Vocabulaireverzameling A2 - Letter R in Oxford 3000 - A2: Volledige en gedetailleerde lijst
De vocabulaireverzameling 'A2 - Letter R' in 'Oxford 3000 - A2' is zorgvuldig geselecteerd uit standaard internationale lesboekbronnen, helpt je de vocabulaire in korte tijd onder de knie te krijgen. Volledige compilatie van definities, illustratieve voorbeelden en standaarduitspraak...
Leer deze vocabulaireverzameling op Lingoland
Nu leren(noun) race, wedstrijd, ras;
(verb) racen, wedijveren, snel bewegen
Voorbeeld:
(noun) spoorweg, spoorlijn, spoorwegen
Voorbeeld:
(verb) optillen, verhogen, vergroten;
(noun) salarisverhoging, loonsverhoging
Voorbeeld:
(noun) tarief, snelheid, percentage;
(verb) beoordelen, schatten, inschatten
Voorbeeld:
(adverb) liever, eerder, nogal
Voorbeeld:
(verb) reiken, bereiken, aankomen;
(noun) bereik, reikwijdte, toegang
Voorbeeld:
(verb) reageren, chemisch reageren
Voorbeeld:
(verb) zich realiseren, beseffen, realiseren
Voorbeeld:
(verb) ontvangen, krijgen, oplopen
Voorbeeld:
(adjective) recent, laatste, jongste
Voorbeeld:
(adverb) onlangs, recentelijk
Voorbeeld:
(noun) ontvangst, receptie, feest
Voorbeeld:
(noun) recept, methode
Voorbeeld:
(verb) herkennen, erkennen, inzien
Voorbeeld:
(verb) aanbevelen, adviseren
Voorbeeld:
(noun) plaat, grammofoonplaat, record;
(verb) opnemen, vastleggen, registreren
Voorbeeld:
(noun) opname, geluidsopname, het opnemen
Voorbeeld:
(verb) recyclen, hergebruiken, opnieuw gebruiken
Voorbeeld:
(verb) verminderen, reduceren, verlagen
Voorbeeld:
(verb) verwijzen naar, aanduiden, doorverwijzen
Voorbeeld:
(verb) weigeren, afwijzen;
(noun) afval, vuilnis
Voorbeeld:
(noun) regio, gebied, streek
Voorbeeld:
(adjective) regelmatig, gewoon, gelijkmatig;
(noun) vaste klant, habitué
Voorbeeld:
(noun) relatie, verband, omgang
Voorbeeld:
(verb) verwijderen, afnemen, wegnemen
Voorbeeld:
(verb) repareren, herstellen, gaan;
(noun) reparatie, herstel
Voorbeeld:
(verb) vervangen, in de plaats komen van, terugplaatsen
Voorbeeld:
(noun) antwoord, repliek;
(verb) antwoorden, beantwoorden
Voorbeeld:
(noun) rapport, verslag, knal;
(verb) melden, verslag doen, rapporteren aan
Voorbeeld:
(noun) verslaggever, journalist
Voorbeeld:
(noun) verzoek, aanvraag;
(verb) verzoeken, aanvragen
Voorbeeld:
(noun) onderzoek, studie;
(verb) onderzoeken, bestuderen
Voorbeeld:
(noun) onderzoeker
Voorbeeld:
(verb) reageren, antwoorden, respons geven
Voorbeeld:
(noun) antwoord, reactie, respons
Voorbeeld:
(noun) rust, pauze, rest;
(verb) rusten, uitrusten, liggen
Voorbeeld:
(noun) beoordeling, herziening, recensie;
(verb) herzien, beoordelen, recenseren
Voorbeeld:
(verb) rijden, nemen;
(noun) rit, tocht, lift
Voorbeeld:
(noun) ring, cirkel, bel;
(verb) rinkelen, luiden, bellen
Voorbeeld:
(verb) rijzen, stijgen, opgaan;
(noun) stijging, opkomst, verhoging
Voorbeeld:
(noun) rots, steen, rock;
(verb) wiegen, schommelen, schokken
Voorbeeld:
(noun) rol, functie
Voorbeeld:
(noun) dak;
(verb) bedekken met een dak, daken
Voorbeeld:
(adjective) rond, volledig;
(noun) ronde, schot, kogel;
(verb) rondgaan, afronden;
(adverb) rond, omheen;
(preposition) rond, om
Voorbeeld:
(noun) route, weg;
(verb) routeren, leiden
Voorbeeld:
(noun) afval, vuilnis, onzin;
(verb) afkraken, bekritiseren;
(adjective) waardeloos, slecht
Voorbeeld:
(adjective) onbeleefd, grof, plat
Voorbeeld:
(verb) rennen, lopen, werken;
(noun) loop, ren, periode
Voorbeeld:
(noun) hardloper, renner, loper
Voorbeeld:
(noun) lopen, rennen, werking;
(adjective) rennend, lopend, werkend
Voorbeeld: