Vocabulaireverzameling Zelfstandige naamwoorden gerelateerd aan film en theater in Bioscoop en Theater: Volledige en gedetailleerde lijst
De vocabulaireverzameling 'Zelfstandige naamwoorden gerelateerd aan film en theater' in 'Bioscoop en Theater' is zorgvuldig geselecteerd uit standaard internationale lesboekbronnen, helpt je de vocabulaire in korte tijd onder de knie te krijgen. Volledige compilatie van definities, illustratieve voorbeelden en standaarduitspraak...
Leer deze vocabulaireverzameling op Lingoland
Nu leren(noun) aanpassing, adaptatie, bewerking
Voorbeeld:
(noun) B-film
Voorbeeld:
(noun) chick flick, vrouwenfilm
Voorbeeld:
(noun) kostuumdrama
Voorbeeld:
(noun) director's cut, regisseursversie
Voorbeeld:
(noun) franchise, licentie, stemrecht;
(verb) franchisen, licentiëren, stemrecht verlenen
Voorbeeld:
(noun) genre, soort
Voorbeeld:
(noun) film, laagje;
(verb) filmen, opnemen
Voorbeeld:
(noun) new wave, New Wave (film)
Voorbeeld:
(noun) prequel, voorloper
Voorbeeld:
(verb) opnieuw maken, veranderen;
(noun) remake, nieuwe versie
Voorbeeld:
(noun) vervolg, gevolg, uitvloeisel
Voorbeeld:
(noun) slaper, dwarsligger, spoorbiels
Voorbeeld:
(noun) spin-off, afsplitsing
Voorbeeld:
(noun) geluidsfilm
Voorbeeld:
(noun) tranentrekker
Voorbeeld:
(noun) telefilm, televisiefilm
Voorbeeld:
(adjective) huilerig, tranerig, sentimenteel
Voorbeeld:
(noun) krediet, credit, tegoed;
(verb) crediteren, bijschrijven, toeschrijven
Voorbeeld:
(noun) publiek, toehoorders, lezerspubliek
Voorbeeld:
(noun) toneelbezoeker, theaterganger
Voorbeeld:
(noun) comedy of manners, zedenkomedie
Voorbeeld:
(noun) klucht, farce, absurditeit
Voorbeeld:
(noun) tijdstuk, periodefilm
Voorbeeld:
(noun) broodschrijverij, prulwerk
Voorbeeld:
(verb) verbrijzelen, inslaan, botsen;
(noun) klap, botsing, hit
Voorbeeld:
(noun) detectiveroman, whodunit
Voorbeeld:
(noun) bioscoopbezoeker, filmliefhebber
Voorbeeld:
(noun) flop, mislukking;
(verb) neerploffen, flappen, hangen
Voorbeeld:
(noun) meesterwerk
Voorbeeld:
(noun) merchandising, winkelpresentatie, koopwaar
Voorbeeld:
(noun) lovende recensie, enthousiaste beoordeling
Voorbeeld:
(noun) beoordeling, herziening, recensie;
(verb) herzien, beoordelen, recenseren
Voorbeeld:
(noun) spoiler, vleugel, bederver
Voorbeeld:
(noun) speelduur, looptijd, racetime
Voorbeeld:
(noun) acteren, toneelspelen;
(adjective) waarnemend, tijdelijk
Voorbeeld:
(noun) première, eerste voorstelling, huwelijksnacht
Voorbeeld:
(verb) slaan, afranselen, verslaan;
(noun) beat, ritme, slag;
(adjective) uitgeput, moe
Voorbeeld:
(noun) score, puntentotaal, twintigtal;
(verb) scoren, punten maken, inkerven
Voorbeeld:
(noun) première, openingsavond
Voorbeeld:
(noun) film, bioscoopfilm
Voorbeeld:
(noun) complot, samenzwering, plot;
(verb) complotteren, beramen, plotten
Voorbeeld:
(noun) scène, plaats, ophef
Voorbeeld:
(noun) script, scenario, schrift;
(verb) schrijven, scenario schrijven
Voorbeeld:
(noun) achtergrondverhaal, voorgeschiedenis
Voorbeeld:
(noun) pauze, onderbreking, tussenpoos
Voorbeeld:
(noun) climax, hoogtepunt, orgasme;
(verb) culmineren, een hoogtepunt bereiken
Voorbeeld:
(noun) einde, slot, uitgang
Voorbeeld:
(noun) intermezzo, onderbreking, tussenperiode
Voorbeeld:
(noun) verteller, verhalenverteller
Voorbeeld:
(noun) proloog, voorwoord, voorloper
Voorbeeld:
(noun) setting, omgeving, decor
Voorbeeld:
(noun) subplot, nevenplot
Voorbeeld:
(noun) clip, klem, speld;
(verb) knippen, scheren, clippen
Voorbeeld:
(noun) vertoning, tentoonstelling;
(adjective) te zien, draaiend
Voorbeeld: