Vocabulaireverzameling 101-150 in 600 WOORDEN DIE NAUWKEURIG ZIJN AAN LEERBOEKEN: Volledige en gedetailleerde lijst
De vocabulaireverzameling '101-150' in '600 WOORDEN DIE NAUWKEURIG ZIJN AAN LEERBOEKEN' is zorgvuldig geselecteerd uit standaard internationale lesboekbronnen, helpt je de vocabulaire in korte tijd onder de knie te krijgen. Volledige compilatie van definities, illustratieve voorbeelden en standaarduitspraak...
Leer deze vocabulaireverzameling op Lingoland
Nu leren(noun) individu, persoon;
(adjective) individueel, afzonderlijk, uniek
Voorbeeld:
(verb) omhelzen, omarmen, accepteren;
(noun) omhelzing, omarming
Voorbeeld:
(noun) uitdaging, uitnodiging tot strijd, moeilijkheid;
(verb) uitdagen, betwisten, in twijfel trekken
Voorbeeld:
(noun) falen, mislukking, nalatigheid
Voorbeeld:
(adjective) gedetailleerd, uitgebreid
Voorbeeld:
(phrase) van tevoren, vooraf
Voorbeeld:
(noun) reisschema, reisplan
Voorbeeld:
(noun) selfie
Voorbeeld:
(noun) journalist
Voorbeeld:
(verb) vermomme, verbergen, maskeren;
(noun) vermomming, masker
Voorbeeld:
(noun) kandidaat, examinandus
Voorbeeld:
(verb) toevertrouwen, in vertrouwen nemen
Voorbeeld:
(verb) solliciteren, aanvragen, aanbrengen
Voorbeeld:
(verb) multitasken
Voorbeeld:
(verb) doorstaan, verdragen, voortduren
Voorbeeld:
(verb) voorkeur geven aan, verkiezen
Voorbeeld:
(adjective) administratief, bestuurlijk
Voorbeeld:
(adjective) financieel
Voorbeeld:
(noun) trend, neiging, richting;
(verb) neigen, buigen
Voorbeeld:
(noun) vaardigheid, bekwaamheid
Voorbeeld:
(adjective) beschikbaar, verkrijgbaar
Voorbeeld:
(noun) hulp, bijstand
Voorbeeld:
(adjective) educatief, onderwijskundig, leerzaam
Voorbeeld:
(noun) uitgave, kosten, uitgaven
Voorbeeld:
(noun) leider, aanvoerder, koploper
Voorbeeld:
(adjective) productief, vruchtbaar, rendabel
Voorbeeld:
(adjective) interpersoonlijk, tussen personen
Voorbeeld:
(adjective) geïsoleerd, afgelegen, afgezonderd
Voorbeeld:
(adjective) fysiek, lichamelijk, materieel;
(noun) medische keuring, fysieke controle
Voorbeeld:
(noun) komiek, cabaretier
Voorbeeld:
(noun) prestatie, uitvoering, voorstelling
Voorbeeld:
(adjective) vochtig, klam
Voorbeeld:
(adjective) doodsbang, verschrikt
Voorbeeld:
(adjective) discreet, omzichtig, onopvallend
Voorbeeld:
(adjective) hilarisch, grappig
Voorbeeld:
(adverb) non-stop, ononderbroken;
(adjective) non-stop, ononderbroken
Voorbeeld:
(noun) middel, hulpbron, vindingrijkheid;
(verb) voorzien van middelen, uitrusten
Voorbeeld:
(noun) discipline, tucht, vakgebied;
(verb) disciplineren, straffen
Voorbeeld:
(noun) onderzoek, enquête, overzicht;
(verb) overzien, inspecteren, bekijken
Voorbeeld:
(noun) resultaat, gevolg, uitslag;
(verb) resulteren in, voortvloeien uit
Voorbeeld:
(verb) onthullen, bekendmaken, tonen
Voorbeeld:
(noun) klant
Voorbeeld:
(noun) voorkeur, favoriet
Voorbeeld:
(noun) analyse, ontleding
Voorbeeld:
(noun) schoonheidsspecialiste, visagiste
Voorbeeld:
(noun) influencer, beïnvloeder
Voorbeeld:
(noun) therapeut
Voorbeeld:
(noun) mening, standpunt, publieke opinie
Voorbeeld:
(noun) aanwezigheid, bestaan, uitstraling
Voorbeeld:
(noun) werknemer, medewerker
Voorbeeld: