Vocabulaireverzameling 51-100 in 600 WOORDEN DIE NAUWKEURIG ZIJN AAN LEERBOEKEN: Volledige en gedetailleerde lijst
De vocabulaireverzameling '51-100' in '600 WOORDEN DIE NAUWKEURIG ZIJN AAN LEERBOEKEN' is zorgvuldig geselecteerd uit standaard internationale lesboekbronnen, helpt je de vocabulaire in korte tijd onder de knie te krijgen. Volledige compilatie van definities, illustratieve voorbeelden en standaarduitspraak...
Leer deze vocabulaireverzameling op Lingoland
Nu leren(adjective) veeleisend, uitdagend, streng
Voorbeeld:
(adjective) betrouwbaar, degelijk
Voorbeeld:
(noun) vermogen, bekwaamheid
Voorbeeld:
(adverb) snel, rap, spoedig
Voorbeeld:
(verb) inspireren, bezielen, opwekken
Voorbeeld:
(verb) reageren, chemisch reageren
Voorbeeld:
(verb) impresseren, indruk maken op, afdrukken
Voorbeeld:
(noun) trein, sleep;
(verb) trainen, opleiden, oefenen
Voorbeeld:
(noun) situatie, toestand, omstandigheid
Voorbeeld:
(noun) professionaliteit, vakmanschap, professionalisme
Voorbeeld:
(noun) uitstraling, houding, gedrag
Voorbeeld:
(verb) socialiseren, omgaan met mensen, nationaliseren
Voorbeeld:
(verb) motiveren, aansporen
Voorbeeld:
(adjective) onderzoekend, speurder
Voorbeeld:
(adjective) verbaasd, verbluft
Voorbeeld:
(adjective) complimenteus, vleiend, gratis
Voorbeeld:
(adjective) discreet, omzichtig, onopvallend
Voorbeeld:
(adjective) dolblij, overgelukkig
Voorbeeld:
(adjective) onbetaald, uitstaand, vrijwillig
Voorbeeld:
(adjective) geduldig;
(noun) patiënt
Voorbeeld:
(adjective) zelfverzekerd, zeker, overtuigd
Voorbeeld:
(adjective) nonchalant, achteloos, informeel
Voorbeeld:
(noun) documentaire;
(adjective) documentair
Voorbeeld:
(noun) doel, streven;
(verb) richten, mikken, streven naar
Voorbeeld:
(adjective) ruw, hard, fel
Voorbeeld:
(noun) realiteit, werkelijkheid, echtheid
Voorbeeld:
(adjective) afgelegen, ver, gering;
(noun) afstandsbediening
Voorbeeld:
(noun) dorp
Voorbeeld:
(verb) afwijzen, verwerpen, verstoten;
(noun) afgekeurd product, afgewezen persoon, uitschot
Voorbeeld:
(verb) blootstellen, onthullen, blootstellen aan
Voorbeeld:
(noun) mentaliteit, denkwijze
Voorbeeld:
(noun) netwerk, web, groep;
(verb) netwerken, verbinden
Voorbeeld:
(noun) cv, curriculum vitae;
(verb) hervatten, doorgaan
Voorbeeld:
(noun) redacteur, bewerker
Voorbeeld:
(noun) manuscript, handschrift
Voorbeeld:
(verb) verzekeren, ervoor zorgen
Voorbeeld:
(noun) fout, vergissing, dwaling
Voorbeeld:
(noun) publicatie, uitgave
Voorbeeld:
(adjective) cruciaal, essentieel, doorslaggevend
Voorbeeld:
(adverb) snel, rap
Voorbeeld:
(noun) omgeving, milieu, natuur
Voorbeeld:
(noun) technologie, apparatuur
Voorbeeld:
(verb) uitleggen, verklaren, rechtvaardigen
Voorbeeld:
(adjective) glad, egaal, soepel;
(verb) gladstrijken, egaliseren, verzachten;
(adverb) soepel, glad
Voorbeeld:
(verb) grijpen, pakken, wegkapen;
(noun) greep, flard, stukje
Voorbeeld:
(verb) bedienen, exploiteren, werken
Voorbeeld:
(verb) vegen, slaan, stelen;
(noun) veeg, klap, zwaai
Voorbeeld:
(noun) groei, toename, ontwikkeling
Voorbeeld:
(noun) mindset, denkpatroon
Voorbeeld:
(noun) beloning, vergoeding;
(verb) belonen, vergoeden
Voorbeeld: