Vocabulaireverzameling Basis 1 in Dag 4 - Bedrijfsgeheimen: Volledige en gedetailleerde lijst
De vocabulaireverzameling 'Basis 1' in 'Dag 4 - Bedrijfsgeheimen' is zorgvuldig geselecteerd uit standaard internationale lesboekbronnen, helpt je de vocabulaire in korte tijd onder de knie te krijgen. Volledige compilatie van definities, illustratieve voorbeelden en standaarduitspraak...
Leer deze vocabulaireverzameling op Lingoland
Nu leren(adjective) laks, slap, onachtzaam
Voorbeeld:
(verb) uitstellen, talmen
Voorbeeld:
(adjective) gecombineerd, verenigd
Voorbeeld:
(verb) bereiken, volbrengen
Voorbeeld:
(adverb) vrijwillig, uit eigen beweging
Voorbeeld:
(verb) ondernemen, uitvoeren, beginnen aan
Voorbeeld:
(verb) aannemen, veronderstellen, verkrijgen
Voorbeeld:
(adverb) af en toe, incidenteel
Voorbeeld:
(noun) werknemer, medewerker
Voorbeeld:
(verb) helpen, assisteren;
(noun) hulp, assistentie
Voorbeeld:
(adjective) tevreden, voldaan
Voorbeeld:
(noun) manier, wijze, gedrag
Voorbeeld:
(adjective) verantwoordelijk, verantwoordelijk voor, oorzaak van
Voorbeeld:
(noun) gedrag, verloop, beheer;
(verb) uitvoeren, leiden, dirigeren
Voorbeeld:
(verb) aanpassen, verstellen, zich schikken
Voorbeeld:
(noun) personeel, medewerkers
Voorbeeld:
(verb) instemmen, het eens zijn, overeenkomen
Voorbeeld:
(verb) superviseren, toezicht houden op, begeleiden
Voorbeeld:
(noun) collega, medewerker
Voorbeeld:
(adjective) direct, rechtstreeks, onmiddellijk;
(verb) leiden, besturen, dirigeren;
(adverb) direct, rechtstreeks
Voorbeeld:
(adjective) vertrouwelijk, geheim, discreet
Voorbeeld:
(verb) toewijzen, opdragen, toekennen
Voorbeeld:
(adjective) leidend, toonaangevend, voornaamste
Voorbeeld:
(adjective) formeel, officieel, gestructureerd
Voorbeeld:
(verb) verwijderen, afnemen, wegnemen
Voorbeeld:
(verb) verzamelen, ophalen, afhalen;
(noun) collectegebed, collect
Voorbeeld:
(verb) coördineren, afstemmen, matchen;
(noun) coördinaat, coördinaten;
(adjective) gelijkwaardig, coördinerend
Voorbeeld:
(adverb) nauwelijks, amper, moeilijk
Voorbeeld:
(adjective) abstract, theoretisch;
(noun) samenvatting, abstract;
(verb) abstraheren, extraheren, losmaken
Voorbeeld:
(noun) gids, telefoongids, adresboek
Voorbeeld:
(adjective) verantwoordelijk, aansprakelijk
Voorbeeld:
(adverb) bekwaam, vaardig
Voorbeeld:
(adjective) exclusief, beperkt, uitsluitend;
(noun) exclusief, primeur
Voorbeeld:
(noun) intentie, bedoeling, voornemen
Voorbeeld:
(verb) transformeren, veranderen, omvormen
Voorbeeld:
(adjective) respectvol, eerbiedig
Voorbeeld:
(noun) duplicaat, kopie;
(verb) dupliceren, kopiëren, herhalen;
(adjective) duplicaat, identiek
Voorbeeld:
(adjective) tegenovergesteld, strijdig;
(noun) integendeel, het tegenovergestelde
Voorbeeld:
(adjective) verontrustend, storend
Voorbeeld:
(verb) betrekken, boeien, aantrekken;
(adjective) bezet, verwikkeld
Voorbeeld:
(verb) bevorderen, stimuleren, pleegzorgen;
(adjective) pleeg-, pleegzorg-
Voorbeeld:
(noun) neutraliteit, onpartijdigheid, onopvallendheid
Voorbeeld:
(adverb) breed, wijdverbreid, wijd
Voorbeeld: