Vocabulaireverzameling Eenheid 4: ASEAN en Vietnam in Graad 11: Volledige en gedetailleerde lijst
De vocabulaireverzameling 'Eenheid 4: ASEAN en Vietnam' in 'Graad 11' is zorgvuldig geselecteerd uit standaard internationale lesboekbronnen, helpt je de vocabulaire in korte tijd onder de knie te krijgen. Volledige compilatie van definities, illustratieve voorbeelden en standaarduitspraak...
Leer deze vocabulaireverzameling op Lingoland
Nu leren(verb) solliciteren, aanvragen, aanbrengen
Voorbeeld:
(noun) blok, klomp, gebouw;
(verb) blokkeren, versperren, verhinderen
Voorbeeld:
(noun) viering, feest, plechtigheid
Voorbeeld:
(noun) gemeenschap, buurt, samenleving
Voorbeeld:
(noun) conferentie, vergadering;
(verb) vergaderen, confereren
Voorbeeld:
(noun) grondwet, constitutie, samenstelling
Voorbeeld:
(adjective) huidig, actueel;
(noun) stroom, stroming, elektrische stroom
Voorbeeld:
(noun) geschil, ruzie, discussie;
(verb) betwisten, disputeren, ruzie maken
Voorbeeld:
(adjective) eye-opening, onthullend, verrassend
Voorbeeld:
(adjective) gracieus, elegant, beleefd
Voorbeeld:
(noun) eer, respect, integriteit;
(verb) eren, respecteren, nakomen
Voorbeeld:
(noun) interferentie, bemoeienis, storing
Voorbeeld:
(adjective) intern, binnen-, binnenlands
Voorbeeld:
(noun) kwestie, probleem, punt;
(verb) uitgeven, uitreiken, verstrekken
Voorbeeld:
(verb) live streamen, live uitzenden;
(noun) live stream, live uitzending
Voorbeeld:
(verb) onderhouden, in stand houden, handhaven
Voorbeeld:
(noun) motto, leus
Voorbeeld:
(adjective) officieel, ambtelijk, erkend;
(noun) functionaris, ambtenaar
Voorbeeld:
(noun) politiek, interne politiek, machtspelletjes
Voorbeeld:
(noun) principe, grondbeginsel, wet
Voorbeeld:
(noun) probleemoplossing;
(adjective) probleemoplossend
Voorbeeld:
(verb) bevorderen, promoten, promoveren
Voorbeeld:
(noun) voorstel, plan, huwelijksaanzoek
Voorbeeld:
(verb) kwalificeren, in aanmerking komen, nuanceren
Voorbeeld:
(noun) regio, gebied, streek
Voorbeeld:
(noun) relatie, verband, familielid
Voorbeeld:
(noun) vertegenwoordiger, afgevaardigde;
(adjective) representatief, kenmerkend
Voorbeeld:
(noun) wetenschap, geleerdheid, beurs
Voorbeeld:
(noun) solidariteit, eenheid
Voorbeeld:
(verb) spetteren, plonsen, prominent plaatsen;
(noun) plons, spat, vlek
Voorbeeld:
(noun) sponsor, geldschieter, indiener;
(verb) sponsoren, financieren, ondersteunen
Voorbeeld:
(noun) stabiliteit, vastheid, evenwicht
Voorbeeld:
(verb) versterken, aansterken
Voorbeeld:
(verb) ondersteunen, steunen, onderhouden;
(noun) ondersteuning, steun, draagvlak
Voorbeeld:
(noun) thema, onderwerp, melodie;
(verb) thematiseren, een thema geven
Voorbeeld:
(noun) zicht, gezichtsvermogen, visie
Voorbeeld:
(noun) vrijwilliger;
(verb) vrijwillig aanbieden, zich aanmelden
Voorbeeld:
(noun) webpagina, internetpagina
Voorbeeld:
(noun) jeugd, jongeren, jongeman
Voorbeeld:
(phrasal verb) uitdoen, blussen, tot last zijn
Voorbeeld:
(phrasal verb) wegjagen, afschrikken
Voorbeeld:
(phrasal verb) deelnemen aan, meedoen aan
Voorbeeld:
(idiom) het ijs breken, de spanning wegnemen
Voorbeeld:
(phrase) het komende jaar, volgend jaar
Voorbeeld: