Vocabulaireverzameling Een lang en gezond leven in Graad 11: Volledige en gedetailleerde lijst
De vocabulaireverzameling 'Een lang en gezond leven' in 'Graad 11' is zorgvuldig geselecteerd uit standaard internationale lesboekbronnen, helpt je de vocabulaire in korte tijd onder de knie te krijgen. Volledige compilatie van definities, illustratieve voorbeelden en standaarduitspraak...
Leer deze vocabulaireverzameling op Lingoland
Nu leren(adjective) actief, energiek, van kracht
Voorbeeld:
(noun) antibioticum;
(adjective) antibiotisch
Voorbeeld:
(plural noun) bacteriën;
(noun) bacterie (enkelvoud)
Voorbeeld:
(adjective) uitgebalanceerd, evenwichtig, onpartijdig
Voorbeeld:
(verb) blauw licht filteren, blauw licht verminderen
Voorbeeld:
(noun) diameter
Voorbeeld:
(noun) ziekte, aandoening
Voorbeeld:
(noun) energie, levenskracht
Voorbeeld:
(verb) onderzoeken, inspecteren, bekijken
Voorbeeld:
(noun) conditie, fitheid, geschiktheid
Voorbeeld:
(noun) vlees, lichaam, vruchtvlees;
(verb) uitwerken, verdiepen
Voorbeeld:
(noun) voedselvergiftiging
Voorbeeld:
(noun) kiem, ziektekiem, spruit
Voorbeeld:
(noun) infectie, besmetting, infectieziekte
Voorbeeld:
(adjective) besmettelijk, infectieus, aanstekelijk
Voorbeeld:
(noun) ingrediënt, bestanddeel, factor
Voorbeeld:
(noun) levensverwachting
Voorbeeld:
(noun) mineraal, voedingsstof;
(adjective) mineraal
Voorbeeld:
(noun) spier, spierkracht, kracht;
(verb) zich opdringen, met geweld binnendringen
Voorbeeld:
(noun) voedingsstof, voedingsmiddel
Voorbeeld:
(noun) organisme, levensvorm, systeem
Voorbeeld:
(noun) opdrukken, push-up
Voorbeeld:
(adverb) correct, behoorlijk, netjes
Voorbeeld:
(noun) recept, methode
Voorbeeld:
(adjective) regelmatig, gewoon, gelijkmatig;
(noun) vaste klant, habitué
Voorbeeld:
(adjective) repetitief, eentonig, herhalend
Voorbeeld:
(verb) verspreiden, uitbreiden, uitspreiden;
(noun) verspreiding, uitbreiding, broodbeleg
Voorbeeld:
(verb) hurken, neerhurken, kraken;
(noun) hurkzit, squat, kraakpand;
(adjective) gedrongen, laag en breed
Voorbeeld:
(noun) kracht, sterkte, weerstand
Voorbeeld:
(verb) lijden, ondergaan, lijden aan
Voorbeeld:
(noun) behandeling, omgang, therapie
Voorbeeld:
(noun) tuberculose, tbc
Voorbeeld:
(noun) virus, computervirus
Voorbeeld:
(phrasal verb) trainen, sporten, oplossen
Voorbeeld:
(phrasal verb) afgeven, uitstoten
Voorbeeld:
(phrasal verb) opgeven, stoppen, stoppen met
Voorbeeld:
(noun) spreid-sluit sprong, jumping jack
Voorbeeld: