Vocabulaireverzameling C1 - Ja, mijnheer! in Niveau C1: Volledige en gedetailleerde lijst
De vocabulaireverzameling 'C1 - Ja, mijnheer!' in 'Niveau C1' is zorgvuldig geselecteerd uit standaard internationale lesboekbronnen, helpt je de vocabulaire in korte tijd onder de knie te krijgen. Volledige compilatie van definities, illustratieve voorbeelden en standaarduitspraak...
Leer deze vocabulaireverzameling op Lingoland
Nu leren(noun) gruweldaad, wreedheid, gruwel
Voorbeeld:
(noun) admiraal, admiraalvlinder
Voorbeeld:
(noun) kolonel
Voorbeeld:
(adjective) algemeen, wijdverspreid, niet-gespecialiseerd;
(noun) generaal
Voorbeeld:
(adjective) belangrijk, groot, ernstig;
(noun) majoor, hoofdvak, studierichting;
(verb) specialiseren in, hoofdvak hebben in
Voorbeeld:
(noun) veteraan, ervaren persoon, oud-militair;
(adjective) ervaren, oudgediende
Voorbeeld:
(verb) vermoorden, liquideren, vernietigen
Voorbeeld:
(noun) schokgolf, luchtstroom, toeter;
(verb) opblazen, dynamiteren, blazen
Voorbeeld:
(phrasal verb) exploderen, opblazen, pompen
Voorbeeld:
(verb) bombarderen, beschieten, bestoken
Voorbeeld:
(verb) aanrekenen, in rekening brengen, aanklagen;
(noun) kosten, vergoeding, aanklacht
Voorbeeld:
(verb) veroveren, onderwerpen, overwinnen
Voorbeeld:
(verb) inzetten, ontplooien, gebruiken
Voorbeeld:
(verb) evacueren, ontruimen, legen
Voorbeeld:
(verb) uitvoeren, voltrekken, executeren
Voorbeeld:
(verb) mobiliseren, oproepen, activeren
Voorbeeld:
(verb) overgeven, opgeven, zich overgeven;
(noun) overgave, capitulatie
Voorbeeld:
(verb) terugtrekken, wijken;
(noun) terugtrekking, toevluchtsoord
Voorbeeld:
(noun) guerrilla, guerrillastrijder;
(adjective) guerrilla, guerrillastrijd
Voorbeeld:
(noun) militie, burgerwacht
Voorbeeld:
(adjective) militant, strijdbaar;
(noun) militant, strijder
Voorbeeld:
(adjective) marine-, scheeps-
Voorbeeld:
(noun) burger, civiel persoon;
(adjective) civiel, burger-
Voorbeeld:
(adjective) defensief, verdedigend
Voorbeeld:
(noun) explosief, springstof;
(adjective) explosief, ontplofbaar
Voorbeeld:
(noun) atoombom
Voorbeeld:
(noun) geweer;
(verb) doorzoeken, plunderen
Voorbeeld:
(noun) vloot, wagenpark, marinevloot;
(adjective) vlug, snel;
(verb) vliegen, snel voorbijgaan
Voorbeeld:
(noun) aanval, inval, razzia;
(verb) overvallen, binnenvallen, plunderen
Voorbeeld:
(noun) avondklok
Voorbeeld:
(noun) gijzelaar
Voorbeeld:
(noun) marteling, foltering, kwelling;
(verb) martelen, folteren
Voorbeeld:
(noun) beroep, bezigheid, werk
Voorbeeld:
(noun) loopgraaf, sleuf;
(verb) uitgraven, sleuven graven
Voorbeeld:
(noun) wapenstilstand, bestand
Voorbeeld:
(noun) oorlogvoering, strijd
Voorbeeld:
(noun) arm, wapen;
(verb) bewapenen
Voorbeeld:
(noun) evacuatie, ontruiming, lediging
Voorbeeld:
(noun) machinegeweer
Voorbeeld:
(noun) bevel, opdracht, beheersing;
(verb) bevelen, gebieden, bevel voeren over
Voorbeeld:
(adjective) AWOL, ongeoorloofd afwezig;
(adverb) AWOL, ongeoorloofd afwezig
Voorbeeld:
(adjective) kogelvrij, waterdicht, onfeilbaar
Voorbeeld:
(noun) ground zero, epicentrum, Ground Zero
Voorbeeld:
(noun) schutter, kanonnier, streber
Voorbeeld:
(noun) blaaspijp
Voorbeeld:
(noun) machinepistool, pistoolmitrailleur
Voorbeeld:
(noun) station, halte, post;
(verb) stationeren, plaatsen
Voorbeeld:
(noun) tijdschrift, magazine, magazijn
Voorbeeld:
(noun) artillerie, geschut, geschutseenheid
Voorbeeld:
(noun) nucleair afschrikmiddel
Voorbeeld:
(noun) zenuwgas, zenuwagent
Voorbeeld:
(noun) zenuwgas
Voorbeeld: