Avatar of Vocabulary Set Basis 1

Vocabulaireverzameling Basis 1 in Dag 29 - Weersverwachting: Volledige en gedetailleerde lijst

De vocabulaireverzameling 'Basis 1' in 'Dag 29 - Weersverwachting' is zorgvuldig geselecteerd uit standaard internationale lesboekbronnen, helpt je de vocabulaire in korte tijd onder de knie te krijgen. Volledige compilatie van definities, illustratieve voorbeelden en standaarduitspraak...

Leer deze vocabulaireverzameling op Lingoland

Nu leren

conserve

/kənˈsɝːv/

(verb) behouden, conserveren, beschermen;

(noun) jam, vruchtenjam

Voorbeeld:

We must conserve our natural resources for future generations.
We moeten onze natuurlijke hulpbronnen behouden voor toekomstige generaties.

chance

/tʃæns/

(noun) kans, mogelijkheid, gelegenheid;

(verb) toevallig gebeuren, gebeuren bij toeval, riskeren

Voorbeeld:

There's a good chance of rain tomorrow.
Er is een goede kans op regen morgen.

forecast

/ˈfɔːr.kæst/

(noun) voorspelling, prognose;

(verb) voorspellen, prognostiseren

Voorbeeld:

The weather forecast predicts rain for tomorrow.
De weersvoorspelling voorspelt regen voor morgen.

waste

/weɪst/

(noun) afval, resten, verspilling;

(verb) verspillen, verkwisten, verkwijnen;

(adjective) woest, braakliggend

Voorbeeld:

The factory produces a lot of chemical waste.
De fabriek produceert veel chemisch afval.

dispose

/dɪˈspoʊz/

(verb) wegdoen, verwijderen, stemmen tot

Voorbeeld:

The company needs to dispose of its old equipment.
Het bedrijf moet zijn oude apparatuur wegdoen.

recycling

/ˌriːˈsaɪ.klɪŋ/

(noun) recycling, hergebruik

Voorbeeld:

We need to improve our recycling efforts to protect the environment.
We moeten onze recycling inspanningen verbeteren om het milieu te beschermen.

clear

/klɪr/

(adjective) duidelijk, helder, doorzichtig;

(verb) ruimen, vrijmaken, klaren;

(adverb) helemaal, volledig

Voorbeeld:

The instructions were very clear.
De instructies waren erg duidelijk.

damage

/ˈdæm.ɪdʒ/

(noun) schade, beschadiging, schadevergoeding;

(verb) beschadigen, schaden

Voorbeeld:

The storm caused extensive damage to the roof.
De storm veroorzaakte uitgebreide schade aan het dak.

significant

/sɪɡˈnɪf.ə.kənt/

(adjective) significant, belangrijk, aanzienlijk

Voorbeeld:

There was a significant increase in sales this quarter.
Er was een aanzienlijke stijging van de verkoop dit kwartaal.

solution

/səˈluː.ʃən/

(noun) oplossing

Voorbeeld:

We need to find a practical solution to this issue.
We moeten een praktische oplossing vinden voor dit probleem.

occur

/əˈkɝː/

(verb) gebeuren, plaatsvinden, opkomen

Voorbeeld:

The accident occurred at 3 PM.
Het ongeluk gebeurde om 15.00 uur.

ideal

/aɪˈdiː.əl/

(adjective) ideaal, perfect, imaginair;

(noun) ideaal, voorbeeld

Voorbeeld:

This is the ideal place for a picnic.
Dit is de ideale plek voor een picknick.

preserve

/prɪˈzɝːv/

(verb) behouden, bewaren, conserveren;

(noun) jam, confituur, conserven

Voorbeeld:

We must preserve our natural resources for future generations.
We moeten onze natuurlijke hulpbronnen behouden voor toekomstige generaties.

aid

/eɪd/

(noun) hulp, steun, bijstand;

(verb) helpen, ondersteunen, bijstaan

Voorbeeld:

The organization provides humanitarian aid to disaster victims.
De organisatie biedt humanitaire hulp aan rampenslachtoffers.

excessive

/ekˈses.ɪv/

(adjective) buitensporig, overmatig, te veel

Voorbeeld:

The company was criticized for its excessive spending.
Het bedrijf werd bekritiseerd om zijn buitensporige uitgaven.

intensively

/ɪnˈten.sɪv.li/

(adverb) intensief, grondig

Voorbeeld:

The team worked intensively to meet the deadline.
Het team werkte intensief om de deadline te halen.

vary

/ˈver.i/

(verb) variëren, verschillen, aanpassen

Voorbeeld:

The prices of flights vary depending on the season.
De prijzen van vluchten variëren afhankelijk van het seizoen.

pleasing

/ˈpliː.zɪŋ/

(adjective) aangenaam, bevredigend

Voorbeeld:

The garden was filled with pleasing scents.
De tuin was gevuld met aangename geuren.

mark

/mɑːrk/

(noun) teken, merk, cijfer;

(verb) markeren, vlekken, aanduiden

Voorbeeld:

The teacher put a red mark on the incorrect answers.
De leraar zette een rode markering op de foute antwoorden.

inaccessible

/ˌɪn.əkˈses.ə.bəl/

(adjective) ontoegankelijk, onbereikbaar, onbegrijpelijk

Voorbeeld:

The remote village was inaccessible during the winter due to heavy snow.
Het afgelegen dorp was ontoegankelijk in de winter door zware sneeuwval.

disturb

/dɪˈstɝːb/

(verb) storen, verstoren, verontrusten

Voorbeeld:

Please don't disturb me while I'm working.
Gelieve me niet te storen terwijl ik werk.

pollutant

/pəˈluː.t̬ənt/

(noun) vervuilende stof, verontreinigende stof

Voorbeeld:

Carbon monoxide is a dangerous pollutant.
Koolmonoxide is een gevaarlijke vervuilende stof.

emission

/iˈmɪʃ.ən/

(noun) uitstoot, emissie, uitgave

Voorbeeld:

The factory reduced its carbon emissions.
De fabriek verminderde haar koolstofuitstoot.

dense

/dens/

(adjective) dicht, compact, dom

Voorbeeld:

The forest was so dense that sunlight barely reached the ground.
Het bos was zo dicht dat zonlicht nauwelijks de grond bereikte.

environmental

/ɪnˌvaɪ.rəˈmen.t̬əl/

(adjective) milieu-, ecologisch, omgevings-

Voorbeeld:

The company is committed to reducing its environmental footprint.
Het bedrijf zet zich in om zijn milieuvoetafdruk te verkleinen.

consistent

/kənˈsɪs.tənt/

(adjective) consistent, consequent, gelijkmatig

Voorbeeld:

Her performance has been consistent throughout the season.
Haar prestaties zijn het hele seizoen consistent geweest.

leak

/liːk/

(noun) lek, lekkage, openbaring;

(verb) lekken, doorsijpelen, onthullen

Voorbeeld:

There's a water leak in the ceiling.
Er is een waterlek in het plafond.

organization

/ˌɔːr.ɡən.əˈzeɪ.ʃən/

(noun) organisatie, instelling, ordening

Voorbeeld:

The company is a large international organization.
Het bedrijf is een grote internationale organisatie.

continually

/kənˈtɪn.ju.ə.li/

(adverb) voortdurend, herhaaldelijk, onophoudelijk

Voorbeeld:

He is continually interrupting me.
Hij onderbreekt me voortdurend.

contaminate

/kənˈtæm.ə.neɪt/

(verb) verontreinigen, besmetten

Voorbeeld:

The spill could contaminate the entire water supply.
De lekkage kan de hele watervoorziening verontreinigen.

disaster

/dɪˈzæs.tɚ/

(noun) ramp, catastrofe, mislukking

Voorbeeld:

The earthquake was a natural disaster that devastated the region.
De aardbeving was een natuurlijke ramp die de regio verwoestte.

discharge

/dɪsˈtʃɑːrdʒ/

(verb) ontslaan, vrijlaten, lozen;

(noun) ontslag, vrijlating, lozing

Voorbeeld:

The patient was discharged from the hospital yesterday.
De patiënt werd gisteren uit het ziekenhuis ontslagen.

resource

/ˈriː.sɔːrs/

(noun) middel, hulpbron, vindingrijkheid;

(verb) voorzien van middelen, uitrusten

Voorbeeld:

The company has limited financial resources.
Het bedrijf heeft beperkte financiële middelen.

prominent

/ˈprɑː.mə.nənt/

(adjective) prominent, opvallend, belangrijk

Voorbeeld:

The church tower was a prominent landmark in the village.
De kerktoren was een prominent herkenningspunt in het dorp.

deplete

/dɪˈpliːt/

(verb) uitputten, verbruiken, uitmergelen

Voorbeeld:

The prolonged drought has depleted the region's water reserves.
De langdurige droogte heeft de waterreserves van de regio uitgeput.

purify

/ˈpjʊr.ə.faɪ/

(verb) zuiveren, reinigen

Voorbeeld:

The water filter helps to purify drinking water.
Het waterfilter helpt om drinkwater te zuiveren.

endangered

/ɪnˈdeɪn.dʒɚd/

(adjective) bedreigd

Voorbeeld:

The giant panda is an endangered species.
De reuzenpanda is een bedreigde diersoort.

extinction

/ɪkˈstɪŋk.ʃən/

(noun) uitsterven, extinctie, doven

Voorbeeld:

The dodo bird's extinction was caused by human activity.
Het uitsterven van de dodo werd veroorzaakt door menselijke activiteit.

drought

/draʊt/

(noun) droogte, tekort, gebrek

Voorbeeld:

The region is experiencing a severe drought.
De regio ervaart een ernstige droogte.

inflict

/ɪnˈflɪkt/

(verb) toebrengen, veroorzaken

Voorbeeld:

The storm inflicted severe damage on the coastal towns.
De storm veroorzaakte ernstige schade aan de kuststeden.

migration

/maɪˈɡreɪ.ʃən/

(noun) migratie, trek, volksverhuizing

Voorbeeld:

The annual migration of wildebeest across the Serengeti is a spectacular sight.
De jaarlijkse migratie van gnoes over de Serengeti is een spectaculair gezicht.

ecology

/iˈkɑː.lə.dʒi/

(noun) ecologie, milieubeweging

Voorbeeld:

She is studying ecology at university.
Ze studeert ecologie aan de universiteit.

habitat

/ˈhæb.ə.tæt/

(noun) habitat, leefgebied

Voorbeeld:

The panda's natural habitat is the bamboo forest.
De natuurlijke habitat van de panda is het bamboebos.
Leer deze vocabulaireverzameling op Lingoland