Vocabulaireverzameling Basis 1 in Dag 3 - Office Masters: Volledige en gedetailleerde lijst
De vocabulaireverzameling 'Basis 1' in 'Dag 3 - Office Masters' is zorgvuldig geselecteerd uit standaard internationale lesboekbronnen, helpt je de vocabulaire in korte tijd onder de knie te krijgen. Volledige compilatie van definities, illustratieve voorbeelden en standaarduitspraak...
Leer deze vocabulaireverzameling op Lingoland
Nu leren(adjective) gewend, vertrouwd
Voorbeeld:
(noun) onderneming, corporatie, bedrijf
Voorbeeld:
(adjective) veeleisend, uitdagend, streng
Voorbeeld:
(noun) collega
Voorbeeld:
(noun) verdeling, scheiding, afdeling
Voorbeeld:
(noun) verzoek, aanvraag;
(verb) verzoeken, aanvragen
Voorbeeld:
(adverb) efficiënt, doelmatig
Voorbeeld:
(verb) beheren, leiden, redden
Voorbeeld:
(verb) onderwerpen, overgeven, indienen
Voorbeeld:
(adverb) rechtstreeks, direct, onmiddellijk
Voorbeeld:
(verb) herinneren, doen denken aan
Voorbeeld:
(verb) instrueren, onderwijzen, opdragen
Voorbeeld:
(noun) deadline, uiterste datum
Voorbeeld:
(noun) monster, voorbeeld;
(verb) bemonsteren, proeven
Voorbeeld:
(verb) informeren, op de hoogte stellen, melden
Voorbeeld:
(verb) uitvoeren, verrichten, optreden
Voorbeeld:
(noun) monitor, beeldscherm, varaan;
(verb) monitoren, bewaken
Voorbeeld:
(verb) verdienen
Voorbeeld:
(noun) opdracht, taak, toewijzing
Voorbeeld:
(adjective) heel, geheel
Voorbeeld:
(verb) vrijlaten, loslaten, uitbrengen;
(noun) vrijlating, uitgave
Voorbeeld:
(noun) verlenging, uitbreiding, aanbouw
Voorbeeld:
(adverb) elektronisch
Voorbeeld:
(noun) aanwezigheid, opkomst, opkomstcijfer
Voorbeeld:
(adverb) absoluut, volledig, zeker
Voorbeeld:
(noun) afgevaardigde, gedelegeerde;
(verb) delegeren, overdragen, afvaardigen
Voorbeeld:
(adverb) aandachtig, oplettend, zorgvuldig
Voorbeeld:
(noun) toezicht, supervisie, leiding
Voorbeeld:
(noun) werkplaats, atelier, workshop;
(verb) uitwerken in een workshop, bespreken in een workshop
Voorbeeld:
(verb) tekenen, trekken, aantrekken;
(noun) gelijkspel, trek, aantrekkingskracht
Voorbeeld:
(noun) revisie, herziening, aanpassing
Voorbeeld:
(adverb) met tegenzin, aarzelend
Voorbeeld:
(verb) bekendmaken, vertrouwd maken
Voorbeeld:
(verb) vervoeren, transporteren, overbrengen
Voorbeeld:
(verb) controleren, nakijken, stoppen;
(noun) controle, stop, ruit
Voorbeeld:
(noun) hoofdkantoor, hoofdkwartier
Voorbeeld:
(noun) map, dossier, bestand;
(verb) archiveren, ordenen, indienen
Voorbeeld:
(verb) overzien, toezicht houden op
Voorbeeld:
(adjective) betrokken, geïmpliceerd, ingewikkeld;
(past participle) betrokken, omvatte
Voorbeeld:
(verb) concentreren, zich richten op, indikken;
(noun) concentraat, geconcentreerd product
Voorbeeld: