Vocabulaireverzameling Top 301 - 325 Verbs in 500 Meest Voorkomende Engelse Werkwoorden: Volledige en gedetailleerde lijst
De vocabulaireverzameling 'Top 301 - 325 Verbs' in '500 Meest Voorkomende Engelse Werkwoorden' is zorgvuldig geselecteerd uit standaard internationale lesboekbronnen, helpt je de vocabulaire in korte tijd onder de knie te krijgen. Volledige compilatie van definities, illustratieve voorbeelden en standaarduitspraak...
Leer deze vocabulaireverzameling op Lingoland
Nu leren(verb) valsspelen, bedriegen, vreemdgaan;
(noun) valsspeler, bedrieger
Voorbeeld:
(noun) kind, jongere, geitje;
(verb) grappen, plagen
Voorbeeld:
(verb) vangen, veroveren, arresteren;
(noun) vangst, verovering, arrestatie
Voorbeeld:
(verb) verkennen, ontdekken, onderzoeken
Voorbeeld:
(verb) oprichten, vestigen, vaststellen
Voorbeeld:
(verb) naderen, aankomen, benaderen;
(noun) aanpak, benadering, nadering
Voorbeeld:
(verb) uitnodigen, aantrekken;
(noun) uitnodiging
Voorbeeld:
(verb) aankondigen, bekendmaken, melden
Voorbeeld:
(noun) bevel, opdracht, volgorde;
(verb) bevelen, opdragen, bestellen
Voorbeeld:
(noun) das, stropdas, gelijkspel;
(verb) binden, vastmaken, gelijkspelen
Voorbeeld:
(verb) verdelen, scheiden, delen;
(noun) scheiding, grens
Voorbeeld:
(verb) verzekeren, ervoor zorgen
Voorbeeld:
(verb) begraven, verbergen, bedekken
Voorbeeld:
(verb) vieren, prijzen, eren
Voorbeeld:
(noun) kraan, tik, klapje;
(verb) tikken, aantikken, aftappen
Voorbeeld:
(verb) drukken, persen, strijken;
(noun) pers, media, drukpers
Voorbeeld:
(verb) uiten, uitdrukken, verzenden;
(adjective) expres, snel, uitdrukkelijk;
(noun) expres, sneltrein, snelbus;
(adverb) expres, snel
Voorbeeld:
(verb) buigen, plooien, zwichten;
(noun) bocht, kromming
Voorbeeld:
(verb) aannemen, inhuren, huren;
(noun) aanwerving, huur
Voorbeeld:
(verb) hakken, snijden, slaan;
(noun) slag, hak, kotelet
Voorbeeld:
(verb) schudden, trillen, schokken;
(noun) schudden, trilling
Voorbeeld:
(verb) bedienen, exploiteren, werken
Voorbeeld:
(verb) genereren, produceren, creëren
Voorbeeld:
(noun) kruis, kruising, hybride;
(verb) oversteken, doorkruisen, kruisen;
(adjective) boos, geïrriteerd
Voorbeeld:
(verb) ademen, uiten, fluisteren
Voorbeeld: