Vocabulaireverzameling Kantoorleven in Algemene IELTS-woordenschat (band 6-7): Volledige en gedetailleerde lijst
De vocabulaireverzameling 'Kantoorleven' in 'Algemene IELTS-woordenschat (band 6-7)' is zorgvuldig geselecteerd uit standaard internationale lesboekbronnen, helpt je de vocabulaire in korte tijd onder de knie te krijgen. Volledige compilatie van definities, illustratieve voorbeelden en standaarduitspraak...
Leer deze vocabulaireverzameling op Lingoland
Nu leren(noun) status, positie, toestand
Voorbeeld:
(noun) visitekaartje
Voorbeeld:
(noun) workflow, werkstroom
Voorbeeld:
(noun) deadline, uiterste datum
Voorbeeld:
(noun) document, akte;
(verb) documenteren, vastleggen
Voorbeeld:
(noun) opdracht, taak, commissie;
(verb) opdragen, bestellen, in gebruik nemen
Voorbeeld:
(noun) pensioen, aftreden, pensioenperiode
Voorbeeld:
(noun) werklast, werkdruk
Voorbeeld:
(noun) leefbaar loon
Voorbeeld:
(verb) exploiteren, benutten, uitbuiten;
(noun) daad, prestatie
Voorbeeld:
(noun) cv, curriculum vitae;
(verb) hervatten, doorgaan
Voorbeeld:
(noun) overwerk, overtijd, verlenging;
(adverb) over, overtijd
Voorbeeld:
(noun) loonkloof
Voorbeeld:
(noun) redundantie, overbodigheid
Voorbeeld:
(noun) ontslag, opzegging, berusting
Voorbeeld:
(noun) ziekteverlof
Voorbeeld:
(noun) afgevaardigde, gedelegeerde;
(verb) delegeren, overdragen, afvaardigen
Voorbeeld:
(verb) brainstormen, ideeën verzamelen;
(noun) ingave, idee
Voorbeeld:
(adjective) kort, bondig, beknopt;
(noun) briefing, instructie, slip;
(verb) briefen, informeren
Voorbeeld:
(verb) superviseren, toezicht houden op, begeleiden
Voorbeeld:
(verb) overdragen, overbrengen, verplaatsen;
(noun) overdracht, overplaatsing, verplaatsing
Voorbeeld:
(noun) schema, rooster, tijdschema;
(verb) plannen, inplannen
Voorbeeld:
(noun) cadeau, geschenk, heden;
(adjective) aanwezig, huidig;
(verb) presenteren, aanbieden, geven
Voorbeeld:
(noun) trein, sleep;
(verb) trainen, opleiden, oefenen
Voorbeeld:
(verb) met pensioen gaan, aftreden, zich terugtrekken
Voorbeeld:
(verb) samenwerken, collaboreren
Voorbeeld:
(verb) aftreden, ontslag nemen, berusten in
Voorbeeld:
(verb) ontslaan, wegsturen, afwijzen
Voorbeeld:
(verb) beëindigen, afsluiten, ontslaan
Voorbeeld:
(noun) mentor, raadgever;
(verb) mentoren, begeleiden
Voorbeeld:
(noun) tafel, tabel, overzicht;
(verb) uitstellen, opschorten
Voorbeeld:
(noun) leerlingwezen, stage
Voorbeeld:
(noun) videoconferentie
Voorbeeld:
(noun) curriculum vitae, cv
Voorbeeld:
(noun) ziektedag, ziekteverlof
Voorbeeld: