Avatar of Vocabulary Set Eenheid 1: Levensverhalen

Vocabulaireverzameling Eenheid 1: Levensverhalen in Graad 12: Volledige en gedetailleerde lijst

De vocabulaireverzameling 'Eenheid 1: Levensverhalen' in 'Graad 12' is zorgvuldig geselecteerd uit standaard internationale lesboekbronnen, helpt je de vocabulaire in korte tijd onder de knie te krijgen. Volledige compilatie van definities, illustratieve voorbeelden en standaarduitspraak...

Leer deze vocabulaireverzameling op Lingoland

Nu leren

accuse

/əˈkjuːz/

(verb) beschuldigen, aanklagen, verwijten

Voorbeeld:

He was accused of theft.
Hij werd beschuldigd van diefstal.

achieve

/əˈtʃiːv/

(verb) bereiken, behalen, volbrengen

Voorbeeld:

She worked hard to achieve her goals.
Ze werkte hard om haar doelen te bereiken.

administrative

/ædˈmɪn.ɪˌstreɪ.t̬ɪv/

(adjective) administratief, bestuurlijk

Voorbeeld:

She handles all the administrative tasks in the office.
Zij behandelt alle administratieve taken op kantoor.

adopt

/əˈdɑːpt/

(verb) adopteren, aannemen, overnemen

Voorbeeld:

They decided to adopt a child from the orphanage.
Ze besloten een kind uit het weeshuis te adopteren.

amputate

/ˈæm.pjə.teɪt/

(verb) amputeren, afzetten

Voorbeeld:

The doctors had to amputate his leg due to the severe infection.
De artsen moesten zijn been amputeren vanwege de ernstige infectie.

anonymous

/əˈnɑː.nə.məs/

(adjective) anoniem, naamloos, onopvallend

Voorbeeld:

The donation was made by an anonymous donor.
De donatie werd gedaan door een anonieme gever.

candidacy

/ˈkæn.dɪ.də.si/

(noun) kandidatuur

Voorbeeld:

Her candidacy for mayor was announced last week.
Haar kandidatuur voor burgemeester werd vorige week aangekondigd.

candidate

/ˈkæn.dɪ.dət/

(noun) kandidaat, examinandus

Voorbeeld:

She is a strong candidate for the job.
Zij is een sterke kandidaat voor de baan.

career

/kəˈrɪr/

(noun) carrière, loopbaan;

(verb) razen, stormen

Voorbeeld:

She is pursuing a career in medicine.
Ze streeft een carrière na in de geneeskunde.

characteristic

/ˌker.ək.təˈrɪs.tɪk/

(noun) kenmerk, eigenschap;

(adjective) kenmerkend, typisch

Voorbeeld:

One characteristic of a good leader is integrity.
Een kenmerk van een goede leider is integriteit.

charitable

/ˈtʃer.ə.t̬ə.bəl/

(adjective) liefdadig, filantropisch, gul

Voorbeeld:

The organization provides charitable aid to disaster victims.
De organisatie biedt liefdadige hulp aan rampenslachtoffers.

compose

/kəmˈpoʊz/

(verb) componeren, schrijven, bestaan uit

Voorbeeld:

He spent years composing his first symphony.
Hij bracht jaren door met het componeren van zijn eerste symfonie.

confident

/ˈkɑːn.fə.dənt/

(adjective) zelfverzekerd, zeker, overtuigd

Voorbeeld:

She felt confident about her presentation.
Ze voelde zich zelfverzekerd over haar presentatie.

controversial

/ˌkɑːn.trəˈvɝː.ʃəl/

(adjective) controversieel, omstreden

Voorbeeld:

The new policy is highly controversial.
Het nieuwe beleid is zeer controversieel.

courageous

/kəˈreɪ.dʒəs/

(adjective) moedig, dapper

Voorbeeld:

The courageous firefighter rescued the child from the burning building.
De moedige brandweerman redde het kind uit het brandende gebouw.

create

/kriˈeɪt/

(verb) creëren, scheppen, maken

Voorbeeld:

Scientists are working to create new forms of energy.
Wetenschappers werken eraan om nieuwe vormen van energie te creëren.

determined

/dɪˈtɝː.mɪnd/

(adjective) vastbesloten, vastberaden;

(verb) vastgesteld, bepaald

Voorbeeld:

She was determined to succeed.
Ze was vastbesloten om te slagen.

devote

/dɪˈvoʊt/

(verb) wijden, toewijden

Voorbeeld:

She decided to devote her life to helping others.
Ze besloot haar leven te wijden aan het helpen van anderen.

diagnose

/ˌdaɪ.əɡˈnoʊs/

(verb) diagnosticeren

Voorbeeld:

The doctor was able to diagnose her illness quickly.
De dokter kon haar ziekte snel diagnosticeren.

distinguished

/dɪˈstɪŋ.ɡwɪʃt/

(adjective) vooraanstaand, gerenommeerd, onderscheiden

Voorbeeld:

He is a distinguished professor in the field of physics.
Hij is een vooraanstaand professor op het gebied van natuurkunde.

divorce

/dɪˈvɔːrs/

(noun) scheiding;

(verb) scheiden

Voorbeeld:

Their divorce was finalized last month.
Hun scheiding werd vorige maand afgerond.

generosity

/ˌdʒen.əˈrɑː.sə.t̬i/

(noun) vrijgevigheid, gulheid

Voorbeeld:

His generosity knew no bounds; he always helped those in need.
Zijn vrijgevigheid kende geen grenzen; hij hielp altijd degenen in nood.

gifted

/ˈɡɪf.tɪd/

(adjective) begaafd, getalenteerd

Voorbeeld:

She is a truly gifted musician.
Ze is een werkelijk begaafde muzikante.

hospitality

/ˌhɑː.spɪˈtæl.ə.t̬i/

(noun) gastvrijheid

Voorbeeld:

The hotel is known for its excellent hospitality.
Het hotel staat bekend om zijn uitstekende gastvrijheid.

hospitalize

/ˈhɑː.spɪ.t̬əl.aɪz/

(verb) hospitaliseren, opnemen in het ziekenhuis

Voorbeeld:

He was hospitalized after a serious car accident.
Hij werd gehospitaliseerd na een ernstig auto-ongeluk.

identity

/aɪˈden.t̬ə.t̬i/

(noun) identiteit, kenmerken

Voorbeeld:

He was trying to hide his true identity.
Hij probeerde zijn ware identiteit te verbergen.

implement

/ˈɪm.plə.ment/

(noun) werktuig, gereedschap;

(verb) implementeren, uitvoeren

Voorbeeld:

Agricultural implements are essential for farming.
Landbouwwerktuigen zijn essentieel voor de landbouw.

initiate

/ɪˈnɪʃ.i.eɪt/

(verb) beginnen, starten, initiëren;

(noun) ingewijde, nieuweling, beginneling

Voorbeeld:

The company decided to initiate a new marketing campaign.
Het bedrijf besloot een nieuwe marketingcampagne te starten.

innovation

/ˌɪn.əˈveɪ.ʃən/

(noun) innovatie, vernieuwing, nieuwigheid

Voorbeeld:

The company is committed to continuous innovation.
Het bedrijf zet zich in voor continue innovatie.

jobless

/ˈdʒɑːb.ləs/

(adjective) werkloos, baanloos;

(plural noun) de werklozen, werkloze mensen

Voorbeeld:

He has been jobless for six months.
Hij is al zes maanden werkloos.

memoir

/ˈmem.wɑːr/

(noun) memoire, levensverhaal

Voorbeeld:

She published a memoir of her time as a war correspondent.
Ze publiceerde een memoire over haar tijd als oorlogsverslaggever.

motto

/ˈmɑː.t̬oʊ/

(noun) motto, leus

Voorbeeld:

Their family motto is 'Strength in Unity'.
Hun familiemotto is 'Kracht in Eenheid'.

patriotic

/ˌpeɪ.triˈɑː.t̬ɪk/

(adjective) patriottisch, vaderlandslievend

Voorbeeld:

He felt a strong patriotic duty to serve in the military.
Hij voelde een sterke patriottische plicht om in het leger te dienen.

patriotism

/ˈpeɪ.tri.ə.tɪ.zəm/

(noun) patriottisme, vaderlandsliefde

Voorbeeld:

His strong sense of patriotism was evident in his dedication to public service.
Zijn sterke gevoel van patriottisme was duidelijk in zijn toewijding aan openbare dienst.

perseverance

/ˌpɝː.səˈvɪr.əns/

(noun) doorzettingsvermogen, volharding, vasthoudendheid

Voorbeeld:

Her perseverance paid off when she finally achieved her goal.
Haar doorzettingsvermogen wierp zijn vruchten af toen ze eindelijk haar doel bereikte.

physician

/fɪˈzɪʃ.ən/

(noun) arts, dokter

Voorbeeld:

The physician carefully examined the patient.
De arts onderzocht de patiënt zorgvuldig.

prosthetic

/prɑːsˈθet̬.ɪk/

(adjective) prothetisch, kunst-;

(noun) prothese, kunstlichaamsdeel

Voorbeeld:

He walks with a prosthetic leg after the accident.
Hij loopt met een prothetische been na het ongeluk.

recession

/rɪˈseʃ.ən/

(noun) recessie, economische neergang, terugtrekking

Voorbeeld:

The country is currently experiencing a deep recession.
Het land beleeft momenteel een diepe recessie.

resistance

/rɪˈzɪs.təns/

(noun) weerstand, verzet, resistentie

Voorbeeld:

The local population offered strong resistance to the invading army.
De lokale bevolking bood sterke weerstand tegen het binnenvallende leger.

respectable

/rɪˈspek.tə.bəl/

(adjective) respectabel, fatsoenlijk, aanzienlijk

Voorbeeld:

He comes from a very respectable family.
Hij komt uit een zeer respectabele familie.

stimulate

/ˈstɪm.jə.leɪt/

(verb) stimuleren, aansporen, bevorderen

Voorbeeld:

The government plans to introduce measures to stimulate the economy.
De regering is van plan maatregelen te introduceren om de economie te stimuleren.

tolerant

/ˈtɑː.lɚ.ənt/

(adjective) tolerant, verdraagzaam, bestendig

Voorbeeld:

She is very tolerant of different cultures.
Ze is erg tolerant ten opzichte van verschillende culturen.

trophy

/ˈtroʊ.fi/

(noun) trofee, beker, souvenir

Voorbeeld:

The team proudly displayed their championship trophy.
Het team toonde trots hun kampioenschapstrofee.

upbringing

/ˈʌpˌbrɪŋ.ɪŋ/

(noun) opvoeding

Voorbeeld:

She had a strict upbringing.
Ze had een strenge opvoeding.

vivid

/ˈvɪv.ɪd/

(adjective) levendig, helder, fel

Voorbeeld:

He gave a vivid description of the accident.
Hij gaf een levendige beschrijving van het ongeluk.

vow

/vaʊ/

(noun) gelofte, eed;

(verb) zweren, beloven

Voorbeeld:

He made a vow to protect his family.
Hij deed een gelofte om zijn familie te beschermen.

waver

/ˈweɪ.vɚ/

(verb) aarzelen, wankelen, twijfelen

Voorbeeld:

He started to waver on his decision to move abroad.
Hij begon te aarzelen over zijn besluit om naar het buitenland te verhuizen.

claim someone’s life

/kleɪm ˈsʌm.wʌnz laɪf/

(idiom) het leven eisen, doden

Voorbeeld:

The accident tragically claimed his life.
Het ongeluk eiste zijn leven op tragische wijze.
Leer deze vocabulaireverzameling op Lingoland