Vocabulaireverzameling Zelfstandige naamwoorden gerelateerd aan architectuur en bouw in Architectuur en Constructie: Volledige en gedetailleerde lijst
De vocabulaireverzameling 'Zelfstandige naamwoorden gerelateerd aan architectuur en bouw' in 'Architectuur en Constructie' is zorgvuldig geselecteerd uit standaard internationale lesboekbronnen, helpt je de vocabulaire in korte tijd onder de knie te krijgen. Volledige compilatie van definities, illustratieve voorbeelden en standaarduitspraak...
Leer deze vocabulaireverzameling op Lingoland
Nu leren(noun) techniek, ingenieurswetenschappen, ingenieurswerk
Voorbeeld:
(noun) plan, ontwerp, plattegrond;
(verb) plannen, organiseren
Voorbeeld:
(noun) faciliteit, voorziening, aanleg
Voorbeeld:
(noun) opvulling, vulling, inbreiding;
(verb) opvullen, vullen, inbreiden
Voorbeeld:
(noun) nieuwbouw, nieuwbouwwoning
Voorbeeld:
(noun) verval, bouwvalligheid, verloedering
Voorbeeld:
(noun) verval, slechte staat, bouwvalligheid
Voorbeeld:
(noun) doorn in het oog, lelijk ding
Voorbeeld:
(noun) plattegrond
Voorbeeld:
(noun) inlegwerk, inlegstuk, inlay;
(verb) inleggen, inbedden
Voorbeeld:
(noun) indeling, opmaak, lay-out;
(verb) indelen, opmaken, uittekenen
Voorbeeld:
(noun) schaal, dop, schelp;
(verb) pellen, doppen, bombarderen
Voorbeeld:
(noun) krot, hut
Voorbeeld:
(noun) eigendom, bezit, pand
Voorbeeld:
(noun) zelfbouw;
(adjective) zelfbouw-
Voorbeeld:
(noun) bewoning, verblijf, verblijfplaats
Voorbeeld:
(noun) plaats, plek, huis;
(verb) plaatsen, leggen, herkennen
Voorbeeld:
(verb) terugkeren, teruggaan, terugbrengen;
(noun) terugkeer, terugzending, rendement
Voorbeeld:
(noun) zomer;
(verb) zomeren
Voorbeeld:
(noun) oriëntatiepunt, herkenningspunt, mijlpaal;
(adjective) baanbrekend, historisch
Voorbeeld:
(plural noun) overblijfselen, resten, stoffelijke resten;
(verb) blijven, overblijven, resten
Voorbeeld:
(noun) ruïne, ondergang, verwoesting;
(verb) ruïneren, verwoesten, verpesten
Voorbeeld:
(noun) sloop, afbraak
Voorbeeld:
(noun) renovatie, opknapbeurt
Voorbeeld:
(noun) renovatie, verbouwing
Voorbeeld:
(verb) lassen, smeden, verenigen;
(noun) las, lasverbinding
Voorbeeld:
(noun) brandval, brandgevaarlijk gebouw
Voorbeeld:
(noun) kanaal, leiding, buis
Voorbeeld:
(noun) vrijgezellenflat, bachelorpad
Voorbeeld: