Avatar of Vocabulary Set A2 - Letter R

Vocabulaireverzameling A2 - Letter R in Oxford 3000 - A2: Volledige en gedetailleerde lijst

De vocabulaireverzameling 'A2 - Letter R' in 'Oxford 3000 - A2' is zorgvuldig geselecteerd uit standaard internationale lesboekbronnen, helpt je de vocabulaire in korte tijd onder de knie te krijgen. Volledige compilatie van definities, illustratieve voorbeelden en standaarduitspraak...

Leer deze vocabulaireverzameling op Lingoland

Nu leren

race

/reɪs/

(noun) race, wedstrijd, ras;

(verb) racen, wedijveren, snel bewegen

Voorbeeld:

She won the 100-meter race.
Ze won de 100-meter race.

railway

/ˈreɪl.weɪ/

(noun) spoorweg, spoorlijn, spoorwegen

Voorbeeld:

The train traveled along the railway.
De trein reed over de spoorlijn.

raise

/reɪz/

(verb) optillen, verhogen, vergroten;

(noun) salarisverhoging, loonsverhoging

Voorbeeld:

She raised her hand to ask a question.
Ze stak haar hand op om een vraag te stellen.

rate

/reɪt/

(noun) tarief, snelheid, percentage;

(verb) beoordelen, schatten, inschatten

Voorbeeld:

The unemployment rate has decreased this quarter.
De werkloosheidsgraad is dit kwartaal gedaald.

rather

/ˈræð.ɚ/

(adverb) liever, eerder, nogal

Voorbeeld:

I'd rather stay home tonight.
Ik blijf liever vanavond thuis.

reach

/riːtʃ/

(verb) reiken, bereiken, aankomen;

(noun) bereik, reikwijdte, toegang

Voorbeeld:

He reached for the book on the top shelf.
Hij reikte naar het boek op de bovenste plank.

react

/riˈækt/

(verb) reageren, chemisch reageren

Voorbeeld:

How did he react to the news?
Hoe reageerde hij op het nieuws?

realize

/ˈriː.ə.laɪz/

(verb) zich realiseren, beseffen, realiseren

Voorbeeld:

She suddenly realized that she had left her phone at home.
Ze realiseerde zich plotseling dat ze haar telefoon thuis had laten liggen.

receive

/rɪˈsiːv/

(verb) ontvangen, krijgen, oplopen

Voorbeeld:

She received a letter from her friend.
Ze ontving een brief van haar vriendin.

recent

/ˈriː.sənt/

(adjective) recent, laatste, jongste

Voorbeeld:

I read a recent article about climate change.
Ik las een recent artikel over klimaatverandering.

recently

/ˈriː.sənt.li/

(adverb) onlangs, recentelijk

Voorbeeld:

I recently visited my grandparents.
Ik heb mijn grootouders onlangs bezocht.

reception

/rɪˈsep.ʃən/

(noun) ontvangst, receptie, feest

Voorbeeld:

The reception of the new policy was mixed.
De ontvangst van het nieuwe beleid was gemengd.

recipe

/ˈres.ə.pi/

(noun) recept, methode

Voorbeeld:

Can you share your recipe for chocolate cake?
Kun je je recept voor chocoladetaart delen?

recognize

/ˈrek.əɡ.naɪz/

(verb) herkennen, erkennen, inzien

Voorbeeld:

I didn't recognize her at first with her new haircut.
Ik herkende haar eerst niet met haar nieuwe kapsel.

recommend

/ˌrek.əˈmend/

(verb) aanbevelen, adviseren

Voorbeeld:

I can highly recommend this book.
Ik kan dit boek ten zeerste aanbevelen.

record

/rɪˈkɔːrd/

(noun) plaat, grammofoonplaat, record;

(verb) opnemen, vastleggen, registreren

Voorbeeld:

She put on an old jazz record.
Ze zette een oude jazzplaat op.

recording

/rɪˈkɔːr.dɪŋ/

(noun) opname, geluidsopname, het opnemen

Voorbeeld:

The police played the recording of the phone call.
De politie speelde de opname van het telefoongesprek af.

recycle

/ˌriːˈsaɪ.kəl/

(verb) recyclen, hergebruiken, opnieuw gebruiken

Voorbeeld:

We need to recycle plastic bottles and paper.
We moeten plastic flessen en papier recyclen.

reduce

/rɪˈduːs/

(verb) verminderen, reduceren, verlagen

Voorbeeld:

We need to reduce our expenses.
We moeten onze uitgaven verminderen.

refer

/rɪˈfɝː/

(verb) verwijzen naar, aanduiden, doorverwijzen

Voorbeeld:

He often refers to his childhood memories.
Hij verwijst vaak naar zijn jeugdherinneringen.

refuse

/rɪˈfjuːz/

(verb) weigeren, afwijzen;

(noun) afval, vuilnis

Voorbeeld:

He refused to answer any questions.
Hij weigerde alle vragen te beantwoorden.

region

/ˈriː.dʒən/

(noun) regio, gebied, streek

Voorbeeld:

The Amazon region is known for its biodiversity.
Het Amazonegebied staat bekend om zijn biodiversiteit.

regular

/ˈreɡ.jə.lɚ/

(adjective) regelmatig, gewoon, gelijkmatig;

(noun) vaste klant, habitué

Voorbeeld:

She makes regular visits to her grandmother.
Ze brengt regelmatig bezoeken aan haar grootmoeder.

relationship

/rɪˈleɪ.ʃən.ʃɪp/

(noun) relatie, verband, omgang

Voorbeeld:

The relationship between diet and health is well-known.
De relatie tussen dieet en gezondheid is welbekend.

remove

/rɪˈmuːv/

(verb) verwijderen, afnemen, wegnemen

Voorbeeld:

Please remove your shoes before entering the house.
Gelieve uw schoenen te verwijderen voordat u het huis binnengaat.

repair

/rɪˈper/

(verb) repareren, herstellen, gaan;

(noun) reparatie, herstel

Voorbeeld:

He had to repair his car after the accident.
Hij moest zijn auto repareren na het ongeluk.

replace

/rɪˈpleɪs/

(verb) vervangen, in de plaats komen van, terugplaatsen

Voorbeeld:

Computers have replaced typewriters.
Computers hebben typemachines vervangen.

reply

/rɪˈplaɪ/

(noun) antwoord, repliek;

(verb) antwoorden, beantwoorden

Voorbeeld:

I sent him an email, but I haven't received a reply yet.
Ik stuurde hem een e-mail, maar ik heb nog geen antwoord ontvangen.

report

/rɪˈpɔːrt/

(noun) rapport, verslag, knal;

(verb) melden, verslag doen, rapporteren aan

Voorbeeld:

The police issued a report on the incident.
De politie heeft een rapport over het incident uitgebracht.

reporter

/rɪˈpɔːr.t̬ɚ/

(noun) verslaggever, journalist

Voorbeeld:

The reporter interviewed the eyewitnesses at the scene.
De verslaggever interviewde de ooggetuigen ter plaatse.

request

/rɪˈkwest/

(noun) verzoek, aanvraag;

(verb) verzoeken, aanvragen

Voorbeeld:

He made a request for more information.
Hij deed een verzoek om meer informatie.

research

/ˈriː.sɝːtʃ/

(noun) onderzoek, studie;

(verb) onderzoeken, bestuderen

Voorbeeld:

She is conducting research on climate change.
Zij doet onderzoek naar klimaatverandering.

researcher

/ˈriː.sɝː.tʃɚ/

(noun) onderzoeker

Voorbeeld:

The researcher published a groundbreaking study on climate change.
De onderzoeker publiceerde een baanbrekende studie over klimaatverandering.

respond

/rɪˈspɑːnd/

(verb) reageren, antwoorden, respons geven

Voorbeeld:

She didn't respond to my question.
Ze reageerde niet op mijn vraag.

response

/rɪˈspɑːns/

(noun) antwoord, reactie, respons

Voorbeeld:

I sent an email, but I haven't received a response yet.
Ik heb een e-mail gestuurd, maar ik heb nog geen antwoord ontvangen.

rest

/rest/

(noun) rust, pauze, rest;

(verb) rusten, uitrusten, liggen

Voorbeeld:

I need to take a rest after a long day.
Ik moet rusten na een lange dag.

review

/rɪˈvjuː/

(noun) beoordeling, herziening, recensie;

(verb) herzien, beoordelen, recenseren

Voorbeeld:

The company conducted a performance review for all employees.
Het bedrijf voerde een prestatiebeoordeling uit voor alle werknemers.

ride

/raɪd/

(verb) rijden, nemen;

(noun) rit, tocht, lift

Voorbeeld:

She loves to ride her horse every morning.
Ze houdt ervan om elke ochtend op haar paard te rijden.

ring

/rɪŋ/

(noun) ring, cirkel, bel;

(verb) rinkelen, luiden, bellen

Voorbeeld:

She wore a beautiful diamond ring on her left hand.
Ze droeg een prachtige diamanten ring aan haar linkerhand.

rise

/raɪz/

(verb) rijzen, stijgen, opgaan;

(noun) stijging, opkomst, verhoging

Voorbeeld:

The sun began to rise over the mountains.
De zon begon te rijzen boven de bergen.

rock

/rɑːk/

(noun) rots, steen, rock;

(verb) wiegen, schommelen, schokken

Voorbeeld:

The mountain was made of solid rock.
De berg was gemaakt van massief rots.

role

/roʊl/

(noun) rol, functie

Voorbeeld:

She played the leading role in the new movie.
Ze speelde de hoofdrol in de nieuwe film.

roof

/ruːf/

(noun) dak;

(verb) bedekken met een dak, daken

Voorbeeld:

The heavy snow caused the roof to collapse.
De zware sneeuwval zorgde ervoor dat het dak instortte.

round

/raʊnd/

(adjective) rond, volledig;

(noun) ronde, schot, kogel;

(verb) rondgaan, afronden;

(adverb) rond, omheen;

(preposition) rond, om

Voorbeeld:

The table is round.
De tafel is rond.

route

/ruːt/

(noun) route, weg;

(verb) routeren, leiden

Voorbeeld:

What's the best route to the airport?
Wat is de beste route naar de luchthaven?

rubbish

/ˈrʌb.ɪʃ/

(noun) afval, vuilnis, onzin;

(verb) afkraken, bekritiseren;

(adjective) waardeloos, slecht

Voorbeeld:

Please put your rubbish in the bin.
Gooi je afval in de prullenbak.

rude

/ruːd/

(adjective) onbeleefd, grof, plat

Voorbeeld:

It's rude to interrupt when someone is speaking.
Het is onbeleefd om te onderbreken als iemand spreekt.

run

/rʌn/

(verb) rennen, lopen, werken;

(noun) loop, ren, periode

Voorbeeld:

She decided to run a marathon next year.
Ze besloot volgend jaar een marathon te rennen.

runner

/ˈrʌn.ɚ/

(noun) hardloper, renner, loper

Voorbeeld:

The marathon runner crossed the finish line.
De marathonloper passeerde de finishlijn.

running

/ˈrʌn.ɪŋ/

(noun) lopen, rennen, werking;

(adjective) rennend, lopend, werkend

Voorbeeld:

He enjoys long-distance running.
Hij geniet van langeafstandslopen.
Leer deze vocabulaireverzameling op Lingoland