Vocabulaireverzameling Basis 1 in Dag 23 - Rollenspel: Volledige en gedetailleerde lijst
De vocabulaireverzameling 'Basis 1' in 'Dag 23 - Rollenspel' is zorgvuldig geselecteerd uit standaard internationale lesboekbronnen, helpt je de vocabulaire in korte tijd onder de knie te krijgen. Volledige compilatie van definities, illustratieve voorbeelden en standaarduitspraak...
Leer deze vocabulaireverzameling op Lingoland
Nu leren(noun) gastheer, gastvrouw, menigte;
(verb) hosten, organiseren, onderbrengen
Voorbeeld:
(adjective) jaarlijks, eenjarig;
(noun) eenjarige plant, jaarboek, jaarlijkse publicatie
Voorbeeld:
(noun) doel, streven, vastberadenheid;
(verb) van plan zijn, beogen
Voorbeeld:
(verb) inschrijven, aanmelden, opnemen
Voorbeeld:
(noun) lezing, college, preek;
(verb) lesgeven, doceren, de les lezen
Voorbeeld:
(noun) deelnemer, participant
Voorbeeld:
(verb) bijwonen, volgen, zorgen voor
Voorbeeld:
(verb) aanmoedigen, stimuleren, bevorderen
Voorbeeld:
(verb) verlaten, vertrekken, laten;
(noun) verlof, vrij, toestemming
Voorbeeld:
(noun) aanbeveling, advies, referentie
Voorbeeld:
(noun) conferentie, vergadering;
(verb) vergaderen, confereren
Voorbeeld:
(noun) schema, rooster, tijdschema;
(verb) plannen, inplannen
Voorbeeld:
(verb) omvatten, bevatten, opnemen
Voorbeeld:
(noun) resultaat, gevolg, uitslag;
(verb) resulteren in, voortvloeien uit
Voorbeeld:
(verb) registreren, inschrijven, aangeven;
(noun) register, lijst, kassa
Voorbeeld:
(verb) vereisen, nodig hebben, verplichten
Voorbeeld:
(adjective) dankbaar
Voorbeeld:
(noun) overwerk, overtijd, verlenging;
(adverb) over, overtijd
Voorbeeld:
(noun) verantwoordelijkheid, plicht, taken
Voorbeeld:
(noun) instemming, toestemming;
(verb) instemmen, toestemmen
Voorbeeld:
(verb) beschouwen, aanzien, aankijken;
(noun) achting, aandacht, respect
Voorbeeld:
(adjective) voorlopig, onzeker, voorzichtig
Voorbeeld:
(verb) verwelkomen, begroeten;
(exclamation) welkom;
(adjective) welkom, aangenaam;
(noun) welkom, ontvangst
Voorbeeld:
(noun) functie, doel, bijeenkomst;
(verb) functioneren, werken
Voorbeeld:
(verb) beginnen, aanvangen
Voorbeeld:
(noun) doel, objectief;
(adjective) objectief, onpartijdig
Voorbeeld:
(adjective) enthousiast, opgewonden
Voorbeeld:
(noun) vergoeding, terugbetaling
Voorbeeld:
(noun) behandeling, omgang, therapie
Voorbeeld:
(noun) eer, respect, integriteit;
(verb) eren, respecteren
Voorbeeld:
(verb) benadrukken, accentueren
Voorbeeld:
(noun) toegang, ingang, vermelding
Voorbeeld:
(noun) bonus, premie, extraatje
Voorbeeld:
(noun) salaris, loon
Voorbeeld:
(verb) verdienen
Voorbeeld:
(verb) ontstaan, opkomen, opstaan
Voorbeeld:
(noun) arbeid, werk, bevalling;
(verb) zwoegen, hard werken
Voorbeeld:
(noun) unie, verbond, vakbond
Voorbeeld:
(adjective) bestaand, huidig
Voorbeeld:
(verb) exploiteren, benutten, uitbuiten;
(noun) daad, prestatie
Voorbeeld: