Vocabulaireverzameling C1 - Ken je werkwoorden! (Deel 2) in Niveau C1: Volledige en gedetailleerde lijst
De vocabulaireverzameling 'C1 - Ken je werkwoorden! (Deel 2)' in 'Niveau C1' is zorgvuldig geselecteerd uit standaard internationale lesboekbronnen, helpt je de vocabulaire in korte tijd onder de knie te krijgen. Volledige compilatie van definities, illustratieve voorbeelden en standaarduitspraak...
Leer deze vocabulaireverzameling op Lingoland
Nu leren(verb) applaudisseren, toejuichen
Voorbeeld:
(noun) vleermuis, knuppel, bat;
(verb) slaan, raken, knipperen
Voorbeeld:
(verb) een blik werpen, gluren;
(noun) blik, oogopslag
Voorbeeld:
(noun) spion, geheim agent;
(verb) spioneren, bespioneren, ontwaren
Voorbeeld:
(adjective) welbespraakt, duidelijk;
(verb) verwoorden, uitspreken, scharnieren
Voorbeeld:
(verb) binden, vastbinden, verplichten;
(noun) benarde situatie, klem
Voorbeeld:
(verb) zich vastklampen, kleven, zich vastklampen aan
Voorbeeld:
(noun) ambacht, handwerk, vaartuig;
(verb) maken, vervaardigen
Voorbeeld:
(verb) kruipen, sluipen, ranken;
(noun) enge vent, gluiperd
Voorbeeld:
(verb) circuleren, rondgaan, verspreiden
Voorbeeld:
(verb) dalen, afdalen, afstammen van
Voorbeeld:
(verb) omleiden, afleiden, distraheren
Voorbeeld:
(verb) uitoefenen, aanwenden
Voorbeeld:
(noun) filter;
(verb) filteren, uitfilteren
Voorbeeld:
(verb) smeden, vormen, vervalsen;
(noun) smidse, smederij
Voorbeeld:
(noun) greep, vat, begrip;
(verb) grijpen, vastpakken, begrijpen
Voorbeeld:
(noun) grip, houvast, greep;
(verb) grijpen, vastpakken, aangrijpen
Voorbeeld:
(verb) voorzitten, leiden
Voorbeeld:
(verb) lijken op, gelijken op
Voorbeeld:
(verb) simuleren, nabootsen, veinzen
Voorbeeld:
(verb) dichtgooien, dichtslaan, smijten;
(noun) klap, dreun, poëzieslam
Voorbeeld:
(verb) verdoven, verbijsteren, verbluffen;
(noun) verdoving, verbijstering
Voorbeeld:
(verb) verenigen, eenmaken
Voorbeeld:
(verb) gebruiken, benutten, aanwenden
Voorbeeld:
(verb) verleiden, verlokken, in de verleiding brengen
Voorbeeld:
(verb) verdwijnen, verdwijnen als sneeuw voor de zon
Voorbeeld:
(verb) weven, samenvoegen, verbinden;
(noun) weefsel, weefpatroon
Voorbeeld:
(verb) opleveren, produceren, opbrengen;
(noun) opbrengst, productie, rendement
Voorbeeld:
(verb) herwinnen, terugkrijgen
Voorbeeld:
(noun) pionier, voorloper;
(verb) pionieren, vooroplopen
Voorbeeld:
(verb) verrijken, verbeteren, rijk maken
Voorbeeld:
(verb) informeren, op de hoogte stellen, melden
Voorbeeld:
(verb) maximaliseren, vergroten
Voorbeeld:
(verb) minimaliseren, verminderen, bagatelliseren
Voorbeeld:
(noun) boomstam, blok hout, logboek;
(verb) registreren, vastleggen, afleggen
Voorbeeld:
(noun) belediging, smaad;
(verb) beledigen, vernederen
Voorbeeld:
(verb) beperken, opschorten, vastzetten
Voorbeeld:
(verb) gevangenzetten, opsluiten
Voorbeeld:
(verb) verdrinken, onderdompelen, overstemmen
Voorbeeld:
(verb) wegdoen, verwijderen, stemmen tot
Voorbeeld: