Vocabulaireverzameling A1 - Letter E in Oxford 3000 - A1: Volledige en gedetailleerde lijst
De vocabulaireverzameling 'A1 - Letter E' in 'Oxford 3000 - A1' is zorgvuldig geselecteerd uit standaard internationale lesboekbronnen, helpt je de vocabulaire in korte tijd onder de knie te krijgen. Volledige compilatie van definities, illustratieve voorbeelden en standaarduitspraak...
Leer deze vocabulaireverzameling op Lingoland
Nu leren(determiner) elk, ieder;
(pronoun) elk, ieder;
(adverb) elk, ieder
Voorbeeld:
(noun) oor, aar, kolf
Voorbeeld:
(adjective) vroeg, beginnend;
(adverb) vroeg, in het begin
Voorbeeld:
(noun) oosten, oostelijk deel;
(adjective) oostelijk;
(adverb) oostwaarts
Voorbeeld:
(adjective) gemakkelijk, eenvoudig, ontspannen;
(adverb) gemakkelijk, eenvoudig;
(exclamation) rustig, voorzichtig
Voorbeeld:
(verb) eten, nuttigen, een maaltijd nuttigen
Voorbeeld:
(noun) ei;
(verb) aanzetten, aanmoedigen
Voorbeeld:
(number) acht, 8
Voorbeeld:
(number) achttien, 18
Voorbeeld:
(noun) olifant
Voorbeeld:
(number) elf
Voorbeeld:
(adverb) nog meer, anders, verschillend
Voorbeeld:
(noun) e-mail, elektronische post;
(verb) e-mailen, mailen
Voorbeeld:
(noun) einde, slot, uiteinde;
(verb) eindigen, afsluiten, beëindigen
Voorbeeld:
(verb) genieten van, beschikken over
Voorbeeld:
(determiner) genoeg, voldoende;
(adverb) genoeg, voldoende;
(pronoun) genoeg, voldoende
Voorbeeld:
(noun) euro
Voorbeeld:
(adjective) egaal, vlak, even;
(adverb) zelfs, ook;
(verb) egaliseren, vlakken
Voorbeeld:
(noun) avond
Voorbeeld:
(noun) evenement, gebeurtenis, voorval
Voorbeeld:
(adverb) ooit, altijd, in vredesnaam
Voorbeeld:
(determiner) elke, ieder
Voorbeeld:
(pronoun) iedereen
Voorbeeld:
(pronoun) iedereen, eenieder
Voorbeeld:
(pronoun) alles, het belangrijkste
Voorbeeld:
(noun) examen, toets
Voorbeeld:
(noun) voorbeeld, rolmodel
Voorbeeld:
(adjective) enthousiast, opgewonden
Voorbeeld:
(adjective) spannend, opwindend
Voorbeeld:
(noun) beweging, oefening, opdracht;
(verb) sporten, oefenen, uitoefenen
Voorbeeld:
(adjective) duur, kostbaar
Voorbeeld:
(verb) uitleggen, verklaren, rechtvaardigen
Voorbeeld:
(adjective) extra, aanvullend;
(adverb) extra, buitengewoon;
(noun) extra, toeslag
Voorbeeld:
(noun) oog, opening;
(verb) bekijken, observeren
Voorbeeld: