Vocabulaireverzameling Top 101 - 125 Adjectives in 500 Meest Voorkomende Engelse Bijvoeglijke Naamwoorden: Volledige en gedetailleerde lijst
De vocabulaireverzameling 'Top 101 - 125 Adjectives' in '500 Meest Voorkomende Engelse Bijvoeglijke Naamwoorden' is zorgvuldig geselecteerd uit standaard internationale lesboekbronnen, helpt je de vocabulaire in korte tijd onder de knie te krijgen. Volledige compilatie van definities, illustratieve voorbeelden en standaarduitspraak...
Leer deze vocabulaireverzameling op Lingoland
Nu leren(adjective) laatste, definitief, bindend;
(noun) finale, eindexamen
Voorbeeld:
(adjective) extra, aanvullend;
(adverb) extra, buitengewoon;
(noun) extra, toeslag
Voorbeeld:
(noun) licht, lamp, lichtbron;
(verb) aansteken, verlichten;
(adjective) licht
Voorbeeld:
(adjective) geweldig, indrukwekkend, ontzagwekkend
Voorbeeld:
(adjective) waarschijnlijk, aannemelijk, geschikt;
(adverb) waarschijnlijk, vermoedelijk
Voorbeeld:
(adjective) geïnteresseerd, belanghebbend
Voorbeeld:
(adjective) groen, milieuvriendelijk, onrijp;
(noun) groen, de kleur groen, grasveld;
(verb) groen worden, groen maken
Voorbeeld:
(adjective) origineel, oorspronkelijk, creatief;
(noun) origineel, oorspronkelijk werk
Voorbeeld:
(adjective) lokaal, plaatselijk;
(noun) lokale bewoner, plaatselijke, stoptrein
Voorbeeld:
(adjective) populair, geliefd, volks-
Voorbeeld:
(adjective) rijk, welvarend, vol;
(noun) de rijken, welgestelden
Voorbeeld:
(adjective) negatief, ontkennend, schadelijk;
(noun) negatief, ontkenning
Voorbeeld:
(adjective) grappig, humoristisch, vreemd
Voorbeeld:
(adjective) klein, minuscuul
Voorbeeld:
(adjective) blauw, somber, neerslachtig;
(noun) blauw, somberheid, neerslachtigheid
Voorbeeld:
(adjective) modern, hedendaags, geavanceerd
Voorbeeld:
(adjective) zeker, positief, duidelijk;
(noun) positief, dia
Voorbeeld:
(adjective) slim, intelligent, netjes;
(verb) pijn doen, prikken
Voorbeeld:
(adjective) zwaar, intens, diep;
(adverb) hevig, zwaar
Voorbeeld:
(adjective) regelmatig, gewoon, gelijkmatig;
(noun) vaste klant, habitué
Voorbeeld:
(adjective) fysiek, lichamelijk, materieel;
(noun) medische keuring, fysieke controle
Voorbeeld:
(adjective) medisch;
(noun) medische keuring, medisch onderzoek
Voorbeeld:
(adjective) geweldig, prachtig, fantastisch
Voorbeeld:
(adjective) serieus, ernstig, zwaar
Voorbeeld:
(adjective) snel, vlug, vast;
(adverb) snel, stevig, vast;
(verb) vasten;
(noun) vasten
Voorbeeld: