintigtal;

(verb) scoren, punten maken, inkerven

Voorbeeld:

What's the final score of the game?
Wat is de eindstand van de wedstrijd?

opening night

/ˈoʊ.pən.ɪŋ ˌnaɪt/

(noun) première, openingsavond

Voorbeeld:

The cast celebrated after a successful opening night of the new play.
De cast vierde feest na een succesvolle première van het nieuwe toneelstuk.

movie

/ˈmuː.vi/

(noun) film, bioscoopfilm

Voorbeeld:

Let's go see a movie tonight.
Laten we vanavond een film gaan kijken.

plot

/plɑːt/

(noun) complot, samenzwering, plot;

(verb) complotteren, beramen, plotten

Voorbeeld:

The police uncovered a plot to overthrow the government.
De politie ontdekte een complot om de regering omver te werpen.

scene

/siːn/

(noun) scène, plaats, ophef

Voorbeeld:

The police arrived at the scene of the crime.
De politie arriveerde op de plaats delict.

script

/skrɪpt/

(noun) script, scenario, schrift;

(verb) schrijven, scenario schrijven

Voorbeeld:

The actors are rehearsing the new script.
De acteurs repeteren het nieuwe script.

backstory

/ˈbækˌstɔːr.i/

(noun) achtergrondverhaal, voorgeschiedenis

Voorbeeld:

The author developed a detailed backstory for each character in the novel.
De auteur ontwikkelde een gedetailleerde achtergrondverhaal voor elk personage in de roman.

intermission

/ˌɪn.t̬ɚˈmɪʃ.ən/

(noun) pauze, onderbreking, tussenpoos

Voorbeeld:

There will be a 15-minute intermission during the play.
Er zal een pauze van 15 minuten zijn tijdens het toneelstuk.

climax

/ˈklaɪ.mæks/

(noun) climax, hoogtepunt, orgasme;

(verb) culmineren, een hoogtepunt bereiken

Voorbeeld:

The movie reached its climax with the final battle scene.
De film bereikte zijn climax met de laatste gevechtsscène.

ending

/ˈen.dɪŋ/

(noun) einde, slot, uitgang

Voorbeeld:

The movie had a surprising ending.
De film had een verrassend einde.

interlude

/ˈɪn.t̬ɚ.luːd/

(noun) intermezzo, onderbreking, tussenperiode

Voorbeeld:

There was a brief interlude of sunshine between the rain showers.
Er was een korte onderbreking van zonneschijn tussen de regenbuien.

narrator

/ˈner.eɪ.t̬ɚ/

(noun) verteller, verhalenverteller

Voorbeeld:

The story is told from the perspective of an unreliable narrator.
Het verhaal wordt verteld vanuit het perspectief van een onbetrouwbare verteller.

prologue

/ˈproʊ.lɑːɡ/

(noun) proloog, voorwoord, voorloper

Voorbeeld:

The novel begins with a captivating prologue that sets the scene.
De roman begint met een boeiende proloog die de scène schetst.

setting

/ˈset̬.ɪŋ/

(noun) setting, omgeving, decor

Voorbeeld:

The movie's setting was a remote island.
De setting van de film was een afgelegen eiland.

subplot

/ˈsʌb.plɑːt/

(noun) subplot, nevenplot

Voorbeeld:

The romantic subplot added depth to the main story.
De romantische subplot voegde diepte toe aan het hoofdverhaal.

clip

/klɪp/

(noun) clip, klem, speld;

(verb) knippen, scheren, clippen

Voorbeeld:

She used a paper clip to hold the documents together.
Ze gebruikte een paperclip om de documenten bij elkaar te houden.

showing

/ˈʃoʊ.ɪŋ/

(noun) vertoning, tentoonstelling;

(adjective) te zien, draaiend

Voorbeeld:

The art gallery is having a showing of new sculptures.
De kunstgalerie heeft een tentoonstelling van nieuwe sculpturen.
Leer deze vocabulaireverzameling op Lingoland