Vocabulaireverzameling Eenheid 1: Levensverhalen in Graad 12: Volledige en gedetailleerde lijst
De vocabulaireverzameling 'Eenheid 1: Levensverhalen' in 'Graad 12' is zorgvuldig geselecteerd uit standaard internationale lesboekbronnen, helpt je de vocabulaire in korte tijd onder de knie te krijgen. Volledige compilatie van definities, illustratieve voorbeelden en standaarduitspraak...
Leer deze vocabulaireverzameling op Lingoland
Nu leren(verb) beschuldigen, aanklagen, verwijten
Voorbeeld:
(verb) bereiken, behalen, volbrengen
Voorbeeld:
(adjective) administratief, bestuurlijk
Voorbeeld:
(verb) adopteren, aannemen, overnemen
Voorbeeld:
(verb) amputeren, afzetten
Voorbeeld:
(adjective) anoniem, naamloos, onopvallend
Voorbeeld:
(noun) kandidatuur
Voorbeeld:
(noun) kandidaat, examinandus
Voorbeeld:
(noun) carrière, loopbaan;
(verb) razen, stormen
Voorbeeld:
(noun) kenmerk, eigenschap;
(adjective) kenmerkend, typisch
Voorbeeld:
(adjective) liefdadig, filantropisch, gul
Voorbeeld:
(verb) componeren, schrijven, bestaan uit
Voorbeeld:
(adjective) zelfverzekerd, zeker, overtuigd
Voorbeeld:
(adjective) controversieel, omstreden
Voorbeeld:
(adjective) moedig, dapper
Voorbeeld:
(verb) creëren, scheppen, maken
Voorbeeld:
(adjective) vastbesloten, vastberaden;
(verb) vastgesteld, bepaald
Voorbeeld:
(verb) wijden, toewijden
Voorbeeld:
(verb) diagnosticeren
Voorbeeld:
(adjective) vooraanstaand, gerenommeerd, onderscheiden
Voorbeeld:
(noun) scheiding;
(verb) scheiden
Voorbeeld:
(noun) vrijgevigheid, gulheid
Voorbeeld:
(adjective) begaafd, getalenteerd
Voorbeeld:
(noun) gastvrijheid
Voorbeeld:
(verb) hospitaliseren, opnemen in het ziekenhuis
Voorbeeld:
(noun) identiteit, kenmerken
Voorbeeld:
(noun) werktuig, gereedschap;
(verb) implementeren, uitvoeren
Voorbeeld:
(verb) beginnen, starten, initiëren;
(noun) ingewijde, nieuweling, beginneling
Voorbeeld:
(noun) innovatie, vernieuwing, nieuwigheid
Voorbeeld:
(adjective) werkloos, baanloos;
(plural noun) de werklozen, werkloze mensen
Voorbeeld:
(noun) memoire, levensverhaal
Voorbeeld:
(noun) motto, leus
Voorbeeld:
(adjective) patriottisch, vaderlandslievend
Voorbeeld:
(noun) patriottisme, vaderlandsliefde
Voorbeeld:
(noun) doorzettingsvermogen, volharding, vasthoudendheid
Voorbeeld:
(noun) arts, dokter
Voorbeeld:
(adjective) prothetisch, kunst-;
(noun) prothese, kunstlichaamsdeel
Voorbeeld:
(noun) recessie, economische neergang, terugtrekking
Voorbeeld:
(noun) weerstand, verzet, resistentie
Voorbeeld:
(adjective) respectabel, fatsoenlijk, aanzienlijk
Voorbeeld:
(verb) stimuleren, aansporen, bevorderen
Voorbeeld:
(adjective) tolerant, verdraagzaam, bestendig
Voorbeeld:
(noun) trofee, beker, souvenir
Voorbeeld:
(noun) opvoeding
Voorbeeld:
(adjective) levendig, helder, fel
Voorbeeld:
(noun) gelofte, eed;
(verb) zweren, beloven
Voorbeeld:
(verb) aarzelen, wankelen, twijfelen
Voorbeeld:
(idiom) het leven eisen, doden
Voorbeeld: